Onderwerp: Bezoek-historie

Overschrijding van de aanvraagtermijn (SB1044)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Als een betrokkene zijn aanvraag indient na het verstrijken van de termijn van één respectievelijk tien jaar dan is hij in beginsel niet meer bevoegd tot deelname aan de vrijwillige verzekering. De SVB acht een termijnoverschrijding alleen verschoonbaar als sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de betrokkene niet kan worden tegengeworpen dat hij zijn aanvraag niet tijdig heeft ingediend. Bij de beoordeling hiervan geeft de SVB overeenkomstige toepassing aan het beleid dat is beschreven in SB1071 over bijzonder geval.

Ten aanzien van situaties waarin ten onrechte premies volksverzekeringen op het salaris of de uitkering zijn ingehouden over een tijdvak waarin de betrokkene niet verplicht verzekerd was hanteert de SVB het volgende beleid. Als de betrokkene redelijkerwijs in de veronderstelling kon verkeren verzekerd te zijn geweest kan een uitzondering worden gemaakt op de regel dat aanmelding voor vrijwillige verzekering binnen één jaar moet plaatsvinden. De veronderstelling dat er sprake van verzekering was dient dan door of namens betrokkene te worden geuit. Vrijwillige verzekering wordt aangeboden als de betrokkene aangeeft in het vertrouwen te hebben verkeerd over de litigieuze periode verzekerd te zijn geweest op basis van de onverplichte inhouding van premies volksverzekering. Indien de veronderstelling wordt geuit binnen één jaar nadat de (verplichte) premiebetaling is gestopt, kan eveneens voortzetting van de vrijwillige verzekering worden aangeboden.

Als niet daadwerkelijk premie is betaald, kan betrokkene zich ook niet beroepen op een veronderstelling deswege verzekerd te zijn geweest.

Het hiervoor beschreven beleid is mede van toepassing op lokaal aangeworven personeel werkzaam bij Nederlandse diplomatieke of consulaire posten in het buitenland en personen werkzaam bij de Nederlandse vrijwilligersorganisatie SNV. Deze personen zijn tot 1 januari 1998 ten onrechte verzekerd geacht door hun werkgever, het Ministerie van Buitenlandse Zaken. In overleg met de SVB heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken deze situatie met ingang van 1 januari 1998 beëindigd en de betrokken personen hierover geïnformeerd. De SVB hanteert ten aanzien van deze personen als beleid dat zij tot 1 januari 1998 verzekerd worden geacht, voor zover geen restitutie van de premieheffing heeft plaatsgevonden.

Voor werknemers die gedetacheerd zijn geweest door een van de vijf staatsuitleenbedrijven genoemd in het (tijdelijk) Akkoord tussen Nederland en Joegoslavië van 11 maart 1987 (Trb. 1987, 187) geldt in aanvulling op het hiervoor beschreven beleid het volgende. De door deze bedrijven gedetacheerde werknemers zijn op grond van artikel 36 van KB 164 en de Wet verduidelijking verzekerings- en premieplicht (Stb. 1998, 267) vanaf 1 januari 1989 niet verzekerd voor de volksverzekeringen. Omdat vanaf 1 januari 1989 niettemin premies volksverzekeringen zijn geheven, laat de SVB een korting op het AOW-pensioen of de toeslag achterwege voor tijdvakken vanaf 1 januari 1989 waarover ten onrechte premies zijn betaald. De SVB past deze regel slechts toe als geen premierestitutie heeft plaatsgevonden en geen sprake is van verzekeringsopbouw in Kroatië of Slovenië.

Indien aantoonbaar en doelbewust handelen of nalaten van betrokkene zelf ertoe heeft geleid dat deze in een positie is gekomen dat ten onrechte premies volksverzekeringen werden ingehouden, is het beleid van de SVB geen vrijwillige verzekering aan te bieden (zie ook de uitspraak van de CRvB van 10 december 1993). Zo gaat de SVB ervan uit dat personen die niet rechtmatig in Nederland verblijven dan wel in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen arbeid in loondienst verrichten en om die reden niet verplicht verzekerd zijn, zich redelijkerwijs bewust moeten zijn van de onrechtmatigheid van hun verblijf of arbeid in Nederland. Derhalve kunnen deze personen aan onterechte inhouding van volksverzekeringspremies geen rechtens te honoreren vertrouwen van verplichte verzekering ontlenen, op grond waarvan de SVB de betrokkenen in weerwil van het dwingendrechtelijke voorschrift inzake de aanmeldingstermijn tot de vrijwillige verzekering zou kunnen toelaten.

Naar boven