Onderwerp: Bezoek-historie

Verzekering op grond van werken (SB1030)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Behalve ingezetenen zijn verzekerd personen die niet in Nederland wonen maar wel in Nederland werkzaam zijn. Enerzijds gaat het om de persoon die arbeid verricht in dienstbetrekking en op grond daarvan onderworpen is aan de loonbelasting. Onder het begrip dienstbetrekking vallen zowel een publiekrechtelijke als een privaatrechtelijke arbeidsverhouding. De SVB leidt uit de jurisprudentie af dat geen eisen mogen worden gesteld aan de omvang van de dienstbetrekking (vergelijk HvJ EG 3 mei 1990 en HR 12 juni 1991). Een vreemdeling kan alleen verzekerd zijn op grond van het verrichten van arbeid in loondienst als deze arbeid wordt verricht in overeenstemming met de Wet arbeid vreemdelingen. Anderzijds gaat het om de niet-ingezetene die in Nederland werkt als zelfstandige. Deze persoon is verzekerd als hij winst (daaronder mede begrepen negatieve winst) uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in artikel 7.2, tweede lid, onder a Wet op de Inkomstenbelasting 2001.

Binnen de groep van personen die verzekerd is op basis van werken zijn er personen die in Nederland verblijven, maar van wie (nog) niet gezegd kan worden dat zij naar de omstandigheden beoordeeld in Nederland wonen en dus (nog) niet verzekerd zijn op basis van ingezetenschap. In een dergelijke situatie kan de verzekeringsgrond na verloop van tijd wijzigen. Indien bepaalde signalen wijzen op verzekering op grond van ingezetenschap stelt de SVB hiernaar een onderzoek in en wordt zo nodig de verzekeringsgrond aangepast. Na een periode van drie jaar onderzoekt de SVB welke verzekeringsgrond de meest aangewezen is, waarbij ten aanzien van onvoorwaardelijk tot Nederland toegelaten vreemdelingen als uitgangspunt geldt dat na drie jaar veelal sprake zal zijn van verzekering op grond van ingezetenschap, tenzij er aanwijzingen zijn die op het tegendeel wijzen.

Het kan voorkomen dat een persoon in het verleden in Nederland arbeid heeft verricht maar daarvan geen bewijs meer voorhanden heeft. In beginsel leidt dit ertoe dat geen verzekering op grond van werken kan worden aangenomen. Als vaststaat dat de betrokken persoon in Nederland verbleef en hij geloofwaardig verklaart arbeid te hebben verricht, maar ter zake van deze arbeid geen bewijs meer kan worden verkregen, neemt de SVB wel aan dat er sprake is geweest van verzekering op grond van werken als aannemelijk is dat hij met zijn verblijf tot doel had arbeid in dienstbetrekking te verrichten.

Grondslag

artikel 6, eerste lid, onder b AOW en AKW, artikel 13, eerste lid, onder b Anw en  artikel 9 KB 746

Besluit beleidsregels SVB 2016

Naar boven