Onderwerp: Bezoek-historie

Uitsluiting van verzekering op grond van de verblijfsstatus (SB1029)
Geldigheid:21-02-2019 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op grond van de AOW, Anw en AKW is een vreemdeling niet verzekerd als hij niet rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000. Een vreemdeling verblijft rechtmatig in Nederland in de zin van deze bepaling als hij:

  • over een geldige verblijfstitel beschikt; of
  • zijn verblijfsrecht rechtstreeks aan het Unierecht ontleent.

 

De SVB stelt een vreemdeling die zonder verblijfstitel in de BRP is opgenomen in de gelegenheid om op andere wijze aan te tonen dat hij desondanks rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000. Dit kan door een vaststelling van de IND of door bewijs te leveren van een rechtstreeks aan het Unierecht ontleend verblijfsrecht. Slaagt de vreemdeling daarin niet of reageert hij niet binnen de door de SVB gestelde termijn, dan gaat de SVB ervan uit dat hij niet rechtmatig in Nederland verblijft.

Onderdanen van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte en Zwitserland hebben op grond van Europese regels een rechtstreeks verblijfsrecht in Nederland. Bij deze personen neemt de SVB aan dat pas sprake is van onrechtmatig verblijf vanaf het moment dat dit door de IND is vastgesteld en bij besluit bekend is gemaakt. Dit volgt uit de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 19 maart 2013 en 20 januari 2015.

Uit het arrest Ruiz Zambrano volgt dat een staatsburger van een derde land met een kind met de Nederlandse nationaliteit een recht op verblijf in Nederland kan ontlenen aan artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit is het geval als de weigering van het verblijfsrecht van deze ouder tot gevolg zou hebben dat het kind feitelijk wordt verplicht om Nederland en de Unie als geheel te verlaten. Uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat hiervan sprake is als deze ouder zorg- en opvoedingstaken verricht jegens het kind. Als hij geen zorg- en opvoedingstaken verricht, vraagt de SVB de IND om advies over de mate waarin het kind afhankelijk is van deze ouder alvorens te beslissen over de vraag of de ouder recht op verblijf ontleent aan het Unierecht.

Naar boven