Onderwerp: Bezoek-historie

Uitsluiting van verzekering op grond van de verblijfsstatus (SB1029)
Geldigheid:21-02-2019 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 3: 12-07-2009 t/m 16-06-2010  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Hetgeen hiervoor is gesteld ten aanzienOp grond van ingezetenschap laat onverlet dat de praktijk van de beoordeling zeer sterk steunt op de vraag of de betrokkene al of niet ingeschreven staat bij de GBA inAOW, Anw en AKW is een bepaalde periode. Bijvoorbeeld: indien verzekerde tijdvakken voor de AOW moeten worden vastgesteld wordt aangenomen dat de betrokken persoon in beginselvreemdeling niet langer ingezetene is vanaf het moment datverzekerd als hij zich uitniet rechtmatig in Nederland verblijft in de GBA laat uitschrijven naar het buitenland. Dit wil echter niet zeggen dat geenzin van artikel 8, onder a tot en met e en l van de GBA-indicatie afwijkende periodes van ingezetenschap kunnen worden aangenomenVreemdelingenwet 2000. Nader onderzoek zal worden verricht indien de SVB over aanwijzingen beschikt die duiden op een vanEen vreemdeling verblijft rechtmatig in Nederland in de GBA-indicatie afwijkende situatie, dan wel wanneer de betrokkene daar uitdrukkelijk om verzoekt.zin van deze bepaling als hij:

  • over een geldige verblijfstitel beschikt; of
  • zijn verblijfsrecht rechtstreeks aan het Unierecht ontleent.

De inschrijving bij de GBA en de codering in de GBA van de verblijfsrechtelijke status van de belanghebbende zijn ook van bijzondere betekenis bij de uitvoering van de Koppelingswet. Bij de toepassing van de Koppelingswet gelden enkele bijzondere regels.

Ten aanzien vanDe SVB stelt een vreemdeling die zonder verblijfstitel in de GBABRP is opgenomen wordt er niet zonder meer van uitgegaanin de gelegenheid om op andere wijze aan te tonen dat hij niet over een verblijfstitel beschikt. Deze vreemdeling wordt voordat de uitkering wordt geweigerd of de betaling ervan wordt opgeschort,desondanks rechtmatig in Nederland verblijft in de gelegenheid gesteld aan te tonen datzin van artikel 8, onder a tot en met e en l van de Vreemdelingendienst heeft vastgesteld dat hij rechtmatig in Nederland verblijftVreemdelingenwet 2000. Dit kan door een vaststelling van de IND of door bewijs te leveren van een rechtstreeks aan het Unierecht ontleend verblijfsrecht. Slaagt de vreemdeling daarin niet of reageert hij niet binnen de door de SVB gestelde termijn, dan gaat de SVB ervan uit dat hij niet over een verblijfstitel beschikt. De SVB is van oordeel dat zij niet de bevoegdheid heeft zelfstandig de rechtmatigheid van verblijf van een vreemdelingrechtmatig in Nederland vast te stellenverblijft.

Voor onderdanenOnderdanen van de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland geldt een bijzondere regel. De SVB leidt uit het arrest Martinez Sala van het HvJ EG af dat deze personen, indien zij bevoegd zijn op Nederlands grondgebied te verblijven, onder dezelfde voorwaarden als personen met de Nederlandse nationaliteit verzekerd zijn op grond van de volksverzekeringen of recht hebben op Nederlandse socialeverzekeringsuitkeringen, ongeacht of zij in het bezit zijngrond van Europese regels een geldig document waaruit hunrechtstreeks verblijfsrecht blijktin Nederland. Indien een onderdaan vanBij deze personen neemt de EU, de EER of Zwitserland zonder verblijfstitel in de GBASVB aan dat pas sprake is opgenomen, wordt van deze persoon dan ook niet gevraagd aan te tonen datonrechtmatig verblijf vanaf het moment dat dit door de Vreemdelingendienst heeftIND is vastgesteld dat hij rechtmatig in Nederland verblijften bij besluit bekend is gemaakt. De SVB gaat ervanDit volgt uit datde uitspraken van de betrokkene op grondCentrale Raad van Europese regelgeving een rechtstreeks verblijfsrecht in Nederland heeft, tenzij een bevoegde instantie op het gebiedBeroep van verblijfsrecht aan de SVB meldt dat er sprake is van onrechtmatig verblijf19 maart 2013 en 20 januari 2015.

Uit het arrest Ruiz Zambrano volgt dat een staatsburger van een derde land met een kind met de Nederlandse nationaliteit een recht op verblijf in Nederland kan ontlenen aan artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit is het geval als de weigering van het verblijfsrecht van deze ouder tot gevolg zou hebben dat het kind feitelijk wordt verplicht om Nederland en de Unie als geheel te verlaten. Uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat hiervan sprake is als deze ouder zorg- en opvoedingstaken verricht jegens het kind. Als hij geen zorg- en opvoedingstaken verricht, vraagt de SVB de IND om advies over de mate waarin het kind afhankelijk is van deze ouder alvorens te beslissen over de vraag of de ouder recht op verblijf ontleent aan het Unierecht.

Grondslag

De tekst is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 20 april 2009. De wijzigingen die samenhangen met de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht zijn eveneens verwerkt.

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2009februari 2019

Naar boven