Onderwerp: Bezoek-historie

Einde verplichte verzekering na vertrek uit Nederland (SB1027)
Geldigheid:03-06-2007 t/m 14-06-2008Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 8: 15-01-2015 t/m 06-09-2016  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Indien een ingezetene uit Nederland vertrekt, heeft dit niet altijd zonder meer tot gevolg dat de verzekering direct eindigt omdat rekening moet worden gehouden met hetals uitgangspunt geldt dat de band met Nederland, na vertrek naar het buitenland, slechts geleidelijk verdwijnt (zie bijvoorbeeld CRvB 15 juni 1994 en 22 juni 1994). Of de band met Nederland verbroken is moet worden vastgesteld, stelt de SVB vast op basis van het totaalbeeld van feitelijke omstandighedende feiten, waaruit in het concrete geval blijkt dat niet langer sprake is van juridische, economische en sociale binding metmoet blijken of de betrokkene zijn woonplaats in Nederland (zie onder meer CRvB 13 april 1988, 20 juli 1988, 6 april 1994heeft opgegeven. De SVB beoordeelt dit aan de hand van dezelfde criteria als die welke gelden voor ingezetenschap in Nederland (Zie SB1022 over ingezetene en 19 februari 1998wonen).

In dit verband zijnonderscheidt de SVB drie situaties te onderscheiden:

  • Betrokkene vertrekt uit Nederland om zich definitief in een ander land te vestigen. In dat geval geldt als uitgangspunt dat het ingezetenschap eindigt op de datum volgend op die van het feitelijk vertrek uit Nederland. Of het vertrek een definitief karakter heeft, moet blijken uit het totaal beeld van alle relevante juridische, economische en sociale factoren (zie hiervoor in Deel I, § 2.2.2, § 2.2.3 en § 2.2.4).
  • Betrokkene verblijft minder dan een jaar buiten Nederland. In die situatie geldt als uitgangspunt dat het ingezetenschap niet eindigt, mits het - voorgenomen - verblijf buitenslands bedoeld is tijdelijk te zijn. Of sprake is van een tijdelijk verblijf buiten Nederland moet blijken uit het totaal beeld van alle relevante juridische, economische en sociale factoren (zie hiervoor in Deel I, § 2.2.2, § 2.2.3 en § 2.2.4).
  • Betrokkene vertrekt voor langer dan een jaar uit Nederland en het is onduidelijk of het verblijf in het buitenland een tijdelijk of definitief karakter heeft.

  • Betrokkene vertrekt uit Nederland met het voornemen om zich definitief in een ander land te vestigen. In dat geval geldt dat het ingezetenschap eindigt op de datum volgend op die van het feitelijk vertrek uit Nederland. Of het vertrek een definitief karakter heeft, moet blijken uit het totaal beeld van alle relevante omstandigheden.
  • Betrokkene heeft het voornemen om minder dan een jaar buiten Nederland te verblijven. In die situatie geldt dat het ingezetenschap niet eindigt, mits het - voorgenomen - verblijf buitenslands bedoeld is tijdelijk te zijn. Of sprake is van een tijdelijk verblijf buiten Nederland van minder dan een jaar moet blijken uit het totaalbeeld van alle relevante omstandigheden.
  • Betrokkene heeft het voornemen om langer dan een jaar buiten Nederland te verblijven en het vertrek heeft geen definitief karakter.

In dezede laatste situatie geldt als uitgangspunt dat naarmate betrokkene langer buiten Nederland verblijft het waarschijnlijk is dat de band met Nederland minder sterk wordt. In gevallen waarin het onderzoek naar de feitelijke omstandigheden niet leidt tot de conclusie dat sprake is van een definitief dan wel tijdelijk verblijf in het buitenland wordtbeschouwt de SVB betrokkene het eerste jaar na het feitelijk vertrek uit Nederland (nog) als ingezetene beschouwd. Na dat jaar wordtbeschouwt de SVB het ingezetenschap als geëindigd beschouwd, tenzij betrokkene zelf aantoont dat de feitelijke omstandigheden het (voorlopig) handhaven van het ingezetenschap rechtvaardigen. Als drie jaar zijn verlopen na de datum van vertrek uit Nederland, wordtbeschouwt de SVB het ingezetenschap zonder meer als geëindigd beschouwd. De periode van verblijf buiten Nederland heeft dan zo lang geduurd, dat het middelpunt van het maatschappelijk leven van betrokkene niet langer ingeacht wordt een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland aanwezig kan worden geachtte hebben. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kanmaakt de SVB op deze regel een uitzondering worden gemaakt.

Indien met toepassing van voorgaande beleidsregels op de datum van vertrek uit Nederland vaststaat dat het ingezetenschap verloren zal gaan, dan wordtmerkt de SVB - ongeacht de vraag of de belanghebbende het voornemen heeft zich permanent in het buitenland te vestigen - het vertrek uit Nederland aanstondsdirect als definitief aangemerktaan.

Indien vreemdelingen naar het buitenland vertrekken, kan dit reedsal eerder dan na ommekomst van de genoemde termijnen negatieve gevolgen hebben voor de verblijfstitel. Indien de verblijfstitel komt te vervallen kan de vreemdeling sinds 1 juli 1998 niet meer op grond van ingezetenschap verzekerd zijn.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels Awb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van de wetgeving en de jurisprudentie op 1 november 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en het deel Internationaal) is niet aangepast.

Besluit beleidsregels SVB 20072014