Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 10/1727/GA, 16 november 2010, beroep
Uitspraakdatum:16-11-2010

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 10/1727/GA

betreft: [klager] datum: 16 november 2010

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. F. Uzumcu, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 15 juni 2010 van de beklagcommissie bij het Detentiecentrum Alphen aan den Rijn,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 13 oktober 2010, gehouden in de p.i. Amsterdam Over-Amstel, zijn gehoord klager, bijgestaan door zijn raadsman mr. F. Uzumcu, en [...] en [...], respectievelijk coördinator beklagzaken en afdelingshoofd bij
voormeld detentiecentrum.
Klager is gehoord met bijstand van een tolk in de Arabische taal.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft de beslissing om klager in een meerpersoonscel te plaatsen, samen met een medegedetineerde die agressief was en de beschikking had over een mes, waarmee klager is gestoken.

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Door en namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Klager is in het Detentiecentrum Alphen aan den Rijn in één verblijfsruimte geplaatst met een medegedetineerde die een ernstig gevaar voor zichzelf en anderen vormde. Deze gedetineerde had meerdere malen een andere gedetineerde mishandeld. Klager
vraagt
zich af waarom er in de betreffende verblijfsruimte ook een mes voorhanden was. Na het eerste incident zijn klager en zijn medegedetineerde hun gemeenschappelijke verblijfsruimte geplaatst, omdat het tijd kostte klager en/of de medegedetineerde intern
over te plaatsen. Klager is van mening dat dit onbehoorlijk is. Ofwel er had direct een overplaatsing moeten gebeuren of er had meteen constant toezicht moeten zijn. De directeur heeft niets gedaan om de risico’s te vermijden. Klager bestrijdt dat hij
en zijn medegedetineerde positief zouden hebben gereageerd op de bemiddelingspoging van het afdelingshoofd. Na het volgend incident is klager overigens direct naar een andere verblijfsruimte overgeplaatst. Kennelijk was er dus wel ruimte voor een
overplaatsing. In eerste instantie werd dit geweigerd. Klager heeft gevraagd om getuigen te horen, omdat deze kunnen verklaren dat er bij klager wel degelijk sprake was van verwondingen. Dit is van belang omdat de directeur in strijd met de waarheid
heeft verklaard dat er geen verwondingen zouden zijn. Hij heeft bij de beklagcommissie ook gesteld dat die gedetineerde geen gevaar voor zichzelf en zijn medegedetineerden zou vormen. Klager is het daar niet mee eens. Klager heeft aangegeven dat hij
altijd bereid is om samen met een landgenoot in een verblijfsruimte te verblijven. De directeur gaf aan dat dit niet mogelijk was. Klager had maar te luisteren en als hij dat niet deed zou hij naar de isolatiecel worden overgebracht. Klager heeft zijn
medegedetineerde in de verblijfsruimte begroet. Daarop zei die man dat de deur dicht moest. Vervolgens ging hij met water gooien en tegen klager zei hij dat klager de verblijfsruimte moest verlaten. Direct daarna pakte hij het mes en wilde hij klager
steken. Klager heeft daarop de beveiliging gewaarschuwd om verdere escalatie te voorkomen. Hij is toen geraakt door het mes dat die ander had. Klager is door beveiligingsmedewerkers overgebracht naar de isoleercel. Uiteindelijk zijn klager en zijn
medegedetineerde ieder overgeplaatst naar een andere verblijfsruimte.

De directeur heeft in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Het zou onverantwoord zijn geweest als klager en de medegedetineerde zonder enige vorm van gesprek met het afdelingshoofd terug zouden zijn geplaatst in hun verblijfsruimte. Een dergelijk gesprek heeft wel degelijk plaatsgevonden en beide gedetineerden
hebben er toen mee ingestemd om het nog eens te proberen met elkaar. De directeur weet niet in welke vorm die instemming is gegeven. Ook kan de directeur niet aangeven of klager al dan niet met bijstand van een tolk is gehoord. Op zich is na het eerste
voorval onderkend dat er sprake was van een probleem tussen de beide gedetineerden. Er is daarom gezocht naar een verantwoorde oplossing. Omdat een en ander zorgvuldig dient te geschieden, was er enige tijd mee gemoeid. Er is geen bewaking bij de
verblijfsruimte omdat er instemming van beide gedetineerden leek te zijn met de gekozen oplossing.

3. De beoordeling
Onweersproken is dat er zich, bij gelegenheid van klagers plaatsing in een meerpersoonscel, tussen klager en de zich in die verblijfsruimte reeds bevindende medegedetineerde een incident heeft voorgedaan. Uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht
is onvoldoende aannemelijk geworden dat de directeur na het eerste incident voldoende maatregelen heeft getroffen om een verdere escalatie te voorkomen. Hij heeft immers pas na het tweede incident beide gedetineerden uit elkaar geplaatst. Op grond
daarvan moet worden geconstateerd dat de directeur tekort is geschoten in zijn zorgplicht ten opzichte van klager. Hij heeft immers (onder meer) tot taak om de orde en rust in de inrichting (en dus ook op de verblijfsafdeling) te waarborgen. Het
vorenstaande leidt tot het oordeel dat de bestreden beslissing van de directeur, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk en onbillijk moet worden geacht. Het beroep van klager zal daarom gegrond worden verklaard, met
vernietiging van de uitspraak van de beklag. Het beklag zal daarbij alsnog gegrond worden verklaard.

De beroepscommissie acht termen aanwezig voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming en zal de hoogte daarvan vaststellen op € 25,=.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond.
Zij bepaalt dat aan klager een tegemoetkoming toekomt van € 25,=

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. M.A.G. Rutten en dr. G.J. Fleers, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.M.J.D. Maes, secretaris, op 16 november 2010

secretaris voorzitter

Naar boven