Onderwerp: Bezoek-historie

Reglement verpleging ter beschikking gestelden
Publicatiedatum:26-06-2019Geldigheid:26-06-2019 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Besluit van 22 mei 1997, houdende regels omtrent de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling en de verpleging van ter beschikking gestelden en overige verpleegden strafrechtstoepassing (Reglement verpleging ter beschikking gestelden)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Onze Minister van Justitie, van 21 november 1996, nr. 591920/96/6;

Gelet op artikel 89 van de Grondwet en de artikelen 37c , eerste lid, 38, eerste lid, en 38a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht en voorts de artikelen 5, tweede lid, 6, tweede lid, 8, derde lid, 10, vijfde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, tweede lid, 18, vierde lid, 19, tweede lid, 26, derde lid, 40, vierde lid, 45, 51, tweede en vierde lid, 70, derde lid, en 75 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 11 oktober 1996, nr. RA 88/96;

De Raad van State gehoord (advies van 17 maart 1997, No.W03.96.0563);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 13 mei 1997, nr. 626752/97/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 2 AANWIJZING VAN PARTICULIERE INRICHTINGEN [Vervallen per 26-06-2019]

Artikel 2 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 3 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 3 RIJKSINRICHTINGEN [Vervallen per 26-06-2019]

Artikel 4 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 4 AANTEKENINGEN [Vervallen per 26-06-2019]

Artikel 5 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 6 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 5 COMMISSIE VAN TOEZICHT EN BEKLAGCOMMISSIE

Artikel 7

  • 1. Bij elke inrichting is een commissie van toezicht waarvan de leden worden benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen.relaties0
  • 2. De commissie bestaat uit ten minste zes en ten hoogste een door Onze Minister vast te stellen aantal leden.relaties0
  • 3. De commissie van toezicht is zo breed mogelijk samengesteld. Van elke commissie maken in elk geval deel uit:
    • a.een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht;relaties0
    • b.een psychiater;relaties0
    • c.een gedragsdeskundige met kennis van de intramurale zorg voor geestelijk gestoorden;relaties0
    • d.een advocaat. relaties0
    relaties0
relaties0

Artikel 8

  • 1. De leden van de commissie van toezicht worden door Onze Minister benoemd. Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter aan.relaties0
  • 2. Aan de commissie is een secretaris verbonden. Deze is geen lid van de commissie. De secretaris wordt door Onze Minister benoemd en ontslagen. De secretaris van de commissie van toezicht is tevens secretaris van de beklagcommissie. relaties0
  • 3. De commissie kan uit haar midden een of meer plaatsvervangende secretarissen aanwijzen om, in overleg met de secretaris, bepaalde secretariaatswerkzaamheden te verrichten en de secretaris bij diens afwezigheid te vervangen. Onze Minister kan aan een commissie van toezicht een of meerdere plaatsvervangende secretarissen toevoegen die geen lid zijn van de commissie.relaties0
  • 4. Onze Minister beslist binnen drie maanden op een verzoek tot benoeming. relaties0
relaties0

Artikel 9

  • 1. De benoeming van de leden en de secretaris alsmede de aanwijzing van de voorzitter van de commissie van toezicht bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt op voordracht van het bestuur dan wel de Raad van Toezicht indien die de taken van het bestuur vervult.relaties0
  • 2. Een lid van het bestuur of de Raad van Toezicht indien die de taken van het bestuur vervult, kan niet worden benoemd tot lid, secretaris of plaatsvervangend secretaris van de commissie van toezicht.relaties0
relaties0

Artikel 10

Voor benoeming als lid, secretaris of plaatsvervangend secretaris komen niet in aanmerking:

  • a.ambtenaren of andere personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, niet zijnde ambtenaren bij het openbaar ministerie; relaties0
  • b.personeelsleden of medewerkers, werkzaam bij een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;relaties0
  • c.personen, werkzaam bij een door Onze Minister gesubsidieerde instelling die werkzaam is op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen indien zij in het kader van de uitoefening van hun functie te maken hebben met de personen ingesloten in de inrichting waarbij de commissie van toezicht is ingesteld;relaties0
  • d.personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen;relaties0
  • e.personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in het Besluit justitiële gegevens of de politiegegevens, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet politiegegevens. De bezwaren dienen betrekking te hebben op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegheden.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 11

  • 1. Een lid van de commissie van toezicht wordt door Onze Minister tussentijds ontslagen:
    • a.op eigen verzoek;relaties0
    • b.bij de aanvaarding van een ambt of betrekking dat onverenigbaar is verklaard met het lidmaatschap van een commissie van toezicht; relaties0
    • c.wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;relaties0
    • d.wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.relaties0
    relaties0
  • 2. Aan een lid kan door Onze Minister tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambts- of beroepsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden.relaties0
relaties0

Artikel 12

  • 1. De leden van de commissie van toezicht hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen in de inrichting en tot alle plaatsen waar de verpleegden verblijven. relaties0
  • 2. De leden van de commissie van toezicht ontvangen van het hoofd van de inrichting en de personeelsleden of medewerkers in de inrichting alle door hen gewenste inlichtingen ten aanzien van de verpleegden en kunnen alle op de wijze van tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen betrekking hebbende stukken inzien. Zij zijn tot geheimhouding verplicht behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of in verband met de tenuitvoerlegging van hun taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. Dossiers die verpleegden betreffen kunnen worden ingezien, tenzij de verpleegde bezwaar maakt.relaties0
  • 3. Het hoofd van de inrichting brengt alle voor de uitoefening van de taak der commissie belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie. relaties0
relaties0

Artikel 13

  • 1. De commissie van toezicht vergadert, zo mogelijk, eenmaal in de maand. relaties0
  • 2. Het hoofd van de inrichting woont de vergaderingen van de commissie van toezicht bij. Hij brengt op iedere vergadering een algemeen verslag uit over hetgeen sedert de vorige vergadering in de inrichting is geschied.relaties0
  • 3. De commissie kan besluiten buiten tegenwoordigheid van het hoofd van de inrichting te vergaderen.relaties0
  • 4. Onze Minister is bevoegd vergaderingen van de commissie van toezicht door een door hem aan te wijzen ambtenaar van zijn ministerie te doen bijwonen. relaties0
  • 5. In iedere vergadering van de commissie van toezicht wordt mededeling gedaan van de grieven terzake waarvan werd bemiddeld, de door de beklagcommissie behandelde klaagschriften, en de bijzondere opmerkingen waartoe zij aanleiding geven.relaties0
relaties0

Artikel 14

  • 1. De maandcommissaris, bedoeld in artikel 10, vierde lid, tweede volzin, van de wet, houdt ten minste tweemaal per maand in de inrichting spreekuur. Dit spreekuur wordt tijdig bekend gemaakt en kan worden bezocht door elke verpleegde die de wens daartoe te kennen geeft.relaties0
  • 2. De maandcommissaris doet van zijn werkzaamheden verslag aan de commissie van toezicht.relaties0
relaties0

Artikel 15

  • 1. De beklagcommissie, of, indien artikel 59, derde lid, van de wet wordt toegepast, de voorzitter dan wel de door hem aangewezen persoon, houdt zitting zo dikwijls als een onverwijlde behandeling en afdoening van de klaagschriften dit noodzakelijk maken. Deze wordt bijgestaan door een secretaris. relaties0
  • 2. Indien de beklagcommissie zitting houdt treedt bij voorkeur als voorzitter op een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht.relaties0
relaties0

Artikel 16

  • 1. De commissie van toezicht brengt jaarlijks vóór 1 maart aan Onze Minister en aan de sectie terbeschikkingstelling en, voor zover het een justitiële particuliere inrichting betreft, tevens aan het bestuur, verslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande jaar.relaties0
  • 2. Zij schenkt in haar verslag in het bijzonder aandacht zowel aan de door haar ingevolge artikel 55 van de wet verrichte bemiddeling en de uitkomsten daarvan als aan de werkzaamheden van de beklagcommissie, onder meer door een overzicht van de klaagschriften en de daarop genomen beslissingen. Onze Minister kan een model vaststellen omtrent de inrichting van het verslag.relaties0
relaties0

Artikel 17

  • 1. De kosten van de commissie van toezicht worden door de Staat gedragen. relaties0
  • 2. De leden van de commissie van toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfskosten en een vacatiegeld met betrekking tot hun werkzaamheden overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn vastgesteld.relaties0
  • 3. Voor zover de secretaris of de plaatsvervangend secretaris geen ambtenaar is geniet deze tevens de in het tweede lid bedoelde vergoeding.relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 6 Plaatsing en overplaatsing [Vervallen per 26-06-2019]

Artikel 18 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 19 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 20 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 21 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 22 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 7 Ongeoorloofde afwezigheid, bijzondere voorvallen en toelating bezoek en personeel

Artikel 23

  • 1. Ongeoorloofde afwezigheid vangt aan op de dag dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde zich aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel heeft onttrokken.relaties0
  • 2. Ongeoorloofde afwezigheid eindigt op de dag dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde zich meldt, hij wordt aangehouden, of door intrekking van het verzoek om signalering. Deze dag wordt niet meegerekend in de duur van de ongeoorloofde afwezigheid, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.relaties0
  • 3. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verzoekt de politie de ongeoorloofd afwezig ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde te signaleren. Onze Minister kan aanwijzingen geven ten aanzien van dit verzoek alsmede de intrekking daarvan.relaties0
  • 4. Van het verzoek om signalering en van de intrekking van een verzoek om signalering wordt aantekening gehouden in een daartoe bestemd register dat volgens een door Onze Minister vastgesteld model is ingericht.relaties0
  • 5. Onze Minister wordt onverwijld in kennis gesteld van elk verzoek om signalering of een intrekking van een verzoek om signalering.relaties0
relaties0

Artikel 24

Het hoofd van de inrichting meldt onverwijld andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister. Hij verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding.

relaties0relaties0

Artikel 24a

Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen aan instellingen, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet. Deze regels hebben met het oog op de veiligheid in de instelling en de naleving van de bij of krachtens de wet gegeven regels, betrekking op:

  • a.de toelating en de weigering van bezoek aan die instellingen, enrelaties0
  • b.de toegang van personeel werkzaam bij die instellingen.relaties0
relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 8 VERPLEGINGS- EN BEHANDELINGSPLAN EN EVALUATIE

Artikel 25

  • 1. In het verplegings- en behandelingsplan worden ten minste opgenomen:
    • a.de diagnose van de stoornis van de verpleegde;relaties0
    • b.de therapeutische middelen die zullen worden toegepast, zo mogelijk gerelateerd aan de verschillende aspecten die in de stoornis te onderscheiden zijn;relaties0
    • c.of er overeenstemming over het verplegings- en behandelingsplan is;relaties0
    • d.de vrijheden die de verpleegde zijn toegekend boven de hem bij of krachtens de wet toekomende rechten, alsmede de voorwaarden die daaraan verbonden zijn en de consequenties van het niet opvolgen van die voorwaarden.relaties0
    relaties0
  • 2. In geval van een behandeling overeenkomstig artikel 16b, onder a of b, van de wet wordt in het verplegings- en behandelingsplan eveneens opgenomen:
    • a.welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de verpleegde doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; enrelaties0
    • b.de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de verpleegde ten aanzien van de behandeling.relaties0
    relaties0
  • 3. Het deel van het verplegings- en behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt met de verpleegde dan wel diens curator of mentor, wordt slechts vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgehad waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige hebben deelgenomen.relaties0
  • 4. Ingeval van een behandeling overeenkomstig artikel 16b, onder a, van de wet worden de verklaringen van de psychiaters, bedoeld in artikel 16c, tweede lid, van de wet, bij het in het derde lid bedoelde overleg betrokken.relaties0
relaties0

Artikel 26

  • 1. Het verplegings- en behandelingsplan bestrijkt ten minste een periode van één jaar.relaties0
  • 2. Gedurende de verpleging kan het verplegings- en behandelingsplan worden gewijzigd. Bij een wijziging wordt het evaluatieverslag betrokken.relaties0
  • 3. Een wijziging in het verplegings- en behandelingsplan wordt, in overleg met de verpleegde, vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan medegedeeld. relaties0
relaties0

Artikel 27

  • 1. Het hoofd van de inrichting geeft in het evaluatieverslag zijn visie op de persoon van de verpleegde weer en besteedt daarbij in elk geval aandacht aan de volgende aspecten:
    • a.het verblijf op de afdeling;relaties0
    • b.de vraag, het aanbod en het gebruik dat gemaakt wordt van de behandeling; relaties0
    • c.de veranderingen in het psychische toestandsbeeld van de verpleegde in het kader van de verpleging en behandeling;relaties0
    • d.de bewegingsvrijheid binnen en buiten de inrichting;relaties0
    • e.incidenten waarbij de verpleegde betrokken is geweest;relaties0
    • f.toegepaste individuele beperkingen;relaties0
    • g.de mening van de verpleegde.relaties0
    relaties0
  • 2. Het verslag bevat voornemens die van belang zijn voor de verpleging en behandeling.relaties0
  • 3. Het verslag komt tot stand in samenwerking met de bij de verpleging en behandeling meest betrokken personeelsleden of medewerkers.relaties0
relaties0

Artikel 28

  • 1. Indien de verpleegde gedurende de verslagperiode heeft verbleven in een andere inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of in een psychiatrisch ziekenhuis, dan wel in een huis van bewaring, verschaft het hoofd van die inrichting, de geneesheer-directeur van dat ziekenhuis onderscheidenlijk de directeur van dat huis van bewaring, de nodige gegevens aan hem die met de vaststelling van het verslag is belast.relaties0
  • 2. Dezelfde verplichting geldt voor de instelling, bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de wet, die gedurende de verslagperiode belast is geweest met het verlenen van hulp en steun aan de verpleegde in het kader van proefverlof. relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 9 HET VERPLEEGDEDOSSIER

Artikel 29

Het verpleegdedossier wordt op zorgvuldige wijze, volgens een vaste standaardindeling opgebouwd. In ieder geval worden hierin onderscheiden:

relaties0relaties0

Artikel 30

Naast de in artikel 19, eerste lid, van de wet genoemde gegevens, worden in het verpleegdedossier opgenomen:

relaties0relaties0

Artikel 31

  • 1. Gedurende het verblijf van een verpleegde in een inrichting wordt het verpleegdedossier in een afsluitbare ruimte in de inrichting bewaard.relaties0
  • 2. Het hoofd van de inrichting zendt het verpleegdedossier gelijktijdig met de overplaatsing van de verpleegde, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de wet, aan het hoofd van de inrichting waar de verpleegde verder zal worden verpleegd. Bij overplaatsing van en naar een particuliere inrichting, niet zijnde een justitiële particuliere inrichting, wordt het verpleegdedossier onderscheidenlijk het dossier, bedoeld in het Besluit patiëntendossier Bopz, gelijktijdig met de formele overplaatsing meegezonden.relaties0
relaties0

Artikel 32

  • 1. Het hoofd van de inrichting bewaart het verpleegdedossier gedurende een termijn van tien jaren, te rekenen vanaf het tijdstip dat de terbeschikkingstelling eindigde.relaties0
  • 2. Na de in het eerste lid genoemde termijn worden de bescheiden, opgenomen in het verpleegdedossier, met uitzondering van de vingerafdrukken die overeenkomstig artikel 22, tweede lid, van de wet zijn genomen, overeenkomstig de Archiefwet 1995 overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats of naar de algemene rijksarchiefbewaarplaats.relaties0
  • 3. Indien de verpleegde vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn opnieuw ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege vervalt de bewaartermijn en vangt deze aan op het tijdstip dat de nieuwe terbeschikkingstelling eindigt.relaties0
relaties0
relaties0

Hoofdstuk 10 (Onvrijwillige) geneeskundige behandeling

Artikel 33

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

relaties0relaties0

Artikel 33a

  • 1. Een geneeskundige behandeling wordt verricht in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de behandelend arts.relaties0
  • 2. Er is ten behoeve van de geneeskundige behandeling vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, voldoende psychiatrisch geschoold verpleegkundig personeel aanwezig. Bovendien is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, een psychiater beschikbaar.relaties0
  • 3. Een geneeskundige behandeling wordt slechts uitgevoerd door een arts of verpleegkundige die over voldoende deskundigheid beschikt deze behandeling uit te voeren en indien daartoe voldoende voorzieningen beschikbaar zijn.relaties0
  • 4. Eens per twee weken, of vaker indien het belang van de verpleegde dit eist, vindt een multidisciplinair overleg plaats, waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige deelnemen.relaties0
relaties0

Artikel 34

  • 1. Voordat het hoofd van de inrichting beslist dat een door de arts noodzakelijk geachte b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling zal worden verricht, pleegt het hoofd van de inrichting overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft. Indien de behandeling door een andere arts wordt verricht, wordt tevens met hem overlegd.relaties0
  • 2. Ingeval van b-dwangbehandeling of indien het verrichten van een gedwongen geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, pleegt het hoofd van de inrichting bovendien overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater.relaties0
  • 3. In het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het gevaar niet op een andere wijze kan worden afgewend.relaties0
  • 4. In de situatie bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de wet, pleegt het afdelingshoofd het in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde overleg. Het overleg van het hoofd van de inrichting met de in het eerste en tweede lid bedoelde personen vindt vervolgens zo spoedig mogelijk na de aanvang van de geneeskundige behandeling plaats.relaties0
relaties0

Artikel 34a

  • 1. Zo spoedig mogelijk na de aanvang van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de verpleegde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan.relaties0
  • 2. Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de verpleegde minst ingrijpende handeling.relaties0
relaties0

Artikel 34b

  • 1. Voordat het hoofd van de inrichting de beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling neemt, pleegt hij overleg met in ieder geval de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater en met het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft.relaties0
  • 2. In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt nagegaan of van de voortzetting van de behandeling alsnog het beoogde effect kan worden verwacht.relaties0
  • 3. De uitkomsten van het multidisciplinaire overleg, bedoeld in artikel 33a, vierde lid, worden bij de beslissing meegenomen.relaties0
relaties0

Artikel 34c

De verpleegde wordt gedurende de periode dat de a- of b-dwangbehandeling of de gedwongen geneeskundige handeling wordt verricht, zo vaak als nodig is bezocht door een arts of in diens opdracht een verpleegkundige. Het verslag van diens bevindingen wordt opgenomen in het verpleegdedossier.

relaties0relaties0

Artikel 34d

  • 1. Het hoofd van de inrichting stelt de voorzitter van de commissie van toezicht, de raadsman van de verpleegde, de curator en de mentor in kennis van het voornemen tot een beslissing tot a-dwangbehandeling uiterlijk drie dagen voor het nemen van die beslissing. Zij worden in de gelegenheid gesteld bezwaren tegen de beslissing kenbaar te maken.relaties0
  • 2. De voorzitter van de commissie van toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris. De maandcommissaris bezoekt na de melding onverwijld de verpleegde.relaties0
  • 3. Van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij de aanvang van de behandeling melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Ingeval van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of ingeval een gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in verband met een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, wordt bovendien melding gedaan aan de inspecteur.relaties0
  • 4. Bij de aanvang van een a-dwangbehandeling geeft het hoofd van de inrichting daarvan eveneens kennis aan de in het eerste lid genoemde personen.relaties0
  • 5. Het hoofd van de inrichting zendt met de melding, bedoeld in het derde lid, een afschrift van de beslissing tot de behandeling mee waarin hij in ieder geval vermeldt:
    • a.in verband met welk gevaar is besloten tot een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of een gedwongen geneeskundige handeling;relaties0
    • b.welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar weg te nemen dan wel af te wenden;relaties0
    • c.welke personen, bedoeld in artikel 16a, onder c, van de wet, zich tegen de behandeling verzetten;relaties0
    • d.de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de verpleegde ten aanzien van de behandeling; enrelaties0
    • e.indien een behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de verpleegde is die zich verzet, of deze in staat kan worden geacht gebruik te kunnen maken van de regeling, vervat in de hoofdstukken XIV–XV respectievelijk XVI van de wet.relaties0
    relaties0
  • 6. Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of een beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling, vermeldt het hoofd tevens welke pogingen zijn gedaan om tot overeenstemming als bedoeld in artikel 16a, onder b, van de wet te komen. In geval van een beslissing tot a-dwangbehandeling vermeldt hij bovendien welke bezwaren tegen de behandeling zijn aangevoerd door de personen, bedoeld in het eerste lid.relaties0
  • 7. Van een beëindiging van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, of gedwongen geneeskundige handeling geeft het hoofd van de inrichting kennis aan de personen, genoemd in het derde en – indien van toepassing – vierde lid.relaties0
relaties0

Artikel 34e

De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voorzetting van a-dwangbehandeling wordt opgenomen in het register als bedoeld in artikel 6 en in het verpleegdedossier. Hij draagt tevens zorg dat de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 33a, vierde lid, artikel 34, en artikel 34b, alsmede de adviezen die daarbij zijn gegeven en de afspraken die zijn gemaakt worden opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan.

relaties0relaties0

Artikel 34f

  • 1. De inspecteur stelt na beëindiging van elke a- of b-dwangbehandeling doch in ieder geval na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 16c, vierde lid, van de wet, een onderzoek in of de beslissing tot de behandeling zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied.relaties0
  • 2. De inspecteur stelt eveneens een onderzoek in na beëindiging van elke gedwongen geneeskundige handeling, indien die handeling is verricht ter afwending van een gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde.relaties0
relaties0

Artikel 35

  • 1. Indien de toepassing van de behandeling, bedoeld in artikel 34, tweede lid, de duur van twee weken te boven gaat, wordt door het hoofd van de inrichting een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een psychiater, een arts en een psycholoog.relaties0
  • 2. De in het eerste lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het eerste lid bedoelde termijn en, indien de onvrijwillige behandeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan het hoofd van de inrichting over de voortzetting van die behandeling.relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 10a TOEZICHT OP TELEFOONGESPREKKEN

Artikel 35a

  • 1. Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de wet worden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste acht maanden.relaties0
  • 2. Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist.relaties0
  • 3. Indien bij de uitoefening van het toezicht blijkt dat een telefoongesprek met een persoon als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet is opgenomen, wordt dit opgenomen gesprek terstond gewist.relaties0
  • 4. De verpleegde wordt van het opnemen van het telefoonverkeer op de hoogte gesteld.relaties0
  • 5. Opgenomen telefoongesprekken worden slechts verstrekt aan derden die ingevolge de uitvoering van hen bij of krachtens de wet opgedragen taken, tot kennisneming daarvan bevoegd zijn.relaties0
  • 6. De verstrekking, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts geschieden in verband met:
    • a.de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen;relaties0
    • b.de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;relaties0
    • c.de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven;relaties0
    • d.de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.relaties0
    relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 11 GEESTELIJKE VERZORGING

Artikel 36

Aan een inrichting zijn geestelijke verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijke verzorgers van protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijke verzorgers behorend tot het humanistisch verbond.

relaties0relaties0

Artikel 37

  • 1. Bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie zijn een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistisch geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen. relaties0
  • 2. De hoofden, genoemd in het eerste lid, zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijke verzorgers bij de rijksinrichtingen behorende tot hun gezindte of levensovertuiging. relaties0
relaties0

Artikel 38

  • 1. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 37, eerste lid. relaties0
  • 2. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in artikel 37, eerste lid. relaties0
relaties0

Artikel 39

  • 1. Een geestelijke verzorger van een andere dan de in artikel 36 genoemde gezindte of levensovertuiging kan door het hoofd van de rijksinrichting aan diens inrichting worden verbonden anders dan bij wijze van een aanstelling. Het hoofd van de rijksinrichting neemt deze beslissing niet dan na overleg met de reeds aan de inrichting verbonden geestelijke verzorgers. relaties0
  • 2. Onze Minister kan functievereisten vaststellen ten aanzien van geestelijk verzorgers zoals bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid. relaties0
  • 3. Een geestelijke verzorger die aan een rijksinrichting is verbonden anders dan bij wijze van aanstelling, ontvangt een bij regeling van Onze Minister vast te stellen vergoeding voor zijn werkzaamheden en de door hem gemaakte kosten. relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 12 EIGEN GELD EN ARBEIDSLOON

Artikel 40

  • 1. Onder eigen geld wordt verstaan:
    • a.het geld dat de verpleegde bij binnenkomst in de inrichting in zijn bezit heeft;relaties0
    • b.het geld dat tijdens zijn verblijf in de inrichting te zijnen gunste wordt ontvangen;relaties0
    • c.de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en het arbeidsloon, bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de wet.relaties0
    relaties0
  • 2. Het beheer van het eigen geld van de verpleegde berust bij het hoofd van de inrichting, tenzij in het verplegings- en behandelingsplan anders is bepaald. relaties0
  • 3. Wanneer de verpleegde geen beheer over zijn eigen geld heeft, heeft hij de beschikking over een rekening-courant bij de inrichting. relaties0
relaties0

Artikel 41

De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde die geen inkomen heeft, ontvangt vanwege Onze Minister een door deze vast te stellen zak- en kleedgeld.

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 13 MEDEZEGGENSCHAP

Artikel 42

  • 1. De verpleegdenraad, bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de wet, bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.relaties0
  • 2. De leden worden gekozen bij meerderheid van stemmen.relaties0
  • 3. Het lidmaatschap van de verpleegdenraad eindigt na verloop van een termijn van twee jaar of zoveel eerder als de verpleging van het betreffende lid in de inrichting eindigt, aan hem proefverlof is verleend, dan wel zodra deze schriftelijk voor het lidmaatschap heeft bedankt.relaties0
relaties0

Artikel 43

Het hoofd van de inrichting biedt de verpleegdenraad ten minste eenmaal per maand de gelegenheid tot het voeren van het overleg, bedoeld in artikel 70, tweede lid, van de wet, tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten.

relaties0relaties0

Artikel 44

  • 1. Het hoofd van de inrichting verschaft de verpleegdenraad de informatie, de tijd en de materiële middelen die voor zijn functioneren nodig zijn en biedt de verpleegdenraad eenmaal per maand gedurende twee uren de gelegenheid zich intern te beraden en daartoe te vergaderen.relaties0
  • 2. De leden van de verpleegdenraad hebben het recht aan het overleg, bedoeld in artikel 70, tweede lid, van de wet, alsmede aan het in het eerste lid genoemde intern beraad deel te nemen.relaties0
  • 3. Het intern beraad, bedoeld in het eerste lid, vindt zonder toezicht plaats. relaties0
  • 4. Het hoofd van de inrichting kan op grond van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting van het bepaalde in het tweede en derde lid afwijken.relaties0
relaties0

Artikel 45

Geschillen tussen de verpleegdenraad en het hoofd van de inrichting kunnen door elk van beide partijen ter bemiddeling worden voorgelegd aan de commissie van toezicht.

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 14 VERLENGING VAN DE TERBESCHIKKINGSTELLING

Artikel 46

  • 1. Indien drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, de verpleging nog niet is beëindigd, maakt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden binnen een maand te rekenen vanaf voornoemd tijdstip een advies, bedoeld in artikel 509o, tweede lid, onder 1°, van het Wetboek van Strafvordering, op en zendt dit aan Onze Minister. Het advies betreft:
    • a.de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling;relaties0
    • b.de termijn, waarover naar zijn mening, de verlenging zich zou moeten uitstrekken.relaties0
    relaties0
  • 2. Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is de verpleging onder voorwaarden te beëindigen, doet het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden bij het advies, bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend schriftelijk voorstel.relaties0
  • 3. Bij het advies wordt een afschrift van de aantekeningen, bedoeld in artikel 509o, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering, overgelegd alsmede, indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden niet zelf psychiater is, het advies van een aan de inrichting verbonden psychiater.relaties0
  • 4. Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, de ter beschikking gestelde op grond van proefverlof buiten de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verblijft en in zijn proefverlof door de reclassering wordt begeleid, voegt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden bij zijn advies de beschouwingen van de reclassering inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling of de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging.relaties0
  • 5. Onze Minister zendt het advies met de bijlagen aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast.relaties0
relaties0

Artikel 47

Indien de verlenging van de terbeschikkingstelling er toe zou kunnen leiden dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van vier jaar of een veelvoud van vier jaar te boven gaat, zendt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zes maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, een voorlopig advies betreffende de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling aan Onze Minister. Artikel 46, vijfde lid, is van toepassing.

relaties0relaties0

Artikel 48

  • 1. Indien de verpleging voorwaardelijk is beëindigd of aan de terbeschikkingstelling voorwaarden zijn verbonden, zendt de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent, indien verlenging van de terbeschikkingstelling wettelijk mogelijk is, drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, advies inzake de wenselijkheid van die verlenging aan Onze Minister. Dit advies gaat vergezeld van een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van een psychiater die zelf de ter beschikking gestelde heeft onderzocht.relaties0
  • 2. De in het eerste lid bedoelde stukken worden twee maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken door tussenkomst van Onze Minister toegezonden aan het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 46, vijfde lid.relaties0
relaties0

Artikel 49

  • 1. Indien het openbaar ministerie naar aanleiding van het voorlopig advies, bedoeld in artikel 47, voornemens is een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van vier jaar of een veelvoud van vier jaar te boven gaat, doet het daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister.relaties0
  • 2. Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, draagt Onze Minister zorg voor het tijdig totstandkomen van een advies of rapport van deskundigen als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering en voor tijdige toezending daarvan aan het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 46, vijfde lid.relaties0
  • 3. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het advies of rapport, bedoeld in artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering.relaties0
relaties0

Artikel 50

Indien het openbaar ministerie daarom verzoekt, wordt terstond een nieuw advies als bedoeld in artikel 46, eerste lid, of 48, eerste lid, aan Onze Minister gezonden. Artikel 46, vijfde lid, is van toepassing.

relaties0relaties0

Artikel 51

  • 1. Het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 46, vijfde lid, doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling:
    • a.van zijn beslissing geen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen;relaties0
    • b.van zijn vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overeenkomstig artikel 38g, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;relaties0
    • c.indien een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend of een vordering als bedoeld onder b is ingediend, van de beslissing van de rechtbank op deze vordering en, indien deze niet onherroepelijk is geworden, van het instellen van beroep bij de bijzondere kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, van een voorlopige beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 509w, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, en van de beslissing op het beroep.relaties0
    relaties0
  • 2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de betrokkene wordt verpleegd en de reclassering die de betrokkene tijdens proefverlof hulp en steun verleent, worden door Onze Minister op de hoogte gesteld van een beslissing van de rechter als bedoeld in het eerste lid, tenzij andere wettelijke bepalingen reeds op andere wijze in die kennisgeving voorzien.relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 15 BIJWONEN GERECHTELIJKE PROCEDURE

Artikel 52

  • 1. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:
    • a.indien hij krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen;relaties0
    • b.indien hij ter zake van een misdrijf moet terecht staan;relaties0
    • c.indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.relaties0
    relaties0
  • 2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat gedurende het verblijf buiten de inrichting toezicht wordt uitgeoefend.relaties0
relaties0
relaties0

Hoofdstuk 16 Verlof en proefverlof

Artikel 53

  • 1. Verlof als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet, wordt in de navolgende vormen onderscheiden:relaties0
  • 2. Voordat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overgaat tot het verlenen van een vorm van verlof, bedoeld in het eerste lid, verzoekt deze Onze Minister schriftelijk een machtiging. De machtiging van Onze Minister kan mede omvatten het meermalen verlenen van de in het eerste lid onderscheiden verlofsoort. De machtiging wordt verleend voor de duur van een jaar. Ten behoeve van het verlenen van een nieuwe machtiging draagt de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden twee maanden voor het verlopen van de machtiging zorg voor een evaluatie aan Onze Minister. Een nieuwe machtiging wordt slechts verleend indien een evaluatie afgegeven is.
    De machtiging vervalt:
    • 1°.zodra de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, ofrelaties0
    • 2°.zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden meldt dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens de tenuitvoerlegging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege of tijdens de opneming in de inrichting.relaties0

    Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden doet van een strafbaar feit als bedoeld in onderdeel 2° binnen een week aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, verlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verleent geen verlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°.relaties0
  • 3. Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van verlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister kan per inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of afdeling daarvan alle verlofmachtigingen intrekken indien er aanwijzingen zijn dat zich bij die inrichting of afdeling een patroon voordoet van meerdere onttrekkingen of andere incidenten.relaties0
  • 4. Het verzoek van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden komt tot stand na multidisciplinair overleg binnen diens inrichting. relaties0
  • 5. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt in de huisregels een nadere procedure vast die voorafgaat aan het verlenen van verlof. In de huisregels wordt tevens een procedure opgenomen betreffende de wijze en de frequentie van controle op het verlof.relaties0
  • 6. Bij aanvang van het verlof ontvangt de ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde een verlofpas. Hierop staat in ieder geval het tijdstip van aanvang en einde van het verlof aangegeven.relaties0
  • 7. Er is een proef elektronisch volgsysteem als voorwaarde bij verlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste zes jaar. Deelname aan deze proef geschiedt op vrijwillige basis. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over deze proef waaronder de doelgroep, de criteria en de rechtspositie van de ter beschikking gestelde.relaties0
  • 8. Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof.relaties0
relaties0

Artikel 54

  • 1. De machtiging tot het verlenen van proefverlof van Onze Minister, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, wordt schriftelijk door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangevraagd.relaties0
  • 2. Bij dit verzoek wordt overgelegd een proefverlofplan, opgesteld in samenwerking met de reclassering, zo mogelijk die in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde tijdens dit proefverlof zal zijn gehuisvest.relaties0
  • 3. Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek. Deze beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. De machtiging van Onze Minister wordt verleend voor de duur van een jaar.relaties0
  • 4. Onze Minister brengt een machtiging als bedoeld in het eerste lid schriftelijk ter kennis van het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde zich op grond van het proefverlofplan zal vestigen en van de reclassering die aan de ter beschikking gestelde hulp en steun zal verlenen.relaties0
  • 5. Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van proefverlof.relaties0
relaties0

Artikel 54a

Er is een proef forensisch psychiatrisch toezicht in de fase van proefverlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste drie jaar. Onze Minister wijst inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden aan waar de proef plaatsvindt. In de proef wordt, onverminderd de betrokkenheid van de reclassering, op de ter beschikking gestelde die met proefverlof is, toezicht gehouden door de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.

relaties0relaties0

Artikel 55

Bij aanvang van het proefverlof ontvangt de ter beschikking gestelde van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een schriftelijke verklaring waarin de voorwaarden zijn vermeld die aan het proefverlof zijn verbonden, benevens de gronden waarop het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overeenkomstig artikel 50, derde lid, van de wet, het proefverlof kan intrekken.

relaties0relaties0

Artikel 56

De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde ontvangt zo nodig vergoeding voor een reis of reisgelegenheid naar de plaats van bestemming en voor de terugkeer, voor zover daarin niet bij een andere wettelijke regeling is voorzien.

relaties0relaties0

Artikel 57

  • 1. Indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden het proefverlof intrekt, geeft hij daarvan terstond kennis aan Onze Minister. Deze kennisgeving wordt onder vermelding van de datum van ingang van de beslissing schriftelijk bevestigd.relaties0
  • 2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van de beslissing tot intrekking van het proefverlof.relaties0
  • 3. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geeft van de beslissing tot intrekking van het proefverlof schriftelijk bericht aan de instanties genoemd in artikel 54, vierde lid.relaties0
  • 4. De machtiging van Onze Minister vervalt:
    • 1°.zodra de ter beschikking gestelde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, ofrelaties0
    • 2°.zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden meldt dat de ter beschikking gestelde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens het proefverlof.relaties0

    Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden doet van een strafbaar feit, als bedoeld in onderdeel 2°, binnen een week aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, proefverlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verleent geen proefverlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°.relaties0
  • 5. Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van proefverlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister geeft terstond kennis van het intrekken van de machtiging tot proefverlof aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.relaties0
relaties0

Artikel 58

Bijzondere voorwaarden, bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de wet, strekkende tot het verkrijgen van hulp en steun worden door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ter kennis gebracht van de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent. Hetzelfde geldt met betrekking tot beslissingen die strekken tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden waarop de verlening van hulp en steun betrekking heeft.

relaties0relaties0

Artikel 59

  • 1. De reclassering, bedoeld in artikel 58, stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met met“met met” moet zijn “met.” het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat aan de ter beschikking gestelde proefverlof heeft verleend.relaties0
  • 2. De reclassering draagt er zorg voor dat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden in kennis wordt gesteld van alle bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.relaties0
relaties0

Artikel 60

  • 1. De reclassering rapporteert regelmatig aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat proefverlof heeft verleend, met dien verstande dat de eerste rapportage plaatsvindt nadat een maand van het proefverlof is verstreken en dat vervolgens telkens wordt gerapporteerd over een periode van twee maanden.relaties0
  • 2. Indien de ter beschikking gestelde de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengt of dreigt te brengen dan wel de bij het proefverlof opgelegde verplichtingen niet nakomt, wordt daarover tussentijds gerapporteerd. relaties0
  • 3. In de loop van de eerste helft van de derde maand voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, zendt de reclassering aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden haar beschouwingen inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling. Deze beschouwingen gaan zo mogelijk vergezeld van het advies van de aan de reclassering verbonden psychiater die bemoeienis heeft gehad met de ter beschikking gestelde.relaties0
relaties0

Artikel 61

  • 1. De reclassering kan uit eigen beweging aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een voorstel doen tot wijziging of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de wet.relaties0
  • 2. De reclassering kan uit eigen beweging door tussenkomst van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister aan het openbaar ministerie een voorstel doen tot het vorderen van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.relaties0
  • 3. De reclassering dient desgevraagd het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister van advies.relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 17 VOORWAARDELIJKE BEËINDIGING VAN HET BEVEL TOT VERPLEGING EN TER BESCHIKKING GESTELDEN MET VOORWAARDEN

Artikel 62

Van de uitspraak waarbij de rechter aan de reclassering opdracht geeft de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, of 38g, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, doet het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister en aan de reclassering in het arrondissement waar de voorwaarden ten uitvoer worden gelegd.

relaties0relaties0

Artikel 63

Het algemeen toezicht op ter beschikking gestelden die niet van overheidswege worden verpleegd, berust bij Onze Minister.

relaties0relaties0

Artikel 64

  • 1. Bij beëindiging van het verblijf in de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ontvangt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vergoeding voor een reis of reisgelegenheid naar zijn woon- of verblijfplaats binnen Nederland.relaties0
  • 2. Indien de omstandigheden daartoe grond opleveren, kan Onze Minister beslissen dat de betrokkene onder geleide naar de plaats van zijn bestemming wordt overgebracht. relaties0
relaties0

Artikel 65

  • 1. Onze Minister ontvangt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in artikel 63, zo spoedig mogelijk mededeling van elke op een niet van overheidswege verpleegde ter beschikking gestelde betrekking hebbende:relaties0
  • 2. De in het eerste lid genoemde feiten worden aan Onze Minister medegedeeld door de ambtenaren met de tenuitvoerlegging van de in dat lid bedoelde rechterlijke beslissingen belast, onderscheidenlijk elke ambtenaar van het openbaar ministerie die van de in het eerste lid, onder c, bedoelde beslissing tot vrijheidsontneming kennis krijgt.relaties0
relaties0

Artikel 66

  • 1. Onze Minister doet de hem overeenkomstig artikel 65 alsmede overige met betrekking tot de ter beschikking gestelde die niet van overheidswege wordt verpleegd, verschafte gegevens, voor zover hem dit wenselijk voorkomt, opnemen in een algemeen op zijn departement gehouden register.relaties0
  • 2. Indien met betrekking tot een ter beschikking gestelde die niet van overheidswege wordt verpleegd, de kennisneming van de gegevens uit het algemeen register naar het oordeel van Onze Minister van belang kan zijn voor het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, doet Onze Minister dit openbaar ministerie die gegevens toekomen, al dan niet onder bijvoeging van zijn beschouwingen.relaties0
relaties0

Artikel 67

  • 1. Met het toezicht op de naleving van de voorwaarden, bedoeld in artikel 38, eerste lid, en van de voorwaarden, bedoeld in artikel 38g, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, is steeds mede belast het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde feitelijk woont. relaties0
  • 2. Het openbaar ministerie, bedoeld in het eerste lid, wordt, voor zover nodig, door Onze Minister in kennis gesteld van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, en van een verstrekte opdracht tot het verlenen van hulp en steun. Een op een later tijdstip gegeven rechterlijke beslissing met betrekking tot voorwaarden, opdracht tot het verlenen van hulp en steun of verlenging van de terbeschikkingstelling wordt eveneens, voor zover nodig, ter kennis van dit openbaar ministerie gebracht. Het openbaar ministerie doet zo nodig de nieuwe of gewijzigde voorwaarden op de ontslagbrief aantekenen.relaties0
relaties0

Artikel 68

De reclassering, bedoeld in artikel 62, stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met het openbaar ministerie dat op grond van artikel 67, eerste lid, het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent. Zij draagt er zorg voor dat deze instantie in kennis wordt gesteld van misdrijven en andere bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.

relaties0relaties0

Artikel 69

Met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in artikel 38, eerste lid, en 38g, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, rapporteert de reclassering ten minste eenmaal per drie maanden aan Onze Minister en aan het openbaar ministerie dat op grond van artikel 67, eerste lid, het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent.

relaties0relaties0

Artikel 70

De reclassering kan een voorstel doen aan het openbaar ministerie tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in artikel 38, eerste lid, en artikel 38g, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het voorstel wordt door tussenkomst van Onze Minister aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, gezonden.

relaties0relaties0

Artikel 71

  • 1. Indien de ter beschikking gestelde de voorwaarden overtreedt, of anderzins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, kan de reclassering een voorstel tot het geven van een bevel tot verpleging door tussenkomst van Onze Minister zenden aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast. relaties0
  • 2. De reclassering dient desgevraagd Onze Minister en het openbaar ministerie, bedoeld in het eerste lid, van advies.relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 18 VEREISTEN AAN INRICHTINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 38A, TWEEDE LID, WETBOEK VAN STRAFRECHT [Vervallen per 26-06-2019]

Artikel 72 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 73 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 74 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0

Artikel 75 [Vervallen per 26-06-2019]

[Red: Vervallen]

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 19 BELONING EN VERGOEDING TOLK EN PERSONEN IN HET KADER VAN EEN BEKLAG- OF BEROEPSZAAK

Artikel 76

  • 1. De beloning van de tolk of de vertaler en de vergoeding van de door hen gemaakte kosten, bedoeld in artikel 78, onder a, van de wet geschieden volgens het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken.relaties0
  • 2. De secretaris van de beklag- of beroepscommissie stelt op basis van de in het eerste lid genoemde bepalingen de hoogte van de beloning en vergoeding vast. Met de uitbetaling is het hoofd van de inrichting belast.relaties0
relaties0

Artikel 77

De vergoeding van de door een persoon als bedoeld in artikel 61, vierde lid, van de wet gemaakte kosten geschiedt volgens de Wet tarieven in strafzaken. Artikel 76, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

relaties0relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 20 KOSTEN

Artikel 78

Bij overlijden van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde komen de kosten van begrafenis of crematie voor zover die redelijkerwijs noodzakelijk kunnen worden geacht en niet ten laste van het vermogen van betrokkene of diens erfgenamen kunnen worden gebracht, ten laste van de Staat.

relaties0relaties0

Artikel 79

  • 1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet langdurige zorg komen ten laste van de Staat:
    • a.de kosten van verpleging en behandeling van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde die voortvloeien uit hulpverlening door gedragsdeskundigen in verband met de geestesstoornis van de betrokkene;relaties0
    • b.andere kosten van geneeskundige verzorging van de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd;relaties0
    • c.de kosten van overbrenging van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde naar enige voor hem in het kader van de verpleging bestemde plaats.relaties0
    relaties0
  • 2. De noodzakelijke kosten van bestaan tijdens proefverlof komen niet ten laste van de Staat.relaties0
relaties0
relaties0

HOOFDSTUK 21 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 80

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de wet en dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

relaties0relaties0

Artikel 81

[Red: Wijzigt de Gevangenismaatregel.]

relaties0relaties0

Artikel 82

[Red: Wijzigt de Reclasseringsregeling 1995.]

relaties0relaties0

Artikel 83

[Red: Wijzigt de Besluit registratie justitiële gegevens.]

relaties0relaties0

Artikel 84

[Red: Wijzigt de Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994.]

relaties0relaties0

Artikel 85

[Red: Wijzigt de Arbeidstijdenbesluit.]

relaties0relaties0

Artikel 86

[Red: Wijzigt de Arbeidsomstandighedenbesluit.]

relaties0relaties0

Artikel 87

[Red: Wijzigt de Besluit voorrang hebbende regelingen ziekenfondsverzekering.]

relaties0relaties0

Artikel 88

Het Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling van 6 juni 1988 (Stb. 1988, 282) en de Tijdelijke regeling van de rechtspositie van ter beschikking gestelden van 29 januari 1987 (Stb. 1987, 55) worden ingetrokken.

relaties0relaties0

Artikel 89

Indien een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen op grond van artikel 26, eerste lid, Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling, geldt deze aanwijzing als aanwijzing op grond van artikel 2 van het onderhavige besluit.

relaties0relaties0

Artikel 90

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

relaties0relaties0

Artikel 91

Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement verpleging ter beschikking gestelden.

relaties0relaties0
relaties0

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
22 mei 1997
Beatrix
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
de vijfde juni 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

Inhoudsopgave

Alles dichtklappenAlles openklappen
Naar boven