Onderwerp: Bezoek-historie

Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
Publicatiedatum:16-07-2019Geldigheid:16-07-2019 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 20120703: 03-07-2012 t/m 31-12-2012  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 29 januari 2008, nr. 5519777/07/DJI, houdende regels over de melding van ongeoorloofde afwezigheid uit penitentiaire inrichtingen, inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden en justitiële jeugdinrichtingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze Regeling wordt verstaan onder:

  • a.ongeoorloofde afwezigheid: het na aanvang van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel bedoeld in de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen zich hieraan onttrekken op een wijze als genoemd in respectievelijk hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze regeling;relaties0
  • b.de DJI: de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie;relaties0
  • c.de sectordirecteur GWdivisiedirecteur ForZo/JJI: de sectordirecteurdirecteur van de sector Gevangeniswezendivisie Forensische Zorg en Justitiële Jeugdinrichtingen van de DJI of diens plaatsvervanger;relaties0
  • d.het BCLde divisiedirecteur GW/VB: het Bureau Capaciteitsbenutting en Logistiekde directeur van de afdeling Individuele Zakendivisie Gevangeniswezen en Vreemdelingenbewaring van de sector GWDJI;relaties0
  • e.de sectordirecteur BVdivisiedirecteur IZ: de sectordirecteurdirecteur van de sector Bijzondere Voorzieningendivisie Individuele Zaken van de DJI of diens plaatsvervanger;relaties0
  • f.het BCV: het Bureau Coördinatie Vreemdelingenzaken van de sector BV;relaties0
  • g.de directeur FZ: de directeur van de directie Forensische Zorg van de DJI of diens plaatsvervanger;relaties0
  • h.de afdeling Plaatsing: de afdeling Plaatsing van de directie FZ;relaties0
  • i.de sectordirecteur JJI: de sectordirecteur van de sector Justitiële Jeugdinrichtingen van de DJI of diens plaatsvervanger;relaties0
  • jf.het Landelijk Meldpunt: het meldpunt bij de Groep Opsporing Onttrekkingen (GOO) ressorterend onder de Dienst Operationele Ondersteuning en Coördinatielandelijke recherche van het Korpsde Landelijke Politie Diensten (KLPD)eenheid belast met de opsporing van ongeoorloofd afwezigen genoemd in de hoofdstukken 2, 3 en 4;relaties0
  • hg.het CJIB: het Centraal Justitieel Incassobureau van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 1.2 Aanvang en einde van ongeoorloofde afwezigheid

  • 1. Ongeoorloofde afwezigheid vangt aan op de dag van het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging bedoeld in artikel 1.1, onder a.relaties0
  • 2. Ongeoorloofde afwezigheid eindigt op de dag dat de ongeoorloofd afwezige zichzelf meldt of wordt aangehouden.relaties0
relaties0

Artikel 1.3 Meldingsprocedure ongeoorloofde afwezigheid

De directeur dan wel het hoofd van de inrichting bedoeld in respectievelijk hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze regeling meldt ongeoorloofde afwezigheid en het einde daarvan aan de Minister van Veiligheid en Justitie, de politie en overige betrokkenen volgens de procedure beschreven in het betreffende hoofdstuk.

relaties0relaties0
relaties0

Hoofdstuk 2 Meldingsprocedure bij ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de penitentiaire beginselenwet

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

Op dit hoofdstuk zijn de begripsbepalingen, bedoeld in artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet, van toepassing

relaties0relaties0

Artikel 2.2 Ontstaan ongeoorloofde afwezigheid

Ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in dit hoofdstuk is het gevolg van het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging op één van de navolgende wijzen:

  • a.het zonder toestemming verlaten van een normaal beveiligde, uitgebreid beveiligde of extra beveiligde inrichting of afdeling of het tot die inrichting behorende terrein, dan wel van een afgesloten ruimte van een beperkt beveiligde inrichting;relaties0
  • b.het zonder toestemming verlaten van een afgesloten ruimte of terrein van een instelling waarnaar de gedetineerde is overgebracht op grond van artikel 15, vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;relaties0
  • c.het zich onttrekken aan het toezicht tijdens vervoer;relaties0
  • d.het zich onttrekken aan het toezicht tijdens begeleid verlof of ander verblijf buiten de inrichting onder begeleiding;relaties0
  • e.het zonder toestemming verlaten van een zeer beperkt beveiligde of beperkt beveiligde inrichting of terrein, anders dan bedoeld in onderdeel a;relaties0
  • f.het zonder toestemming verlaten van een open afdeling van een instelling waarnaar de gedetineerde is overgebracht op grond van artikel 15, vijfde lid, artikel 42, vierde lid, onder c, of artikel 43, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel waar de gedetineerde, de deelnemer aan een penitentiair programma of degene aan wie de maatregel bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd met toestemming verblijft, zonder begeleiding;relaties0
  • g.het zich niet tijdig op de afgesproken plaats bevinden of daar terugkeren na of tijdens onbegeleid verlof, deelname aan een penitentiair programma, of ander toegestaan verblijf buiten de inrichting zonder begeleiding.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 2.3 Verantwoordelijkheid voor de meldingen bij ongeoorloofde afwezigheid

De verantwoordelijkheid voor de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde meldingen en inlichtingen bij ongeoorloofde afwezigheid berust bij de directeur van de inrichting vanwaar de gedetineerde zich heeft onttrokken. In de gevallen waarin de ongeoorloofd afwezige zich met toestemming buiten de inrichting bevond op het moment van zijn onttrekking, bedoeld in artikel 2.2, onder b, c, d, f en g, berust die verantwoordelijkheid bij de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven.

relaties0relaties0

Artikel 2.4 Indeling ongeoorloofd afwezigen

In dit hoofdstuk worden met het oog op de te volgen meldingsprocedure de navolgende twee groepen ongeoorloofd afwezigen onderscheiden:

relaties0relaties0
relaties0

Paragraaf 2 Meldingen bij aanvang ongeoorloofde afwezigheid

Artikel 2.5 Melding bij constatering op heterdaad

Bij constatering van een onttrekking, terwijl deze plaatsvindt of terstond nadat deze heeft plaatsgevonden, belt de directeur onmiddellijk het alarmnummer van de politie met het oog op de aanhouding van degene die zich onttrekt.

relaties0relaties0

Artikel 2.6 Meldingen na constatering ongeoorloofde afwezigheid groep A

  • 1. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep A onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
    • a.het Landelijk Meldpunt;relaties0
    • b.de sectordirecteurdivisiedirecteur GW dan wel de sectordirecteur BV/VB; de directeur stelt daartoe de accountmanager of piketambtenaar vandoor de betreffende sectordivisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.relaties0
    relaties0
  • 2. De directeur zendt binnen één uur na constatering van de ongeoorloofde afwezigheid het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post of per fax aan het Landelijk Meldpunt.relaties0
  • 3. De directeur zendt uiterlijk de eerstvolgende werkdag het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post of per fax aan de sectordirecteurdivisiedirecteur GW dan wel de sectordirecteur BV/VB; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de accountmanager of piketambtenaar vandoor de betreffende sectordivisiedirecteur aangewezen ambtenaar.relaties0
  • 4. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan het hoofd van het BCL dan wel het hoofd van het BCVde divisiedirecteur IZ door middel van registratie in het Centraal Register Onttrekkingen.relaties0
  • 5. De directeur zendt zo spoedig mogelijk het penitentiair dossier van de ongeoorloofd afwezige naar het hoofd van het BCL dan wel het hoofd van het BCVde divisiedirecteur IZ.relaties0
relaties0

Artikel 2.7 Meldingen na constatering ongeoorloofde afwezigheid groep B

  • 1. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 1°, onmiddellijk na constatering ervan aan:
    • a.het CJIB, binnen kantooruren telefonisch, buiten kantooruren per elektronische post of per fax;relaties0
    • b.de sectordirecteurdivisiedirecteur GW dan wel de sectordirecteur BV/VB, indien de directeur van oordeel is dat de ongeoorloofde afwezigheid daartoe aanleiding geeft; de directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid alleen in dat geval telefonisch aan de accountmanager of piketambtenaar vandoor de betreffende sectordivisiedirecteur aangewezen ambtenaar.relaties0
    relaties0
  • 2. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van degene die zich heeft onttrokken aan vreemdelingenbewaring, behorend tot groep B, onder 2°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
    • a.de politie in de regio waarbinnen de inrichting is gelegen;relaties0
    • b.de sectordirecteurdivisiedirecteur GW dan wel de sectordirecteur BV/VB; de directeur stelt daartoe de accountmanager of piketambtenaar vandoor de betreffende sectordivisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.relaties0
    relaties0
  • 3. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de meldingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post of per fax aan:
    • a.het CJIB, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 1°, dan wel de politie in de regio waarbinnen de inrichting is gelegen, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 2°;relaties0
    • b.de sectordirecteurdivisiedirecteur GW dan wel de sectordirecteur BV/VB; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de accountmanager of piketambtenaar vandoor de betreffende sectordivisiedirecteur aangewezen ambtenaar; in geval van onttrekkingen als bedoeld in artikel 2.2, onder f en g, blijft deze melding achterwege.relaties0
    relaties0
  • 4. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan het hoofd van het BCL dan wel het hoofd van het BCVde divisiedirecteur IZ door middel van registratie in het Centraal Register Onttrekkingen.relaties0
  • 5. De directeur zendt zo spoedig mogelijk het penitentiair dossier van de ongeoorloofd afwezige naar het hoofd van het BCL dan wel het hoofd van het BCVde divisiedirecteur IZ.relaties0
relaties0
relaties0

Paragraaf 3 Overige inlichtingen

Artikel 2.8 Overige inlichtingen

  • 1. De directeur verstrekt aan de sectordirecteurdivisiedirecteur GW dan wel de sectordirecteur BV/VB, naast de in paragraaf 2 bedoelde informatie, te allen tijde alle benodigde inlichtingen.relaties0
  • 2. De directeur verstrekt aan het Landelijk Meldpunt, het CJIB, dan wel de regiopolitiepolitie, naast de in paragraaf 2 bedoelde informatie, te allen tijde alle benodigde inlichtingen.relaties0
relaties0
relaties0

Paragraaf 4 Meldingen bij einde ongeoorloofde afwezigheid

Artikel 2.9 Meldingen bij einde ongeoorloofde afwezigheid

  • 1. Indien de ongeoorloofd afwezige behorend tot groep A zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover:
    • a.het Landelijk Meldpunt, onmiddellijk telefonisch;relaties0
    • b.de sectordirecteurdivisiedirecteur GW dan wel/VB of de sectordirecteur BVdivisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe het hoofd van het BCL respectievelijk de piketambtenaar vandoor de sector BVdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar uiterlijk de eerstvolgende werkdag telefonisch op de hoogte.relaties0
    relaties0
  • 2. Indien de ongeoorloofd afwezige behorend tot groep B zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover zo spoedig mogelijk per elektronische post of per fax:
    • a.het CJIB, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 1°, dan wel de politie in de regio waarbinnen de inrichting is gelegen, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 2°;relaties0
    • b.het hoofd van het BCL dan wel het hoofd van het BCVde divisiedirecteur IZ.relaties0
    relaties0
relaties0
relaties0
relaties0

Hoofdstuk 3 Meldingsprocedure bij ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in artikel 7a, tweede lid, van de beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 3.1 Begripsbepalingen

relaties0

Artikel 3.2 Ontstaan ongeoorloofde afwezigheid

Ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in dit hoofdstuk is het gevolg van het zich onttrekken van een verpleegde aan de tenuitvoerlegging op één van de navolgende wijzen:

relaties0relaties0

Artikel 3.3 Verantwoordelijkheid voor de meldingen bij ongeoorloofde afwezigheid

De verantwoordelijkheid voor de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde meldingen en inlichtingen bij ongeoorloofde afwezigheid berust bij het hoofd van de inrichting vanwaar de verpleegde zich heeft onttrokken. In de gevallen waarin de verpleegde zich met toestemming buiten de inrichting bevond op het moment van zijn onttrekking, bedoeld in artikel 3.2, onder b tot en met e, berust die verantwoordelijkheid bij het hoofd van de inrichting waar de verpleegde staat ingeschreven.

relaties0relaties0
relaties0

Paragraaf 2 Meldingen bij aanvang ongeoorloofde afwezigheid

Artikel 3.4 Melding bij constatering op heterdaad

Bij constatering van een onttrekking, terwijl deze plaatsvindt of terstond nadat deze heeft plaatsgevonden, belt het hoofd onmiddellijk het alarmnummer van de politie met het oog op de aanhouding van de verpleegde die zich onttrekt.

relaties0relaties0

Artikel 3.5 Meldingen na constatering ongeoorloofde afwezigheid

  • 1. Het hoofd meldt de ongeoorloofde afwezigheid onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
    • a.het Landelijk Meldpunt;relaties0
    • b.de directeur FZdivisiedirecteur ForZo/JJI; het hoofd stelt daartoe het hoofd van de afdeling Plaatsing ofdoor de piketambtenaar van de directie FZdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.relaties0
    relaties0
  • 2. Het hoofd zendt binnen één uur na constatering van de ongeoorloofde afwezigheid het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post of per fax aan het Landelijk Meldpunt.relaties0
  • 3. Het hoofd zendt zo spoedig mogelijk na de in het eerste en tweede lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post of per fax aan de directeur FZde divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; het hoofd zendt dit formulier daartoe aan het hoofd van de afdeling ofdoor de piketambtenaar van de directie FZdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar.relaties0
  • 4. Het hoofd meldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan het hoofdde divisiedirecteur IZ door middel van de afdeling Plaatsing ter registratieregistratie in het daartoe bestemde registatiesysteem.relaties0
relaties0
relaties0

Paragraaf 3 Overige inlichtingen

Artikel 3.6 Overige inlichtingen

  • 1. Het hoofd verstrekt aan de directeur FZdivisiedirecteur ForZo/JJI, naast de in paragraaf 2 bedoelde informatie, te allen tijde alle benodigde inlichtingen.relaties0
  • 2. Het hoofd verstrekt aan het Landelijk Meldpunt, naast de in paragraaf 2 bedoelde informatie, te allen tijde alle benodigde inlichtingen.relaties0
relaties0
relaties0

Paragraaf 4 Meldingen bij einde ongeoorloofde afwezigheid

Artikel 3.7 Meldingen bij einde ongeoorloofde afwezigheid

Indien de ongeoorloofd afwezige zichzelf meldt, informeert het hoofd van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel het hoofd van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover onmiddellijk telefonisch:

  • a.het Landelijk Meldpunt;relaties0
  • b.de directeur FZdivisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; het hoofd stelt daartoe het hoofd van de afdeling Plaatsing ofdoor de piketambtenaar van de directie FZdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.relaties0
relaties0relaties0
relaties0
relaties0

Hoofdstuk 4 Meldingsprocedure bij ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

Op dit hoofdstuk zijn de begripsbepalingen, bedoeld in artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, van toepassing.

relaties0relaties0

Artikel 4.2 Ontstaan ongeoorloofde afwezigheid

Ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in dit hoofdstuk is het gevolg van het zich onttrekken van een jeugdige aan de tenuitvoerlegging op één van de navolgende wijzen:

  • a.het zonder toestemming verlaten van de inrichting of het tot de inrichting behorende terrein;relaties0
  • b.het zonder toestemming verlaten van de instelling waarnaar de jeugdige is overgebracht op grond van artikel 12, achtste lid, of artikel 48, derde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;relaties0
  • c.het zich onttrekken aan het toezicht tijdens vervoer;relaties0
  • d.het zich onttrekken aan het toezicht tijdens enige vorm van begeleid verlof of ander verblijf buiten de inrichting onder begeleiding;relaties0
  • e.het zich niet tijdig op de afgesproken plaats bevinden of daar terugkeren na of tijdens enige vorm van onbegeleid verlof, deelname aan een scholings- en trainingsprogramma of ander toegestaan verblijf buiten de inrichting zonder begeleiding.relaties0
relaties0relaties0

Artikel 4.3 Verantwoordelijkheid voor de meldingen bij ongeoorloofde afwezigheid

De verantwoordelijkheid voor de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde meldingen en inlichtingen bij ongeoorloofde afwezigheid berust bij de directeur van de inrichting vanwaar de jeugdige zich heeft onttrokken. In de gevallen waarin de jeugdige zich met toestemming buiten de inrichting bevond op het moment van zijn onttrekking, bedoeld in artikel 4.2, onder b tot en met e, berust die verantwoordelijkheid bij de directeur van de inrichting waar de jeugdige staat ingeschreven.

relaties0relaties0

Artikel 4.4 Indeling ongeoorloofd afwezigen

In dit hoofdstuk worden met het oog op de te volgen meldingsprocedure de navolgende twee groepen ongeoorloofd afwezigen onderscheiden:

relaties0relaties0
relaties0

Paragraaf 2 Meldingen bij aanvang ongeoorloofde afwezigheid

Artikel 4.5 Melding bij constatering op heterdaad

Bij constatering van een onttrekking, terwijl deze plaatsvindt of terstond nadat deze heeft plaatsgevonden, belt de directeur onmiddellijk het alarmnummer van de politie met het oog op de aanhouding van de jeugdige die zich onttrekt.

relaties0relaties0

Artikel 4.6 Meldingen na constatering ongeoorloofde afwezigheid strafrechtelijk geplaatsten

  • 1. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de strafrechtelijk geplaatste jeugdigen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 1°, en van de strafrechtelijk geplaatste jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 2°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
    • a.het Landelijk Meldpunt;relaties0
    • b.de sectordirecteur divisiedirecteur ForZo/JJI; de directeur stelt daartoe de door de sectordirecteurdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar of piketambtenaar telefonisch op de hoogte;relaties0
    • c.de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.relaties0
    relaties0
  • 2. De directeur zendt binnen één uur na constatering van de in het eerste lid bedoelde ongeoorloofde afwezigheid het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post of per fax aan het Landelijk Meldpunt.relaties0
  • 3. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de in het eerste en tweede lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post of per fax aan de sectordirecteur divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de sectordirecteurdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar of piketambtenaar.relaties0
  • 4. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de strafrechtelijk geplaatste jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 3°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
    • a.de politie in de regio waarbinnen de inrichting is gelegen;relaties0
    • b.de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.relaties0
    relaties0
  • 5. De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de in het vierde lid bedoelde meldingen het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post of per fax aan:
    • a.de politie in de regio waarbinnen de inrichting is gelegen;relaties0
    • b.de sectordirecteur divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de sectordirecteurdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar of piketambtenaar;relaties0
    • c.de officier van justitie of advocaat-generaal die de ongeoorloofd afwezige vervolgt of heeft vervolgd.relaties0
    relaties0
relaties0

Artikel 4.7 Meldingen na constatering ongeoorloofde afwezigheid niet-strafrechtelijk geplaatsten

  • 1. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 1°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan de betrokken stichtinggecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid,1.1 van de Wet op de jeugdzorgJeugdwet.relaties0
  • 2. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 2° en 3°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:
    • a.de politie in de regio waarbinnen zijn inrichting is gelegen;relaties0
    • b.de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.relaties0
    relaties0
  • 3. De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, zo spoedig mogelijk na constatering ervan aan de sectordirecteur divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de sectordirecteurdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar of piketambtenaar per elektronische post of per fax op de hoogte.relaties0
relaties0
relaties0

Paragraaf 3 Overige inlichtingen en registratie

Artikel 4.8 Overige inlichtingen

  • 1. De directeur verstrekt aan de sectordirecteur divisiedirecteur ForZo/JJI, naast de in paragraaf 2 bedoelde informatie, te allen tijde alle benodigde inlichtingen.relaties0
  • 2. De directeur verstrekt aan het Landelijk Meldpunt dan wel de regiopolitiepolitie, naast de in paragraaf 2 bedoelde informatie, te allen tijde alle benodigde inlichtingen.relaties0
relaties0

Artikel 4.9 Registratie

De directeur registreertmeldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan de divisiedirecteur IZ door middel van registratie in het registratiesysteem van de sector JJIdaartoe bestemde registratiesysteem.

relaties0relaties0
relaties0

Paragraaf 4 Meldingen bij einde ongeoorloofde afwezigheid

Artikel 4.10 Meldingen bij einde ongeoorloofde afwezigheid

  • 1. Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 1°, of de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 2°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover:
    • a.het Landelijk Meldpunt, onmiddellijk telefonisch;relaties0
    • b.de sectordirecteur divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de sectordirecteurdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar of piketambtenaar uiterlijk de eerstvolgende werkdag per elektronische post of per fax op de hoogte;relaties0
    • c.de gezagdragers van de jeugdige.relaties0
    relaties0
  • 2. Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 3°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover:
    • a.de politie in de regio waarbinnen de inrichting is gelegen, zo spoedig mogelijk per elektronische post of per fax;relaties0
    • b.de sectordirecteur divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de sectordirecteurdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar of piketambtenaar zo spoedig mogelijk per elektronische post of per fax op de hoogte;relaties0
    • c.de officier van justitie of advocaat-generaal die de ongeoorloofd afwezige vervolgt of heeft vervolgd, zo spoedig mogelijk per elektronische post of per fax;relaties0
    • d.de gezagdragers van de jeugdige.relaties0
    relaties0
  • 3. Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 1°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover zo spoedig mogelijk:relaties0
  • 4. Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 2° en 3°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover:
    • a.de politie in de regio waarbinnen de inrichting is gelegen, zo spoedig mogelijk per elektronische post of per fax;relaties0
    • b.de sectordirecteur divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de sectordirecteurdivisiedirecteur aangewezen ambtenaar of piketambtenaar zo spoedig mogelijk per elektronische post of per fax op de hoogte;relaties0
    • c.de gezagdragers van de jeugdige.relaties0
    relaties0
relaties0
relaties0
relaties0

Hoofdstuk 5 Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 5.1 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

relaties0relaties0

Artikel 5.2 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid.

relaties0relaties0
relaties0

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De
Staatssecretaris
van Justitie,
N.
Albayrak

Inhoudsopgave

Alles dichtklappenAlles openklappen
Naar boven