Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 09/3432/GV, 28 december 2009, beroep
Uitspraakdatum:28-12-2009

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 09/3432/GV

betreft: [klager] datum: 28 december 2009

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. R.P. Adema, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 1 december 2009 genomen beslissing van de Staatssecretaris van Justitie (de Staatssecretaris),

alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman mr. R.P. Adema om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Staatssecretaris heeft klagers verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting in het kader van strafonderbreking afgewezen.

2. De standpunten
Namens klager is het beroep als volgt toegelicht. Er doet zich een situatie voor als bedoeld in artikel 36 juncto artikel 23 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (hierna: de Regeling). De levenspartner van klager verkeert in ernstige
psychische nood. Overgelegd wordt een schrijven van de psychiater d.d. 1 december 2009 en een schrijven van de gynaecoloog. Klager betwist hiermee de stelling van de Staatssecretaris dat de ernstige psychische nood van de levenspartner niet is
aangetoond. Klager heeft eerder strafonderbreking genoten en is daarvan telkens correct teruggekeerd. Hij vraagt slechts strafonderbreking voor de duur van veertien dagen. Niet valt in te zien dat het maatschappelijk belang bij ongestoorde
strafexecutie
in geding komt indien klager de gevraagde strafonderbreking wordt verleend.

Namens de Staatssecretaris is de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Klager wil tijdens strafonderbreking zijn zwangere partner ondersteunen in verband met haar lichamelijke en geestelijke gesteldheid. Hij wil haar helpen om zaken te regelen zoals extra thuishulp en ondersteuning van familie en vrienden. Het verzoek,
met
een verklaring van de gynaecoloog en behandelend psychiater, is voorgelegd aan de medisch adviseur. Uit de verklaring van de gynaecoloog blijkt dat via de psychiater thuishulp is geregeld.
Het verzoek is afgewezen, omdat er geen medische reden is om een dergelijk verzoek in te willigen. Daarnaast blijkt dat er al thuishulp is ingeschakeld. Hulp van vrienden en familie zou ook telefonisch georganiseerd kunnen worden. Het slaapprobleem van
de partner is door klager niet op te lossen. Feit is dat er sprake is van een depressief toestandsbeeld, maar uit niets blijkt dat er sprake is van psychische nood als omschreven in artikel 23 van de Regeling.
Een strafonderbreking voegt niets toe aan de situatie, zeker niet als klager zich na ommekomst van de strafonderbreking weer in de inrichting zou moeten melden en de partner weer op zichzelf teruggeworpen zou worden.

Op klagers verlofaanvraag zijn de volgende adviezen uitgebracht.
De directeur van de locatie Alphen aan den Rijn heeft negatief geadviseerd ten aanzien van de verlofaanvraag.
De medisch adviseur bij het ministerie van justitie schrijft op 30 november 2009 dat op basis van de opgevraagde informatie bij de huisarts en de psychiater er geen medische indicatie is voor strafonderbreking.

3. De beoordeling
Klager ondergaat een gevangenisstraf van negen jaar met aftrek, wegens gekwalificeerde vermogensdelicten. Aansluitend dient hij een gevangenisstraf van zeven dagen te ondergaan. De datum van invrijheidstelling is thans bepaald op 5 oktober 2012.

Krachtens artikel 34 van de Regeling kan strafonderbreking worden verleend wegens zodanig bijzondere omstandigheden in de persoonlijke sfeer dat niet kan worden volstaan met een andere vorm van verlof.

In onder meer artikel 36 juncto artikel 23 van de Regeling zijn deze bijzondere omstandigheden nader uitgewerkt. Zo kan strafonderbreking onder meer worden verleend in verband met bezoek aan een in levensgevaar of een in ernstig psychische nood
verkerende levenspartner.

Klager heeft om strafonderbreking verzocht om zijn zwangere partner te ondersteunen en zaken zoals thuishulp te regelen. Ter ondersteuning van zijn verzoek heeft klager verklaringen van de behandelend psychiater en de gynaecoloog overgelegd. De
beroepscommissie is van oordeel dat, gelet op het advies van de medisch adviseur van het ministerie van justitie, niet is gebleken dat strafonderbreking medisch noodzakelijk is. Via de behandelend psychiater van klagers partner is thuiszorg aangevraagd
en niet is gebleken dat klager niet telefonisch of tijdens bezoek in de inrichting zijn partner zou kunnen ondersteunen en zaken voor haar zou kunnen regelen.
De beroepscommissie acht de door klager aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder dat deze zouden nopen tot strafonderbreking.

Gelet op het bovenstaande kan de afwijzende beslissing van de Staatssecretaris, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. M. Boone en mr. J.M.M. van Woensel, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 28 december 2009.

secretaris voorzitter

Naar boven