Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 26/58851/GV, 3 augustus 2026, beroep
Uitspraakdatum:03-08-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          26/58851/GV

Betreft  [klager]

Datum  3 augustus 2026

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: verweerder) heeft op 17 juli 2026 klagers verzoek om strafonderbreking afgewezen.

Klagers raadsman, mr. A.M.J. Joris, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze beslissing.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en verweerder in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

De beroepscommissie heeft kennisgenomen van het beroepschrift, de reactie van verweerder en de overige stukken.

 

2. De beoordeling

Klager is sinds 8 maart 2014 gedetineerd. Hij ondergaat een gevangenisstraf van 26 jaar en 130 dagen met aftrek, wegens moord. De datum waarop klager (voorwaardelijk) in vrijheid wordt gesteld, is momenteel bepaald op 7 september 2031.

Relevante regelgeving

Volgens artikel 5 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (hierna: de Regeling) is het de gedetineerde, tenzij hij zijn verlofadres redelijkerwijs alleen over buitenlands grondgebied kan bereiken, niet toegestaan tijdens het incidenteel verlof Nederland te verlaten. In bijzondere omstandigheden kan verweerder toestaan dat de gedetineerde aan wie strafonderbreking is verleend in het buitenland verblijft.

In artikel 34 van de Regeling staat dat strafonderbreking kan worden verleend wegens zodanig bijzondere omstandigheden in de persoonlijke sfeer, dat niet kan worden volstaan met een andere vorm van verlof. Op grond van artikel 36, in samenhang met artikel 24 van de Regeling kan strafonderbreking worden verleend in verband met het overlijden van de ouder van de gedetineerde. Het bezoek kan bestaan in het bijwonen van de uitvaart.

Op grond van artikel 36, in samenhang met artikel 22, eerste lid en tweede lid, van de Regeling dient, voordat strafonderbreking wordt verleend aan een persoon, ten aanzien van de te bezoeken persoon vast te staan dat de beweerde band bestaat. Strafonderbreking kan slechts worden verleend in verband met overlijden van een relatie indien de desbetreffende gebeurtenis door een arts respectievelijk de burgerlijke stand is bevestigd.

Overwegingen van de beroepscommissie

Klager heeft verzocht om strafonderbreking, zodat hij de uitvaart van zijn overleden moeder kan bijwonen op Bonaire. Klager heeft dit verzoek niet met stukken onderbouwd (bijvoorbeeld met een overlijdensakte of een rouwkaart), zoals artikel 22, eerste en tweede lid, van de Regeling dat vereist. Klager heeft deze onderbouwing in beroep niet alsnog gegeven en evenmin verdere informatie over de uitvaart verstrekt. Dat de vrijhedencommissie – die negatief adviseert over het verzoek om strafonderbreking – bereid is te kijken naar mogelijkheden om klager de rouwdienst digitaal te laten bijwonen, waarbij klager de benodigde stukken later kan aanleveren, doet niet ter zake. Bij het digitaal bijwonen van de rouwdienst hoeft klager de inrichting niet te verlaten. Dat is van geheel andere aard dan het verlenen van strafonderbreking (of verlof).

Bovendien bestaat er een risico voor een ongestoord verlof als gevolg van de gestoorde of agressieve persoonlijkheid van de gedetineerde (artikel 4, aanhef en onder e, van de Regeling). Dit wordt ondersteund door het negatieve advies van het multidisciplinair overleg, waarin staat dat klager een uitgebreide voorgeschiedenis heeft van gedragsproblemen en agressie, hij meerdere keren op de afdeling voor beheersproblematische gedetineerden heeft verbleven en hij op dit moment in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum is geplaatst, waar hij eerder lange tijd dwangbehandeling heeft ondergaan.

Weliswaar oefent klager nu met het vrijwillig innemen van medicatie, maar hij doet dit onder intensieve begeleiding van een behandelteam. Het multidisciplinair overleg (MDO) geeft aan dat er een risico bestaat dat klager zijn medicatie-inname zal staken tijdens een eventuele strafonderbreking, met een zeer verhoogd risico op psychische ontregeling en daarbij agressie en geweld tot gevolg. Klager is daarbij al elf jaar gedetineerd, waardoor zowel het MDO als de vrijhedencommissie inschatten dat de overgang naar de vrije maatschappij voor klager te groot is en hij zich buiten detentie niet staande kan houden. Verweerder benadrukt verder nog dat klager geen onbegeleide verloven heeft genoten sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis in 2015, die werd opgeheven omdat hij zich niet aan de voorwaarden hield.

Klager stelt dat een alternatief, zoals een begeleid verlof, de aanwezige risico’s kan ondervangen. Een strafonderbreking wordt echter in onbegeleide vorm verleend, omdat de tenuitvoerlegging van de straf wordt opgeschort. Een incidenteel (begeleid) verlof is niet mogelijk, aangezien klager naar Bonaire wil afreizen.

Gelet op het voorgaande en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, kan de bestreden beslissing niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beroep dan ook ongegrond verklaren.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

 

Deze uitspraak is op 3 augustus 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. G.C. Bos, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. dr. A. Pahladsingh, leden, bijgestaan door mr. M.G. Bikker, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven