Nummer 24/43570/GA
Betreft [klager]
Datum 15 april 2026
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft, voor zover in dit beroep aan de orde, beklag ingesteld tegen:
-
het onvoldoende tijd krijgen voor het ontruimen van zijn cel in het kader van een (interne) overplaatsing van cel C‑17 naar cel C‑8 op 4 juni 2024 (AE 2024/735);
-
de insluiting op zijn cel op 12 juni 2024 (AE 2024/771).
De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Alphen te Alphen aan den Rijn heeft op 5 september 2024 de klachten ongegrond verklaard. De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
Klagers raadsvrouw, mr. M.W. Bouwman, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de PI Alphen (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De beoordeling
Beklag a.
Op basis van de stukken is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagcommissie beklag a. terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep zal daarom in zoverre ongegrond worden verklaard. De beroepscommissie ziet in dit geval geen aanleiding om de overwegingen van de beklagcommissie aan te vullen of te wijzigen.
Beklag b.
Wat is er gebeurd?
In het klaagschrift geeft klager aan dat hij op 12 juni 2024 wegens een stroomstoring 23 uur ingesloten heeft gezeten op zijn cel. Hij heeft slechts één uur kunnen luchten. Wegens de storing functioneerde ook de celtelefonie niet naar behoren, waardoor hij die dag vier minuten heeft kunnen bellen in plaats van tien minuten.
De directeur beaamt dat er sprake is geweest van een stroomstoring. Op 11 juni 2024 was er groot onderhoud aan de stroomvoorziening bij de locatie Maatschapslaan. Na het uitvoeren van de werkzaamheden is er een storing ontstaan tijdens het opstarten van het systeem, waardoor er geen stroom was tot omstreeks 04:00 uur op 12 juni 2024. Het interne bijstandsteam en de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid waren aanwezig voor de binnen en buiten bewaking. Bij de overdacht naar de vroege dienst werkte de meldkamer en bediening echter nog steeds niet. Door deze storing kon het dagprogramma niet worden gestart. Via een memo zijn de gedetineerden, die verbleven op de betreffende locatie, op de hoogte gesteld. Vanwege de duur en aard van de storing was de locatie ook in de middag gesloten. De betreffende gedetineerden zijn enkel uitgesloten om te luchten.
Oplegging ordemaatregel
De beroepscommissie heeft in RSJ 1 mei 2024, 23/32160/GA, uiteengezet hoe zij oordeelt in klachten over de uitval van activiteiten. Daaruit volgt dat als een of meerdere gedetineerden worden uitgesloten van een of meerdere activiteiten vanwege een van de redenen die zijn genoemd in artikel 23, eerste lid, onder a, b, c of d, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), dan moet de directeur aan de betreffende gedetineerde(n) een ordemaatregel opleggen.
Op grond van artikel 23, eerste lid en onder a, van de Pbw en artikel 24, eerste lid, van de Pbw kan de directeur een gedetineerde uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten respectievelijk in afzondering plaatsen, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting of van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. De uitsluiting respectievelijk afzondering duurt ten hoogste twee weken.
In dit geval heeft de directeur beslist om op 12 juni 2024 het dagprogramma te laten vervallen en, als rechtsreeks gevolg daarvan, alle gedetineerden op de locatie Maatschapslaan in te sluiten. De reden hiervoor was een stroomstoring. De directeur heeft deze beslissing aangekondigd via een memo op voornoemde datum. Naar het oordeel van de beroepscommissie betreft een stroomstoring een onvoorzienbare situatie waarvoor in het kader van handhaving van de orde en veiligheid een ordemaatregel dient te worden opgelegd. Tegen een ordemaatregel kan zonder meer beklag worden ingesteld, ook als een gehele locatie een ordemaatregel opgelegd heeft gekregen vanwege een calamiteit (vergelijk RSJ 1 mei 2024, 23/32160/GA). Daarom is klager terecht ontvangen in zijn beklag.
Inhoudelijke beoordeling
Artikel 57, eerste lid, van de Pbw schrijft voor dat de directeur de gedetineerde in de gelegenheid stelt te worden gehoord, alvorens hij beslist omtrent de uitsluiting van activiteiten dan wel het plaatsen in afzondering. Het horen kan volgens het bepaalde in artikel 57, derde lid, van de Pbw achterwege blijven indien de vereiste spoed zich daartegen verzet.
In de memo staat niet dat klager is gehoord. Evenmin blijkt uit het dossier dat klager is gehoord. De beroepscommissie begrijpt dat de ochtenddienst ter plekke ondervond dat de stroom (nog) niet werkte, waardoor het dagprogramma niet kon worden opgestart. Daardoor moesten alle gedetineerden die verbleven op de locatie Maatschapslaan zo snel mogelijk hiervan op de hoogte worden gebracht. Gegeven deze omstandigheden is naar het oordeel van de beroepscommissie sprake van vereiste spoed die zich ertegen verzette dat klager werd gehoord, zoals bedoeld in artikel 57, derde lid, van de Pbw.
Naar het oordeel van de beroepscommissie is daarnaast de noodzaak voor de oplegging van de ordemaatregel aan klager voldoende aannemelijk geworden. Door de stroomstoring kon het dagprogramma van klager redelijkerwijs geen doorgang vinden. De beroepscommissie begrijpt dat de ordemaatregel niet langer heeft geduurd dan noodzakelijk, namelijk één dag (zo lang de storing duurde).
Gelet op het voorgaande en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, kan de beslissing van de directeur niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beroep daarom in zoverre ongegrond verklaren en de uitspraak van de beklagcommissie in zoverre bevestigen met wijziging van de gronden.
3. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie, inzake beklag b. met wijziging van de gronden.
Deze uitspraak is op gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. M. Iedema, voorzitter, mr. dr. R.S.T. Gaarthuis en drs. T.A. Venrooij, leden, bijgestaan door mr. S.J.S. Uiterweerd, secretaris.
secretaris voorzitter