Nummer 24/42794/GA
Betreft [klager]
Datum 23 juli 2026
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld naar aanleiding van een datalek van klagers persoonsgegevens op 3 november 2023.
De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Nieuwegein heeft op 8 augustus 2024 het beklag gegrond verklaard, maar daarbij aan klager geen tegemoetkoming toegekend (NM-2024-263). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
Klagers raadsman, mr. S.J. van Galen, heeft namens klager beroep ingesteld tegen het niet toekennen van een tegemoetkoming.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Nieuwegein (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De beoordeling
Klager heeft verzocht het beroep mondeling te mogen toelichten. De stukken bevatten voldoende informatie om het beroep te kunnen beoordelen. De beroepscommissie wijst het verzoek daarom af.
Voorts beklaagt klager zich over de procedure bij de beklagcommissie. Eventuele procedurefouten van de beklagcommissie zijn voor de behandeling van het beroep niet relevant, omdat het beklag – in dit geval beperkt tot de vraag of klager na een gegrond beklag in aanmerking had moeten komen voor een tegemoetkoming – in beroep opnieuw wordt beoordeeld. De beroepscommissie gaat hieraan daarom voorbij.
De beroepscommissie heeft het beroepschrift en de overige stukken in het dossier bestudeerd. Op basis van deze stukken kan de beroepscommissie zich vinden in het gemotiveerde oordeel van de beklagcommissie om geen tegemoetkoming aan klager toe te kennen. De beroepscommissie merkt hierbij nog op dat de tegemoetkoming niet is bedoeld als schadevergoeding. In dit laatste voorziet artikel 51b, eerste lid in verbinding met artikel 7f van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.
3. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie voor zover in beroep aan de orde en met aanvulling van de gronden.
Deze uitspraak is op 23 juli 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, mr. W.J.M. Fleskens en mr. J.J. Klomp, leden, bijgestaan door mr. R. Kokee, secretaris.
secretaris voorzitter