Nummer 25/47025/GA
Betreft [klager]
Datum 20 februari 2026
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen een disciplinaire straf van acht dagen opsluiting in een andere verblijfsruimte dan een strafcel, zonder televisie, vanwege het gebruik van een telefoon, ingaande op 7 februari 2025.
De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Sittard heeft op 26 februari 2025 het beklag ongegrond verklaard (G‑2025-126). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.
Klagers raadsvrouw, mr. S.N.M. Lousberg, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de PI Sittard (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
De beroepscommissie heeft schriftelijk vragen gesteld aan de directeur. De directeur heeft daar op 20 augustus 2025 op gereageerd. De beroepscommissie heeft deze reactie toegestuurd aan klager en zijn raadsvrouw om daarop binnen een gegeven termijn schriftelijk te reageren. Klagers raadsvrouw heeft gebruikgemaakt van deze mogelijkheid. Deze reactie heeft de beroepscommissie ter kennisgeving toegestuurd aan de directeur.
2. De beoordeling
De beroepscommissie heeft het beroepschrift en de overige stukken in het dossier bestudeerd. Op basis van deze stukken is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagrechter het beklag terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard. In aanvulling op de overwegingen van de beklagrechter overweegt de beroepscommissie als volgt.
Voor zover klager verwijst naar de European Prison Rules geldt dat deze internationale normen slechts aanbevelingen zijn en juridisch niet bindend. Ze missen daardoor algemeen verbindende kracht (vergelijk RSJ 8 mei 2023, 22/27654/GA).
Op 10 januari 2025 is een telefoon op afdeling C gevonden die is uitgelezen door het digitaal onderzoeksteam (DOT). Uit het schriftelijk verslag volgt dat op deze telefoon vijf telefoonnummers zijn aangetroffen die te relateren zijn aan persoonlijke relaties van klager. In verband met deze telefoon is aan klager op 7 februari 2025 een disciplinaire straf opgelegd van acht dagen opsluiting in eigen cel. In het hoorgesprek heeft klager ontkend dat hij gebruik heeft gemaakt van de telefoon. Hij heeft gesteld dat hij veel telefoonnummers van (vrijgezelle) dames vrijelijk deelde met medegedetineerden, waardoor deze nummers mogelijk op de telefoon terecht zijn gekomen. Weliswaar heeft de directeur de persoon of personen achter de betreffende telefoonnummers niet kunnen achterhalen, omdat de Telio-gegevens niet meer beschikbaar waren, maar uit de overgelegde melding van het Bureau Inlichtingen en Veiligheid blijkt dat deze telefoonnummers uitsluitend door klager zijn gebeld. De beroepscommissie acht klagers stelling dan ook niet aannemelijk.
Gelet hierop is naar het oordeel van de beroepscommissie voldoende aannemelijk geworden dat klager de aangetroffen telefoon heeft gebruikt voor contact met de buitenwereld. Daarmee heeft hij de orde en de veiligheid in de inrichting ernstig verstoord. Het gebruiken van een telefoon is aan te merken als strafwaardig gedrag. Tegen deze achtergrond kan de oplegging van de disciplinaire straf niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt.
Wat betreft de strafmaat toetst de beklagrechter deze slechts marginaal. Alleen daar waar sprake is van een kennelijk onredelijke strenge bestraffing dient te worden ingegrepen (zie RSJ 12 maart 2024, 23/34730/GA en RSJ 17 september 2020, R-20/6236/GA). Naar het oordeel van de beroepscommissie is de hoogte van de opgelegde straf – marginaal toetsend – niet onredelijk of onbillijk.
3. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter met aanvulling van de gronden.
Deze uitspraak is op 20 februari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter, mr. E.B.J. van Elden en drs. T.A. Venrooij, leden, bijgestaan door mr. S.J.S. Uiterweerd, secretaris.
secretaris voorzitter