Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/52261/GB, 17 februari 2026, beroep
Uitspraakdatum:17-02-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          25/52261/GB

Betreft [klager]

Datum 17 februari 2026

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft de (toenmalig) Minister van Justitie en Veiligheid (hierna: verweerder) op 28 augustus 2025 (door een goedgekeurd selectieadvies) verzocht om plaatsing in een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA).

Klagers raadsman, mr. A.S. Sewgobind, heeft namens klager beroep ingesteld tegen de (fictieve) weigering van verweerder om een beslissing te nemen op klagers verzoek.

Verweerder heeft op 13 november 2025 klagers verzoek toegewezen.

 

2. De beoordeling

Hoewel verweerder inmiddels op het verzoek heeft beslist, zal de beroepscommissie het beroep toch inhoudelijk beoordelen, omdat in beroep (tijdig) is verzocht om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen.

Op grond van artikel 18, derde lid, in verbinding met artikel 17, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet, dient verweerder binnen zes weken een beslissing te nemen op het ingediende verzoekschrift. Dit is niet gebeurd. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard. Nu inmiddels op het verzoek is beslist, zal verweerder niet worden opgedragen alsnog een beslissing te nemen op klagers verzoek.

Ten aanzien van het verzoek om een tegemoetkoming overweegt de beroepscommissie als volgt.

Hoewel het wenselijk is dat verweerder zo spoedig mogelijk op een verzoek beslist, verbindt de wet geen gevolgen aan het niet-tijdig nemen van een beslissing door verweerder. De beroepscommissie ziet slechts onder bijzondere omstandigheden aanleiding om enkel vanwege het niet-tijdig beslissen door verweerder een tegemoetkoming toe te kennen. Daarvan is naar het oordeel van de beroepscommissie in dit geval sprake, omdat klager op 28 augustus 2025 heeft verzocht om plaatsing in een BBA en verweerder pas op 13 november 2025 op dat verzoek heeft beslist, terwijl klager vanaf 20 oktober 2025 in aanmerking kwam voor plaatsing in een BBA. Nu klager vanaf 20 oktober 2025 tot en met 13 november 2025 ten onrechte niet in een BBA is geplaatst, zal de beroepscommissie aan klager een tegemoetkoming toekennen van €100,-.

 

 

3. uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond. Zij kent klager een tegemoetkoming toe van €100,-.

 

Deze uitspraak is op 17 februari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. C. Fetter, voorzitter, mr. F.H.J. van Gaal en mr. F. Sieders, leden, bijgestaan door mr. M. Olde Keizer, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven