Nummer 24/41343/GA
Betreft [klager]
Datum 16 februari 2026
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen een disciplinaire straf van vijf dagen opsluiting in een andere verblijfsruimte dan een strafcel, zonder televisie, vanwege een positieve uitslag van een herhalingsonderzoek urinecontrole op cannabis, ingaande op 28 maart 2024.
De beroepscommissie beschikt niet over een schriftelijke aantekening van de mondelinge uitspraak of de uitgewerkte uitspraak van de beklagcommissie. Zij maakt uit het beroepschrift op dat de beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Almelo op 11 juni 2024 het beklag ongegrond heeft verklaard (KA-2024-164).
Klagers raadsman, mr. P.T.P. van der Made, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Almelo (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
De disciplinaire straf is in strijd met de wet opgelegd. Klager heeft verzocht om 24 uur bedenktijd voor een herhalingsonderzoek (de beroepscommissie begrijpt, gelet op de hieronder beschreven uitleg van beide onderzoeken: voor een bevestigingsonderzoek). Hij heeft dat gedaan in een gesprek met de rapporteur, door het luikje van zijn cel. In plaats van bedenktijd is aan klager een disciplinaire straf opgelegd. Uit de onderliggende stukken kan niet worden opgemaakt dat klager zou hebben gezegd dat hij zijn rapport pakt. De woorden ‘pakt zijn rapport’ moeten worden begrepen als woorden van de rapporteur. Er had tenminste mogen worden verwacht dat de directeur navraag zou doen bij de rapporteur, maar dat is niet gebeurd. Daarmee is de verklaring van klager onvoldoende onderbouwd weersproken, zodat moet worden uitgegaan van zijn verklaring. Dat is ten onrechte niet erkend door de beklagcommissie.
Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.
Standpunt van de directeur
De directeur heeft uitgelegd dat een herhalingsonderzoek inhoudt dat onderzoek wordt uitgevoerd op het tweede urinemonster en dat een bevestigingsonderzoek inhoudt dat hernieuwd onderzoek wordt uitgevoerd op het eerste urinemonster.
Op 19 maart 2024 is bij klager een urinecontrole afgenomen. Het resultaat van het onderzoek was een positieve score op cannabis. Dit is aan klager meegedeeld, waarna hij op 26 maart 2024 een herhalingsonderzoek heeft aangevraagd. De uitslag van dit herhalingsonderzoek is op 28 maart 2024 binnengekomen en aan klager meegedeeld. De stelling van klager dat hem geen bedenktijd is gegund voorafgaand aan een herhalingsonderzoek is dan ook niet juist. Toen aan klager de uitslag van het herhalingsonderzoek is medegedeeld, heeft klager te kennen gegeven zijn rapport te pakken. Daarmee was het voor de directeur voldoende duidelijk dat klager berustte in het schriftelijk rapport en afzag van zijn bedenktijd (en het recht op een bevestigingsonderzoek). Er is geen reden om te twijfelen aan de inhoud van het schriftelijk rapport.
3. De beoordeling
In artikel 67, zesde lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) is bepaald dat indien de beklagcommissie mondeling uitspraak heeft gedaan en beroep wordt ingesteld, als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Pbw, uitwerking van de beslissing van de beklagcommissie plaatsvindt. De secretaris van de beklagcommissie zendt een afschrift van deze uitspraak toe aan de directeur, de klager en de beroepscommissie. Tot op heden is van de beklagcommissie, ondanks herhaalde verzoeken daartoe, geen uitgewerkte uitspraak van de mondelinge beslissing ontvangen. Daarom zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag in beroep opnieuw ten gronde beoordelen.
Wet- en regelgeving
Uit artikel 7, derde lid, van de Regeling Urinecontrole penitentiaire inrichtingen (hierna: de Regeling) volgt dat klager binnen 24 uur na kennisneming van de uitslag van het herhalingsonderzoek een verzoek voor een bevestigingsonderzoek bij de directeur moet indienen. Indien het gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is vastgesteld kan aan de gedetineerde een disciplinaire straf worden opgelegd (artikel 8, eerste lid, van de Regeling). Ingevolge het derde lid van het laatstgenoemde artikel van de Regeling wordt de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf opgeschort in afwachting van de uitslag van een herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek.
Inhoudelijke beoordeling van het beklag
In het schriftelijk rapport staat vermeld: ‘De uitslag van dit herhaalonderzoek was Cannabis 169 POS. Hierop pakt betrokkene zijn rapport’. Volgens de directeur heeft klager hiermee afgezien van zijn bedenktijd. Klager stelt in zijn klaagschrift dat hij nog recht had op 24 uur bedenktijd. Volgens klager heeft de inrichtingsmedewerker namelijk tegen hem gezegd dat hij kon kiezen, of €95,- betalen of direct een rapport. De bedenktijd is hem dus ontnomen.
De beroepscommissie merkt op dat de Regeling de term ‘bedenktijd’ niet vermeldt. De termijn van 24 uur als bedoeld in artikel 6, derde lid, en artikel 7, derde lid, van de Regeling ziet op de situatie dat een gedetineerde na kennisname van de uitslag van de eerste analyse respectievelijk het herhalingsonderzoek binnen deze termijn een schriftelijk verzoek om een herhalingsonderzoek respectievelijk bevestigingsonderzoek bij de directeur indient. De beroepscommissie overweegt – anders dan zij heeft overwogen in onder meer RSJ 21 april 2020, R‑19/3695/GA, en RSJ 1 april 2016, 15/3664/GA – dat dit niet inhoudt dat de directeur 24 uur moet wachten alvorens hij een disciplinaire straf oplegt; de zogenaamde ‘bedenktijd’. De directeur kan namelijk direct nadat gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is geconstateerd op grond van een positieve uitslag bij de eerste analyse een disciplinaire straf opleggen (artikel 8, eerste lid, van de Regeling).
Als de gedetineerde vervolgens binnen 24 uur verzoekt om een herhalingsonderzoek of een bevestigingsonderzoek, dan is het gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen (alsnog) niet vastgesteld en dient de tenuitvoerlegging van de straf te worden opgeschort op grond van artikel 8, derde lid en onder a, van de Regeling. Een positieve uitslag bij de eerste analyse kan wel een zwaarwegende aanwijzing betreffen dat de gedetineerde gedragsbeïnvloedende middelen heeft gebruikt (Stcrt. 2 juni 1999, nr. 128, p. 8).
Het staat de directeur vrij om de termijn van (twee keer) 24 uur af te wachten voordat er een disciplinaire straf wordt opgelegd, maar dat is dus niet wettelijk voorgeschreven. Er is dus geen sprake van strijd met de Regeling als de directeur direct overgaat tot oplegging van een disciplinaire straf als het gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen op grond van de uitslag bij de eerste analyse is geconstateerd.
In dit geval heeft klager positief gescoord op cannabis bij zowel de eerste analyse van de urinecontrole als bij het herhalingsonderzoek. Hij heeft daarnaast niet binnen 24 uur een verzoek om een bevestigingsonderzoek ingediend bij de directeur. Daarmee is het gebruik van cannabis vastgesteld en heeft de directeur in redelijkheid en billijkheid de disciplinaire straf kunnen opleggen. Gelet hierop zal de beroepscommissie het beklag ongegrond verklaren.
4. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag ongegrond.
Deze uitspraak is op 16 februari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. M. Iedema, voorzitter, mr. S.M. Krans en mr. A.M.G. Smit, leden, bijgestaan door
mr. S.J.S. Uiterweerd, secretaris.
secretaris voorzitter