Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/45336/GA, 6 februari 2026, beroep
Uitspraakdatum:06-02-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/45336/GA

Betreft  [klager]

Datum  6 februari 2026

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van de directeur van de Penitentiaire Inrichtingen (PI) Zwolle (hierna: de directeur)

 

1. De procedure

[klager] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om via beeldbellen aanwezig te zijn bij de echografie(ën) van zijn ongeboren kind.

De beklagcommissie bij de PI Zwolle heeft op 16 december 2024 het beklag gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend in de vorm van een ‘bezoekmoment’ aan de verloskundige via beeldbellen (Z1-2024-610). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft een juridisch medewerker bij de PI Zwolle en mr. E.M.J.W. Jaspar, waarnemer van klagers raadsman mr. K. Moors, gehoord op de zitting van 9 december 2025 in de PI Achterhoek te Zutphen.

De beroepscommissie heeft vervoer voor klager geregeld, zodat hij op de zitting kon worden gehoord. Klager heeft aangegeven dat hij geen gebruik wilde maken van deze mogelijkheid.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

Gedetineerden hebben recht op het verzenden en ontvangen van post, het ontvangen van bezoek en het voeren van telefoongesprekken. Beeldbellen wordt niet genoemd in de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Het is dan ook geen recht, maar een gunst. Beeldbellen brengt bepaalde veiligheidsrisico’s met zich. Het uitgangspunt is dan ook: ‘nee, tenzij’. Het kan worden toegekend aan gedetineerden die vrijwel geen fysiek bezoek kunnen ontvangen of bij zeer belangrijke gebeurtenissen in de persoonlijke levenssfeer zoals sterfte. Zo heeft klager eerder al eens gebruik mogen maken van beeldbellen toen hij een goede vriend had verloren. Tegen de regels in zijn er toen ook andere mensen in beeld gekomen.

Het is aan de directeur om per individueel geval te bepalen of iemand in aanmerking komt voor beeldbellen. Dit behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de directeur. De beklagcommissie mag alleen marginaal en terughoudend toetsen. Alleen daar waar sprake is van een kennelijk onredelijk besluit, mag de beklagcommissie tot gegrondverklaring overgaan.

Klager heeft geen redenen van medische, psychologische of sociale aard aangedragen bij zijn verzoek om te beeldbellen. Ook heeft klager geen stukken ter onderbouwing van zijn verzoek aangeleverd zoals een toestemmingsverklaring van de verloskundige of een akte van erkenning. Het is aan klager om zijn verzoek te onderbouwen, maar dat heeft hij nagelaten. Voorafgaand aan de beslissing is een belangenafweging gemaakt. Klager maakt gebruik van alle mogelijkheden tot contact met de buitenwereld die de Pbw biedt. Er zijn geen zwaarwegende redenen waarom klager de echo zou moeten bijwonen. Daarbij worden van de echo foto’s gemaakt die klager later alsnog kan bekijken.

Standpunt van klager

Klager stelt dat hem mondeling zou zijn toegezegd dat beeldbellen voor hem zou worden gefaciliteerd. Het bevreemdt klager dan ook dat hem vervolgens verweten wordt dat hij geen nadere documenten heeft aangeleverd. De inrichting was ervan op de hoogte dat klager een kind verwachtte en er waren wel degelijk stukken aanwezig die dat konden bevestigen. De 13 en 20 wekenecho’s zijn belangrijke echo’s waarbij de medische gesteldheid van de ongeboren vrucht wordt gecontroleerd. Dat had mee moeten wegen in de belangenafweging. Aangezien de belangenafweging niet op schrift is gesteld maar mondeling heeft plaatsgevonden, kan die niet getoetst worden. Voorts had de directeur onderzoek moeten verrichten naar alternatieven en daarbij mag een verzoek tot beeldbellen niet te snel worden afgewezen. Hierbij wordt verwezen naar RSJ 8 juli 2013, 13/0351/GA en RSJ 3 oktober 2019, R‑19/2840/GA.

Op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) mag het recht op familieleven alleen beperkt worden indien dit noodzakelijk is. Nu de afwijzing van klagers verzoek om via beeldbellen aanwezig te mogen zijn bij de echografie van zijn ongeboren kind niet noodzakelijk was, is zijn recht op familieleven geschonden.

 

3. De beoordeling

Uit de Memo Beleidskader Beeld Bellen Justitiabelen van 14 april 2023 en de Memo Werkwijze en voorwaarden Beeld Bellen Justitiabelen van 14 november 2023 volgt dat beeldbellen een andere mogelijkheid geeft tot contact met de buitenwereld. Het was oorspronkelijk bedoeld als middel om in te zetten wanneer fysiek bezoek onmogelijk was. Omdat beeldbellen bepaalde veiligheidsrisico’s met zich brengt, is het beleidskader aangescherpt en is het beeldbellen teruggebracht naar een middel dat uitsluitend onder bepaalde voorwaarden kan worden ingezet. Het uitgangspunt is dan ook ‘nee, tenzij…’ geworden.

Klager heeft een mondeling verzoek gedaan om via beeldbellen bij de echografie(ën) van zijn ongeboren kind te mogen zijn. Klagers verzoek is op 20 augustus 2024 en 3 september 2024 in het multidisciplinair overleg besproken. Op 6 september 2024 is de afwijzing van klagers verzoek door de casemanager aan hem medegedeeld en toegelicht.

De beroepscommissie begrijpt dat het moeilijk moet zijn voor klager om – vanwege de beperkingen die een detentie met zich brengt – het grootste gedeelte van de zwangerschap van zijn partner te moeten missen. De beroepscommissie begrijpt ook dat de 13 en 20 wekenecho’s belangrijke echo’s zijn. Dit leidt echter niet zonder meer tot de conclusie dat klagers digitale aanwezigheid daarbij ook noodzakelijk is. Het is aan klager om zijn beroep op bovengenoemde ‘tenzij-clausule’ gemotiveerd te onderbouwen. Klager heeft echter niet (met stukken) aangevoerd waarom zijn aanwezigheid bij de echografie(ën) noodzakelijk was. Ook ter zitting is niets anders aangevoerd dan de algemene stelling dat de 13 en 20 wekenecho’s belangrijke echo’s zijn waarbij de medische gesteldheid van de ongeboren vrucht wordt gecontroleerd.

Anders dan de beklagcommissie, is de beroepscommissie van oordeel dat de directeur zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd. De beroepscommissie volgt klager niet in zijn stelling dat de belangenafweging niet getoetst kan worden omdat deze niet op schrift is gesteld. De door de directeur gemaakte belangenafweging is voldoende inzichtelijk en uit de wet volgt niet dat een dergelijke afwijzing op schrift moet worden gesteld.

Ten aanzien van klagers beroep op artikel 8 van het EVRM overweegt de beroepscommissie dat detentie onvermijdelijk nadelige gevolgen heeft voor het kunnen uitoefenen van het familie- en gezinsleven. Klager kan overigens de foto’s van de echo’s later bekijken. Het niet kunnen bijwonen van de echografie(ën) van het ongeboren kind via beeldbellen levert in dit geval dan ook geen strijd op met het recht op familie- en gezinsleven, zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM.

Gelet op het voorgaande en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, kan de beslissing van de directeur niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beroep van de directeur daarom gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog ongegrond verklaren.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

 

Deze uitspraak is op 6 februari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, F. van Dekken en mr. F.H.J. van Gaal, leden, bijgestaan door mr. M.S. Ferenczy, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven