Nummer 25/52700/GA
Betreft [klager]
Datum 10 februari 2026
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen de beslissing van 26 juni 2025 tot plaatsing op de Afdeling Intensief Toezicht.
De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Arnhem heeft op 20 oktober 2025 het beklag ongegrond verklaard (A-2025-425). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
Klagers raadsvrouw, mr. B.M. Loef, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, mr. M. de Reus, waarnemer van zijn raadsvrouw, de plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de PI Arnhem en een juridisch medewerker bij de PI Arnhem gehoord op de digitale zitting van 13 januari 2026.
2. De beoordeling
Het GRIP-rapport, tevens ambtsbericht
In het rapport van het Gedetineerden Recherche Informatiepunt (GRIP) van 20 juni 2025 staat dat uit een in Nederland onder leiding van een officier van justitie lopend opsporingsonderzoek blijkt dat klager in de PI Nieuwegein gebruik kon maken van een mobiele telefoon en dat hij zijn criminele handelen, bestaande uit bedreigingen, voortzet. Uit onderzoek is ook gebleken dat hij mensen buiten de inrichting benadert, zodat hij zijn criminele handelen kan voortzetten.
In het rapport staat dat de verstrekte informatie is uitgegeven onder gezag van de bevoegde criminele inlichtingen officier van justitie (CI-officier). Het rapport kan ‘voor zover het gaat om zogenoemde afgeschermde informatie worden aangemerkt als een ambtsbericht zoals bedoeld in de GRIP-circulaire van
13 april 2016’, aldus het rapport.
De GRIP-circulaire over ambtsberichten
Volgens de GRIP-circulaire zal het GRIP zoveel als mogelijk de aard en herkomst van informatie in een rapport vermelden, zodat een beslissing die de directeur op basis van de informatie neemt, getoetst kan worden in beklag en beroep. In sommige gevallen zal de herkomst en precieze aard van de informatie geheel of gedeeltelijk moeten worden afgeschermd, bijvoorbeeld daar waar het gaat om informatie uit een lopend opsporingsonderzoek. Het kan voorkomen dat de aard en herkomst van de informatie zodanig moet worden afgeschermd, dat een beslissing van de directeur in beklag of beroep redelijkerwijs niet kan worden gedragen door de rapportage. In zo’n geval zal de zaaksofficier of de CI-officier de onderliggende informatie toetsen op:
-
actualiteit;
-
betrouwbaarheid (als het om criminele inlichtingen gaat; waarbij hij de toegekende codering betrekt);
-
concreetheid;
-
volledigheid (voor zover mogelijk); en
-
de rechtmatigheid van de informatieverkrijging (als daarover twijfel of onduidelijkheid bestaat).
De landelijk officier van justitie belast met GRIP-zaken zorgt ervoor dat de uitkomst van de toetsing door hemzelf (of door zijn tussenkomst) wordt vastgelegd in een schriftelijk en gedagtekend ambtsbericht. Het ambtsbericht wordt (door tussenkomst van het GRIP) toegestuurd naar de directeur van de inrichting. In het ambtsbericht wordt vermeld dat er sprake is van een concreet (en verhoogd) veiligheidsrisico en, waar mogelijk, de redenen daarvan. Er kan een advies worden gegeven tot het treffen van bepaalde maatregelen.
Het oordeel van de beroepscommissie over het GRIP-rapport en ambtsbericht
De beroepscommissie is van oordeel dat de GRIP-circulaire niet uitsluit dat een GRIP-rapport tevens het ambtsbericht omvat, zoals in dit geval. Het rapport is immers schriftelijk en gedagtekend. Zij is ook van oordeel dat in dit geval uit het GRIP-rapport voldoende duidelijk wordt dat de (deels afgeschermde) informatie door de CI-officier is getoetst op in ieder geval actualiteit, betrouwbaarheid en concreetheid. Uit het rapport volgt het concrete en verhoogde veiligheidsrisico op voortgezet crimineel handelen.
De inhoudelijke beoordeling
De beroepscommissie heeft het beroepschrift en de overige stukken in het dossier bestudeerd. Op basis van deze stukken en van wat ter zitting is besproken, is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagcommissie het beklag terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.
3. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie met aanvulling van de gronden.
Deze uitspraak is op 10 februari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, drs. T.A. Venrooij en mr. S.C.M. Wouda-van Velzen, leden, bijgestaan door mr. A. Laagland, secretaris.
secretaris voorzitter