Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/45146/GA, 16 februari 2026, beroep
Uitspraakdatum:16-02-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/45146/GA

Betreft [klager]

Datum 16 februari 2026

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen de weigering hem een stichting op te laten richten.

De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught heeft op 3 december 2024 het beklag ongegrond verklaard (VU 2023/2121). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klagers raadsman, mr. H. Külcü, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Vught in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De beoordeling

Toetsingskader

Artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM):

1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vergadering en op vrijheid van vereniging, met inbegrip van het recht met anderen vakverenigingen op te richten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten voor de bescherming van zijn belangen.

2. De uitoefening van deze rechten mag aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. […]

Artikel 22 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR):

1. Een ieder heeft het recht op vrijheid van vereniging, met inbegrip van het recht vakverenigingen op te richten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten voor de bescherming van zijn belangen.

2. De uitoefening van dit recht kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die, welke bij de wet zijn voorgeschreven en die in een democratische samenleving geboden zijn in het belang van de nationale veiligheid of de openbare veiligheid, de openbare orde, de bescherming van de volksgezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 8 van de Grondwet:

Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde.

Artikel 9 van de Grondwet:

1. Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Artikel 74 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw):

De directeur draagt zorg voor een regelmatig overleg met gedetineerden over zaken die rechtstreeks de detentie raken.

In de memorie van toelichting op artikel 74 van de Pbw (Kamerstukken II, 1994/95, 24 263, nr. 3, p. 95) staat dat de directeur hiermee wordt opgedragen regelmatig met gedetineerden, dan wel een vertegenwoordiging van hen, overleg te voeren over zaken die hen raken, als het gaat om hun verblijf in de inrichting. De wijze waarop de directeur hieraan vorm geeft zal door de aard van de inrichting en haar populatie worden bepaald. In de meeste gesloten inrichtingen functioneren ook al langer gedetineerdencommissies. Ook voor minder gestructureerde vormen van overleg kan worden gekozen, aldus de wetsgeschiedenis.

In HR 25 juni 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4415, heeft de Hoge Raad ten aanzien van de artikelen 11, tweede lid, van het EVRM en 22, tweede lid, van het IVBPR overwogen dat een beperking van deze bepalingen niet alleen rechtens toelaatbaar is als een “wet in materiele zin met zoveel woorden daarin voorziet”, maar dat deze bepalingen ook toelaten dat de uitoefening van het grondrecht wordt beperkt door een beschikking van een uitvoerende autoriteit, mits deze tot het nemen van die beschikking rechtens bevoegd was (en mits die beschikking voldoet aan de verdere in de artikelen gestelde vereisten).Ten aanzien van artikel 9 van de Grondwet heeft de Hoge Raad in datzelfde arrest overwogen dat “ook voor die bepaling moet worden aanvaard dat degenen aan wie rechtmatig hun vrijheid is ontnomen, door een beschikking van de daartoe krachtens voornoemde wettelijke bepalingen bevoegde directeur […] kunnen worden beperkt in de uitoefening van hun grondrecht voor zover die uitoefening zich niet met de vrijheidsbeneming verdraagt”. Ook is overwogen dat de bovengenoemde verdragsbepalingen toelaten dat rekening wordt gehouden met de normale en redelijke eisen die de gevangenhouding stelt.

 

Beperking van het recht op vrijheid van vergadering en vereniging

De directeur heeft klager geweigerd hem een stichting te laten oprichten in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI), in verband met de handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting. Namens klager is aangevoerd dat deze beslissing in strijd is met artikel 11 van het EVRM, artikel 22 van het IVBPR en artikel 8 en 9 van de Grondwet.

De vraag is of de beperking van het recht op vrijheid van vergadering en vereniging bij wet is voorzien en noodzakelijk is met het oog op (een van) de daarin genoemde belangen. Tegen de achtergrond van de hiervoor geschetste (internationale) regels en rechtspraak – en met inachtneming van het grondwettelijk verbod om wetten in formele zin zoals de Pbw te toetsen aan de Grondwet – overweegt de beroepscommissie als volgt. 

 

Bij wet voorzien

In de Pbw is niet (expliciet) voorzien in een beperking op het recht op vrijheid van vergadering en vereniging. Wel is in artikel 5, eerste lid, van de Pbw in samenhang met artikel 2 van de Regeling model huisregels EBI bepaald dat de directeur, in aanvulling op de bij of krachtens de wet gegeven regels, met inachtneming van het model opgenomen en de daarbij gegeven aanwijzingen, huisregels vaststelt voor de EBI.

In paragraaf 5 ‘Gedetineerdencommissie’ van de huisregels van de EBI, waarin wordt verwezen naar artikel 74 van de Pbw, is bepaald:

“Met het oog op de handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting, is er in de EBI geen Gedetineerdencommissie (Gedeco) aanwezig. Indien u daar om verzoekt, wordt u op individuele basis in de gelegenheid gesteld onderwerpen betreffende de gang van zaken in de EBI met de directeur te bespreken. Wanneer u bepaalde zaken wilt bespreken, bestaat de mogelijkheid om een verzoekbriefje in te vullen en een gesprek aan te vragen met de directeur of het afdelingshoofd”.

De beroepscommissie is van oordeel dat artikel 5, eerste lid, van de Pbw en artikel 2 van de Regeling model huisregels EBI, in samenhang met paragraaf 5 van de huisregels van de EBI, voorziet in een beperking van het recht op vrijheid van vergadering en vereniging bij wet in materiële zin. Die beperking is niet met zoveel woorden vastgelegd, maar volgens het bovengenoemde arrest van 25 juni 1982 van de Hoge Raad is dat ook niet altijd nodig en kan een beperking ook rechtens toelaatbaar zijn door middel van een beschikking van een bevoegde uitvoerende autoriteit. Naar het oordeel van de beroepscommissie is hiervan in dit geval sprake, nu de directeur – die op grond van artikel 3, derde lid, van de Pbw is belast met het beheer van de inrichting en op grond van artikel 5, derde lid, van de Pbw bevelen aan gedetineerden kan geven – bevoegd was een beslissing (beschikking) te nemen op klagers verzoek een stichting op te mogen richten en hem daarmee te beperken in zijn recht op vrijheid van vergadering en vereniging.

 

Noodzakelijk in een democratische samenleving

De beroepscommissie overweegt dat de detentiecontext en het individuele regime in de EBI beperkingen met zich meebrengen voor de rechten van gedetineerden. Een stichting in de EBI kan bovendien inhouden dat gedetineerden in de EBI onderling contact hebben, dat verdergaat dan de aard van het individuele regime in de EBI toelaat. Daarbij heeft klager, op grond van de huisregels van de EBI, de mogelijkheid om op individuele basis onderwerpen over de gang van zaken in de EBI aan te kaarten. Gelet op het feit dat klager in de EBI verblijft waar hij vanuit veiligheidsoverwegingen wordt beperkt in zijn contact met medegedetineerden – in wiens belang hij de stichting wil oprichten, zo heeft hij toegelicht –, is de beroepscommissie van oordeel dat de weigering hem een stichting te laten oprichten een gerechtvaardigde beperking oplevert van zijn recht op vrijheid van vergadering en vereniging. De beperking is gerechtvaardigd in het belang van (in ieder geval) het voorkomen van wanordelijkheden, de openbare orde en de openbare veiligheid.

 

Motivering van de beslissing

Verder heeft de directeur naar het oordeel van de beroepscommissie voldoende gemotiveerd waarom klager is geweigerd om een stichting op te (laten) richten ten behoeve van de gedetineerden in de EBI, in het belang van de handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting en een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. Daarbij komt dat niet is gebleken wat klagers belang is bij het mogen oprichten van de stichting. Zowel in beklag als in beroep heeft hij – of zijn raadsman namens hem – hierover geen enkele toelichting gegeven.

 

Conclusie

Naar het oordeel van de beroepscommissie is sprake van een beperking van klagers recht op vrijheid van vergadering en vereniging die bij wet is voorzien en die noodzakelijk is in een democratische samenleving met het oog op een of meerdere van de belangen als genoemd in artikel 11 van het EVRM en artikel 22 van het IVBPR. De beroepscommissie is daarbij van oordeel dat de beslissing van de directeur niet onredelijk of onbillijk is. De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren en de uitspraak van de beklagrechter bevestigen met aanvulling van de gronden.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter met aanvulling van de gronden.

 

Deze uitspraak is op 16 februari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, mr. S.M. Krans en mr. R.A.E. van Noort, leden, bijgestaan door de secretaris.

   

 

  voorzitter

Naar boven