Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/45410/GA, 29 juli 2026, beroep
Uitspraakdatum:29-07-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/45410/GA

Betreft  [klager]

Datum  29 juli 2026

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld, omdat de psychiater hem hardhandig bij zijn arm heeft vastgepakt.

De beklagrechter bij het Pieter Baan Centrum (PBC) te Almere heeft op 19 december 2024 het beklag ongegrond verklaard (PB2024-24). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klagers raadsvrouw, mr. A. van Wijk, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van het PBC (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De beoordeling

Indien en voor zover klager heeft verzocht om twee medegedetineerden als getuigen te horen, onder wie ene “Rico”, geldt dat de stukken voldoende informatie bevatten om het beroep te kunnen beoordelen. De beroepscommissie wijst het verzoek daarom af.

De beroepscommissie overweegt dat het beklag – dat gaat over het handelen van een psychiater – een medische klacht betreft. Klager had in dit geval de medische beklagprocedure kunnen volgen zoals opgenomen in artikel 71b en verder van de Penitentiaire beginselenwet. Die procedure begint met een poging om te bemiddelen terzake van de klacht.

De beklagrechter heeft zich onterecht (impliciet) bevoegd verklaard om van het beklag kennis te nemen door het beklag ongegrond te verklaren. Daarom zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagrechter vernietigen.

De beroepscommissie kiest er in dit geval niet voor om het beklag door te sturen naar de Medisch Adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (klager verblijft niet meer in het PBC). Het beklag van klager ziet namelijk op bejegening van een medisch personeelslid. Daarover kan via het medisch klachtrecht niet worden geklaagd (zie bijvoorbeeld RSJ 15 april 2021, R-20/7046/GM en RSJ 12 augustus 2021, R-20/8469/GM).

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en bepaalt dat de beklagrechter zich onbevoegd had moeten verklaren het beklag in behandeling te nemen.

 

Deze uitspraak is op 29 juli 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. R.A.E. van Noort, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. W.J.M. Fleskens, leden, bijgestaan door mr. M.G. Bikker, secretaris.

 

secretaris                                                                                voorzitter

Naar boven