Nummer 25/51265/GA
Betreft [klager]
Datum 18 februari 2026
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen de maatregelen die hem op 14 juli 2025 zijn opgelegd vanwege zijn status als gedetineerde met een vlucht-/maatschappelijk risico (GVM‑maatregelen).
De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Krimpen aan den IJssel heeft klager op 10 september 2025 niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag (IJ-2025-1063). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
Klagers raadsman, mr. M. Rafik, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de PI Krimpen aan den IJssel, gehoord op de digitale zitting van 13 januari 2026.
2. De beoordeling
Ontvankelijkheid van klager in beklag
De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij tijdens de beklagzitting op vragen van de beklagcommissie aangaf dat zijn beklag zag op de opgelegde GVM-status. Aangezien klagers advocaat een aanvullend klaagschrift had ingediend tegen de GVM-maatregelen en klager tijdens de beklagzitting niet werd bijgestaan door zijn advocaat, zal de beroepscommissie het beklag in dit geval echter opvatten als (uitsluitend) gericht tegen de GVM-maatregelen. Dit is een beslissing die vatbaar is voor beklag.
Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog ontvankelijk verklaren in het beklag. De beroepscommissie zal het beklag als eerste en enige instantie inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijke beoordeling van het beklag
Klager is op 10 juni 2025 van de Terroristenafdeling (TA) in de PI Vught overgeplaatst naar een reguliere gevangenisafdeling in de PI Krimpen aan den IJssel. Op 9 juli 2025 is klager besproken in het Operationeel Overleg (OO) en is besloten om zijn GVM-status ‘hoog’ te handhaven op basis van de indicatie ‘radicalisering’. De directeur heeft op 14 juli 2025 aan klager de volgende GVM-maatregelen opgelegd:
-
opnemen, afluisteren, vertalen van gesprekken tijdens bezoek en indien nodig zenden aan het Gedetineerden Recherche Informatiepunt (GRIP);
-
personeel houdt toezicht op belduur van maximaal tien minuten per dag;
-
opnemen, afluisteren en indien nodig vertalen van telefoongesprekken;
-
opgenomen gesprekken indien nodig toezenden aan het GRIP;
-
inhoudelijke controle, kopiëren en indien nodig toezenden van brieven/poststukken aan het GRIP;
-
uitgebreide celinspectie: één keer per maand;
-
geen aanstelling in speciale baantjes;
-
geen plaatsing in een meerpersoonscel;
-
opmaak van een dagelijkse rapportage.
De directeur heeft genoemde GVM-maatregelen opgelegd om klager op de reguliere gevangenisafdeling nog een periode te kunnen monitoren. Zij heeft klagers goede gedrag en inzet voor zijn resocialisatie in de gemaakte belangenafweging meegenomen. De directeur heeft daarom minder maatregelen opgelegd dan voor de directeur gebruikelijk en aangegeven na drie maanden te kijken naar versoepeling.
De beroepscommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid het samenhangende pakket aan maatregelen heeft kunnen opleggen, gelet op de beschikbare informatie over de indicatie radicalisering. De directeur heeft voldoende gemotiveerd waarom het van belang was om klagers gedrag op een reguliere afdeling met veel meer gedetineerden en met meer vrijheden nog een periode te monitoren. De reclassering schatte de risico’s rondom klager in als laag en volgens deskundigen van Nuance door Training & Advies is er geen sprake van radicaal extremistisch gedachtegoed bij hem. Klager kwam echter net van de TA waar een individueel regime geldt en volgens het rapport van het Gedetineerden Recherche Informatiepunt (GRIP) wordt hij verdacht van betrokkenheid bij een terroristische organisatie, waarvoor hij in eerste aanleg ook is veroordeeld. De beroepscommissie overweegt dat volgens de GVM-circulaire (van 8 juli 2021) in beginsel elke gedetineerde die uitstroomt uit de TA de GVM-status hoog krijgt. De directeur heeft naar het oordeel van de beroepscommissie een begrijpelijke belangenafweging gemaakt. Klager is uiteindelijk na drie maanden (tussentijds) voorgedragen voor bespreking in het OO en daarna zijn de maatregelen beëindigd.
Gelet op het voorgaande en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, kan de beslissing van de directeur niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beklag daarom ongegrond verklaren.
3. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag, maar verklaart dit beklag ongegrond.
Deze uitspraak is op 18 februari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, drs. T.A. Venrooij en mr. S.C.M. Wouda-van Velzen, leden, bijgestaan door mr. A. Laagland, secretaris.
secretaris voorzitter