Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/46157/GA, 16 februari 2026, beroep
Uitspraakdatum:16-02-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          25/46157/GA

Betreft  [klager]

Datum  16 februari 2026

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen de inbeslagname van zijn T-shirt met de tekst ‘Free Palestina’.

De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Heerhugowaard heeft op 21 januari 2025 het beklag ongegrond verklaard (ZB‑2024‑733). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klager heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw mr. H.L. Hendriks, de plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de PI Heerhugowaard (hierna: de directeur) en een juridisch medewerker van de PI Heerhugowaard, gehoord op de zitting van 17 december 2025 in het Justitieel Complex Zaanstad. Mr. P.L. Kraaijenbrink, secretaris, was als toehoorder aanwezig.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Klager persisteert bij zijn ingediende klaagschrift.

Klager heeft het recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht wordt nu geschaad. Ook heeft hij het recht op het dragen van zijn eigen kleding in detentie (artikel 44 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw)). In voornoemd artikel zijn beperkingen te lezen op het recht op vrijheid van meningsuiting, aangezien niet alle kleding is toegestaan. Kleding is toegestaan, tenzij het gevaar oplevert voor de orde of de veiligheid in de inrichting. In de memorie van toelichting bij de Pbw worden ter illustratie schoenen met harde noppen genoemd. Ook wordt ter illustratie verwezen naar de omstandigheid dat in het inrichtingsziekenhuis bepaalde nachtkleding gedragen dient te worden in verband met gezondheidsvoorschriften. Hieruit kan worden afgeleid dat het de veiligheid letterlijk moet raken.

Er wordt gesteld dat het T-shirt mogelijk onrust kan veroorzaken. Klager heeft het T-shirt al een jaar in zijn bezit en droeg hem sindsdien regelmatig (meerdere keren per week). Hier is eerder niks over gezegd. Daarnaast stelt de directeur dat de onrust in Amsterdam voor de inbeslagname heeft gezorgd. Dan kunnen ook T-shirts van Feyenoord en Ajax in beslag worden genomen. De onrust in Amsterdam is voorbij en er is een ‘staakt-het-vuren’ in Palestina.

De uitspraak RSJ 19 oktober 2015, 15/1287/GA zag op de inbeslagname van een T-shirt met het embleem van de motorclub Satudarah. De beroepscommissie heeft daarin overwogen dat de directeur niet aannemelijk heeft gemaakt dat het T-shirt een gevaar kan opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting. Gelet op het feit dat zo’n T-shirt mag worden gedragen, is niet duidelijk waarom een T-shirt met ‘Free-Palestina’ niet mag worden gedragen. Dit betreft immers enkel een steunbetuiging aan het Palestijnse volk. Het is geen haatbetuiging. De tekst wordt ook in de vrije maatschappij gebruikt bij demonstraties op straat. Het T-shirt zorgt dus niet voor gevaar.

Daarbij komt dat het ook anders had kunnen worden opgelost. Als de directeur naar klager toe was gekomen en had gezegd dat hij het T-shirt alleen op zijn cel mag dragen, dan was klager daarmee akkoord gegaan.

Standpunt van de directeur

Klager stelt dat het T-shirt een steunbetuiging betreft voor een volk dat in oorlog is. Hiermee wordt een politiek statement gemaakt. Het is van belang politiek buiten de inrichting te houden. Als er ruimte wordt gegeven aan de ene partij, dan moet ook de andere partij de ruimte worden gegeven. Het is onwenselijk dat straks bijvoorbeeld dertig T-shirts met ‘Free Palestina’ en dertig T-shirts met een pro-Israëlische tekst in de inrichting aanwezig zijn.

Het recht op vrijheid van meningsuiting betreft een groot goed, maar kan ook tot spanningen leiden. In dit geval waren er geen concrete spanningen en hebben zich geen incidenten voorgedaan, maar dat neemt niet weg dat het openlijk uitdragen van een gevoelig politiek standpunt binnen de inrichting onwenselijk is. Het shirt van klager is voorheen niet opgemerkt, anders was het al eerder in beslag genomen.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het enkel dragen van het T-shirt in zijn cel of buiten zijn cel. Klager wil een statement maken. Een paar maanden later had klager een T‑shirt met de tekst ‘Free Ukraine’. De directeur begrijpt de inhoud, maar ziet in dergelijke politieke uitingen een risico voor de orde en de veiligheid binnen de inrichting.

 

3. De beoordeling

Relevante wet- en regelgeving

Volgens het eerste lid van artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft eenieder het recht op vrijheid van meningsuiting. Dat recht kan op grond van het tweede lid van voormeld artikel worden beperkt, voor zover daarin bij wet is voorzien.

Op grond van artikel 44 van de Pbw heeft een gedetineerde recht op het dragen van eigen kleding en schoeisel, tenzij die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting.

Uit bijlage 6 van de huisregels van de PI Heerhugowaard blijkt welke zaken verboden zijn in de inrichting, waaronder voorwerpen van discriminerende, aanstootgevende of militante aard. Voorwerpen waarvan de directeur in de huisregels of in een afzonderlijke beslissing heeft bepaald dat deze in zijn inrichting of op zijn afdeling verboden zijn, zijn eveneens niet toegestaan. Ook alle andere artikelen die naar het oordeel van het personeel een gevaar voor de orde en veiligheid binnen de inrichting opleveren zijn verboden.

Inhoudelijke beoordeling

De directeur heeft klagers T-shirt met de tekst ‘Free Palestina’ in beslag genomen op 15 november 2024. Uit de schriftelijke mededeling van de beslissing volgt dat de directeur de tekst niet wenselijk acht ‘gezien de huidige onrust die momenteel in Nederland en wereldwijd heerst’. Om de orde, rust en veiligheid in de inrichting te bewaken is het volgens de directeur ‘onwenselijk om dergelijke teksten uit te dragen’.

De beroepscommissie stelt voorop dat aan de directeur een ruime bevoegdheid toekomt bij de beslissing of eigen kleding mag worden toegestaan in de inrichting. Aan deze beslissing dient een belangenafweging ten grondslag te liggen (vergelijk RSJ 8 november 2017, 17/1823/GA en RSJ 9 maart 2016, 15/3732/JA).

De directeur heeft eerder toegelicht dat de populatie in de inrichting bestaat uit verschillende etniciteiten. De tekst kan wrijving en spanningen veroorzaken wat een potentieel risico met zich meebrengt voor de orde, rust en veiligheid in de inrichting. In de inrichting wordt daarom getracht om politiek beladen teksten te weren. Hoewel klager het T-shirt kennelijk al een jaar had en droeg, heeft de directeur het T-shirt direct in beslag heeft genomen toen hij het bezit constateerde. Naar het oordeel van de beroepscommissie is het voldoende aannemelijk geworden dat het T-shirt met de tekst ‘Free Palestina’ een gevaar kan opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting. Dat het gevaar zich (nog) niet daadwerkelijk heeft voorgedaan, maakt dit niet anders (vergelijk RSJ 8 november 2017, 17/1823/GA). Daarom is de beroepscommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid het T-shirt in beslag heeft kunnen nemen. Het niet in de inrichting mogen dragen van het T-shirt met de tekst ‘Free Palestina’ heeft daarmee een wettelijke basis (artikel 44 van de Pbw). De gestelde inbreuk op het recht als vermeld in artikel 10 EVRM is gerechtvaardigd.

Gelet op het voorgaande is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagrechter het beklag terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter.

 

Deze uitspraak is op 16 februari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. M. Iedema, voorzitter, mr. W.J.M. Fleskens en mr. S.C.M. Wouda-van Velzen, leden, bijgestaan door mr. S.J.S. Uiterweerd, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven