Nummer 25/45919/GA
Betreft [klager]
Datum 14 januari 2026
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen de verlenging van plaatsing in een isoleercel op of omstreeks 23 november 2024.
De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Achterhoek te Zutphen heeft op 3 januari 2025 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag (OH-2024-600). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.
Klagers raadsman, mr. S.J. van Galen, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Achterhoek (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
De beklagrechter heeft klager ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag. Het pro forma beroepschrift bevatte wel degelijk gronden. Er is immers naar voren gebracht dat klager zich niet kon verenigen met de beslissing tot verlenging van plaatsing in een isoleercel op of omstreeks 23 november 2024, voor de duur van veertien dagen. Daarbij is vermeld waarom klager zich daarmee niet kon verenigen en zijn daarvoor diverse argumenten naar voren gebracht. Verder is bij het instellen van beklag niet alleen gevraagd om een termijn voor het aanleveren van nadere gronden, maar ook om het toesturen van de onderliggende stukken.
Klager meent dat er geen aanwijzingen waren voor nader geweld of andere overtredingen, zodat er geen grondslag aanwezig was om hem nogmaals 14 dagen in een isoleercel te plaatsen. De beslissing zou te maken hebben gehad met klagers overplaatsing naar een andere inrichting. Dat is geen reden om klager langer in een isoleercel te plaatsen. De verlenging is daarom ten onrechte en disproportioneel.
Klager verzoekt om de onderliggende stukken en om het beroep mondeling te mogen toelichten.
Standpunt van de directeur
De directeur heeft zijn standpunt niet toegelicht.
3. De beoordeling
Klager heeft verzocht om het toesturen van onderliggende stukken en om het beroep mondeling te mogen toelichten. De beroepscommissie wijst de verzoeken vanwege het navolgende oordeel af.
De beklagrechter heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag, omdat dit niet zou voldoen aan het vereiste van artikel 61, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). De beroepscommissie volgt dat oordeel niet. Het pro forma klaagschrift vermeldt de beslissing waarover wordt geklaagd (de verlenging van plaatsing in de isoleercel), en de redenen (klager stelt dat er geen aanwijzingen zijn voor nader geweld of overtredingen en heeft het vermoeden dat de verlenging te maken heeft met zijn aanstaande overplaatsing naar een andere inrichting). Hiermee is voldaan aan het vereiste van artikel 61, derde lid, van de Pbw.
De raadsman heeft bij het instellen van beklag verzocht om de onderliggende stukken en een nadere termijn om de gronden van het beklag aan te vullen. De beroepscommissie heeft in RSJ 4 november 2020, R-20/6355/GA, onder verwijzing naar artikel 65, derde lid, van de Pbw, uiteengezet dat beklagcommissies niet zijn gehouden om een nadere termijn te verlenen om gronden in te dienen, maar het moet klager en daarmee ook zijn raadsman wel worden toegestaan kennis te nemen van gedingstukken. De beklagrechter had ook daarom niet zonder meer aan het verzoek van de raadsman voorbij mogen gaan en klager niet-ontvankelijk in zijn beklag kunnen verklaren.
Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter vernietigen en het beklag terugwijzen naar de beklagrechter bij de
PI Achterhoek teneinde alsnog inhoudelijk op het beklag te beslissen.
4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de beklagrechter. Zij wijst de zaak terug naar de beklagrechter bij de PI Achterhoek teneinde alsnog inhoudelijk op het beklag te beslissen.
Deze uitspraak is op 14 januari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. R.A.E. van Noort, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. W.J.M. Fleskens, leden, bijgestaan door mr. M. Simpelaar, secretaris.
secretaris voorzitter