Nummer 25/48538/GA
Betreft [klager]
Datum 18 december 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen het verwijderen van alle elektronische apparaten van zijn cel op 16 april 2025, met als gevolg dat hij geen kennis heeft kunnen nemen van het nieuws.
De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Dordrecht heeft op 12 mei 2025 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag (PD-2025-606). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.
Klagers raadsman, mr. M. de Reus, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager en zijn raadsman gehoord op de zitting van 22 augustus 2025 in de PI Vught. De directeur heeft schriftelijk laten weten niet op de zitting te verschijnen.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
Ontvankelijkheid
De inbeslagname raakt klager rechtstreeks en individueel: al zijn elektronische apparaten zijn in beslag genomen. Dat dit in het kader van een bredere actie ook bij andere gedetineerden is gebeurd, doet daar niet aan af. De beslissing had concrete gevolgen voor klager en zijn persoonlijke bezittingen en is derhalve aan te merken als beslissing in de zin van artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), ook nu de directeur gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot het uitvoeren van onderzoek in de verblijfsruimte en het in beslag nemen van aangetroffen goederen (artikel 29, vijfde lid, in verbinding met artikel 34, eerste lid, van de Pbw). Daarmee is sprake van een individuele, op de betreffende gedetineerde betrekking hebbende voor beklag vatbare beslissing.
Inhoudelijk
Op 16 april 2025 rond 23.30 uur hoorde klager veel lawaai op de afdeling. Het was de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid die alle elektronische spullen (zowel persoonlijke eigendommen als eigendommen van de inrichting) uit de verblijfsruimtes haalde en in beslag nam. Klagers televisie, radio (met daarin een persoonlijke muziek-cd), spelcomputer (een Nintendo GameCube met daarin een spelletje), twee controllers en twee memorycards zijn in beslag genomen. De gedetineerden, onder wie klager, werden in beperking gesteld en mochten alleen luchten. Drie à vier dagen later is er een (summiere) memo verspreid waarin in algemene termen is toegelicht waarom deze inbeslagname heeft plaatsgevonden. Tot op heden heeft klager geen stukken ontvangen waarin staat aangegeven welke goederen precies in beslag zijn genomen. Dit terwijl het bepaalde in artikel 29, vijfde lid, van de Pbw voorschrijft dat in ieder geval een bewijs van ontvangst moet worden afgegeven. Uit vaste jurisprudentie van de beroepscommissie volgt dat het uitblijven van een bewijs van ontvangst tot een gegrondverklaring van het beklag dient te leiden (vgl. RSJ 19 januari 2012, 11/3212/GA, en RSJ 25 september 2023, 22/27071/GA).
Klager heeft één à twee weken later pas weer een (nieuwe) televisie gekregen en twee à drie weken later heeft klager een willekeurige andere radio gekregen (zonder zijn muziek-cd). Klagers spelcomputer met toebehoren is kwijtgeraakt; hier loopt nog een andere klachtprocedure over. Doordat klager zeker een week zonder televisie en radio heeft gezeten, is hij ook beperkt geweest in de nieuwsvoorziening. Het was namelijk ook niet mogelijk om een krant te lenen bij de bibliotheek, aangezien de kranten allemaal al uitgeleend waren aan andere gedetineerden nu niemand over een radio of televisie beschikte. Klagers recht op het kennis nemen van het nieuws, als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Pbw is dan ook geschonden.
Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.
Standpunt van de directeur
De directeur verwijst bij zijn afmelding voor de zitting naar de uitspraak van de beklagrechter. De directeur acht klager niet-ontvankelijk in zijn beklag en beroep.
3. De beoordeling
Ontvankelijkheid van klager in beroep
De directeur heeft niet te kennen gegeven om welke reden hij meent dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beroep. De beroepscommissie komt op grond van de stukken tot de conclusie dat klager in zijn beroep kan worden ontvangen.
Ontvankelijkheid van klager in beklag
De directeur heeft op 16 april 2025 besloten om alle datadragers van klagers cel te halen zodat deze onderzocht konden worden op onregelmatigheden. Dit is een jegens klager genomen beslissing waar op grond van artikel 60, eerste lid, van de Pbw beklag tegen openstaat. Dat ook alle datadragers van de andere gedetineerden op klagers afdeling mee zijn genomen, maakt dit niet anders: hier is sprake van een ‘collectieve beslissing’.
Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagrechter vernietigen en klager alsnog ontvankelijk verklaren in het beklag. De beroepscommissie zal het beklag als eerste en enige instantie inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijke beoordeling
De beroepscommissie stelt voorop dat hier geen sprake is van inbeslagname van voorwerpen die niet in het bezit van de gedetineerde mogen zijn zoals bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van de Pbw. Het gaat hier immers om voorwerpen zoals televisies, radio’s en spelcomputers, oftewel voorwerpen die in beginsel in het bezit van de gedetineerde mogen zijn. Voorts zijn deze voorwerpen meegenomen voor onderzoek en worden zij (mits er geen onregelmatigheden zijn aangetroffen) weer teruggegeven aan de gedetineerde. Een wettelijk verplichte afgifte van een bewijs van ontvangst van voorwerpen die ten behoeve van de gedetineerde worden bewaard is hier naar het oordeel van de beroepscommissie dan ook niet aan de orde.
Uit de stukken komt naar voren dat namens de directeur alle elektronische apparaten zoals televisies, radio’s, spelcomputers, controllers etc. van cel zijn afgehaald in verband met een inspectie naar de mogelijke aanwezigheid van contrabande in deze apparaten. De volgende dag, op 17 april 2025, hebben de gedetineerden een memo ontvangen waarin het volgende staat: “Alle datadragers zijn van cel gehaald en zullen onderzocht worden op onregelmatigheden omdat de directie sterke aanwijzingen heeft dat er feiten gepleegd zijn met deze datadragers die niet verenigbaar zijn met de orde, rust en veiligheid in de inrichting. Hangende dit onderzoek zullen de gedetineerden niet beschikken over enig datadrager. Alles zal in het werk gesteld worden om het onderzoek zo snel mogelijk af te ronden”.
Op 18 april 2025 is nog een memo verspreid waarin staat dat het onderzoek nog steeds loopt en dat besloten is om de televisies te vervangen door nieuwe televisies. De huurkosten voor de televisies zullen stopgezet worden zolang er geen televisie is. De overige apparatuur zal na onderzoek teruggeven worden als er geen onregelmatigheden worden aangetroffen. Klager heeft onweersproken gesteld dat hij zeker een week zonder televisie en twee à drie weken zonder radio heeft gezeten. Klager heeft bovendien een andere radio teruggekregen, waardoor hij zijn persoonlijke muziek-cd kwijt is geraakt. Ook is onweersproken dat klagers spelcomputer - met daarin een spelletje -, twee controllers en twee memorycards kwijt zijn geraakt.
De beroepscommissie overweegt dat de directeur de elektronische apparaten voor onderzoek van cel heeft kunnen en mogen halen om deze apparaten zo op onregelmatigheden en contrabande te onderzoeken. Dat is op zichzelf dus niet onredelijk of onbillijk. Echter - gelet op het hiervoor overwogene - acht zij de wijze waarop deze beslissing is uitgevoerd onvoldoende zorgvuldig. Hierbij neemt de beroepscommissie in het bijzonder in aanmerking dat klagers persoonlijke eigendommen kwijt zijn geraakt en de informatievoorziening zeer summier is geweest.
De beroepscommissie is van oordeel dat klagers recht om - voor eigen rekening - kennis te nemen van het nieuws niet is geschonden. Klager heeft weliswaar één week niet over een televisie of radio kunnen beschikken, maar de beroepscommissie acht het onvoldoende aannemelijk dat klager op geen enkele andere wijze kennis heeft kunnen nemen van het nieuws.
Nu de wijze waarop de beslissing ten uitvoer is gelegd onvoldoende zorgvuldig is geweest, moet de beslissing van de directeur - bij afweging van alle in aanmerking komende belangen - als onredelijk en onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beklag daarom gegrond verklaren. Nu de rechtsgevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan zijn te maken, komt klager een tegemoetkoming toe. De beroepscommissie zal deze vaststellen op €7,50.
4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag en verklaart dit beklag gegrond. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €7,50.
Deze uitspraak is op 18 december 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. W.S. Korteling, voorzitter, mr. S.M. Krans en mr. D. Riani el Achhab, leden, bijgestaan door mr. M.S. Ferenczy, secretaris.
secretaris voorzitter