Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 08/2723/GA-herziene uitspraak, 11 mei 2009, beroep
Uitspraakdatum:11-05-2009

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 08/2723/GA-herziene uitspraak

betreft: [klager] datum: 11 mei 2009

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 2 oktober 2008 van de beklagcommissie bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Haaglanden, locatie Noord te ’s-Gravenhage,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 3 april 2009, gehouden in de locatie Zoetermeer, zijn gehoord klager, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. Y. Karga, en [...], unit-directeur bij de p.i. Haaglanden.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft een disciplinaire straf van vier dagen opsluiting in een strafcel, wegens het uitschelden van een personeelslid.

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Door en namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
De handtekening op het formulier intrekking van beklag is niet klagers handtekening. Op het beklagformulier staat wel klagers handtekening. Deze is heel anders dan de handtekening op het formulier intrekking van het beklag. De handtekening op de eerste
bladzijde, die de directeur hem voorhoudt, is zijn handtekening. Hij heeft toen in haast getekend. De handtekening op de tweede bladzijde, die de directeur hem voorhoudt, herkent klager niet.
Hetgeen vermeld staat in het schriftelijk verslag is door klager niet gezegd. Hij heeft wel gezegd dat de badmeester duivels was omdat ze zijn amulet, dat een geestelijke betekenis heeft, kapot heeft gemaakt. De amulet is hem door zijn pandit verstrekt
en hij draagt de amulet al zijn hele leven. De amulet mag niet door anderen worden aangeraakt en het mag niet worden geopend. Gewoonlijk krijg je de amulet ook niet open. Klager was aan het bidden en zag niet wat ze met de amulet deed. Toen hij zich
omdraaide, zag hij dat ze de amulet had opengemaakt. Hij is toen boos geworden en heeft gezegd: ‘je bent duivels.’ Dit was niet beledigend bedoeld.
Vier dagen strafcel is een zware straf voor hetgeen klager tegen de badmeester heeft gezegd.
Momenteel blijkt niet dat de beslissing tot oplegging van de disciplinaire straf bevoegd is genomen en/of (tijdig) is uitgereikt, nu die gegevens niet zijn ingevuld op de beschikking. Er moet vanuit gegaan worden dat de beslissing onbevoegd is genomen,
tenzij uit overgelegde gegevens blijkt dat dit niet zo is. Klager is niet gehoord in de zin van artikel 57, eerste lid, van de Pbw. Klager lag nog op bed toen de deur van zijn cel openging. Klager heeft ontkend dat hij beledigingen heeft geuit en de
directeur heeft enkel gezegd dat hij genoeg had gehoord.

De unit-directeur heeft in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
De handtekening op het formulier intrekking van beklag lijkt op een eerdere handtekening van klager.
De beschikking is een uitdraai uit het TULP-systeem. De ingevulde beschikking kan worden opgezocht en overgelegd. Er kan vanuit worden gegaan dat de beslissing door de directeur bevoegd is genomen.
De disciplinaire straf is aan klager opgelegd, omdat hij tegen een badmeester heeft gezegd ‘je bent er een van de duivel en je bent een kankerslet.’

Op 10 april 2009 is de ingevulde en ondertekende beschikking van 29 mei 2008 ontvangen op het secretariaat van de Raad. Aan klager en zijn raadsvrouw is een afschrift van de beschikking toegezonden.

3. De beoordeling
In haar uitspraak van 9 februari 2009 heeft de beroepscommissie verstaan dat klager zijn beklag had ingetrokken en is de uitspraak van de beklagcommissie vernietigd.
In de brief van klagers raadsvrouw van 18 februari 2009 is betwist dat klager het beklag voorafgaand aan de zitting van de beklagcommissie heeft ingetrokken, hetgeen ondersteund wordt door het feit dat de behandeling van het beklag heeft plaatsgevonden
ter zitting van de beklagcommissie op 2 oktober 2008. Klager heeft ontkend dat de handtekening op het formulier intrekking beklag van hem is.
Gelet op het bovenstaande staat niet vast dat klager het beklag heeft ingetrokken en ziet de beroepscommissie aanleiding het beroep alsnog inhoudelijk te beoordelen.

Uit de aan het secretariaat toegezonden beschikking blijkt dat de bestreden beslissing is genomen door de unit-directeur en dat klager vóór de te nemen beslissing is gehoord en dat die beslissing hem tijdig is meegedeeld. Derhalve is de beslissing
overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, vierde lid, van de Pbw bevoegd genomen en is voldaan aan de in artikel 57, eerste lid, van de Pbw en artikel 58, eerste lid, van de Pbw neergelegde hoor- en mededelingsplicht.

Inhoudelijk overweegt de beroepscommissie het volgende.
Klagers amulet, die hem door zijn pandit was gegeven en voor klager een religieuze betekenis heeft, is door de badmeester geopend. Daarbij is niet gebleken dat klager van te voren duidelijk aan haar heeft uitgelegd dat het voorwerp een religieuze
betekenis had en dat het niet aangeraakt of geopend mocht worden. Uit het schriftelijk verslag volgt dat klager boos is geworden en dat hij tegen de badmeester heeft gezegd: ‘je bent er een van de duivel en je bent een kankerslet.’
Door klager is dit betwist en gesteld dat hij gezegd zou hebben ‘je bent duivels’. Volgens klager was deze uitspraak niet beledigend bedoeld.
De beroepscommissie acht aannemelijk dat ook een dergelijke uitspraak wel als beledigend kan worden ervaren en is van oordeel dat in beginsel een disciplinaire straf op zijn plaats is en in zoverre is het beroep ongegrond. Echter gelet op de context
waarin het bovenstaande heeft plaatsgevonden, is de beroepscommissie van oordeel dat een disciplinaire straf van vier dagen opsluiting in de eigen verblijfsruimte zou hebben volstaan. Zij zal derhalve voor wat betreft de strafmaat het beroep gegrond
verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen, het beklag op dit punt alsnog gegrond verklaren en aan klager een tegemoetkoming toekennen van € 10,=.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep voor wat betreft de beslissing tot oplegging van een disciplinaire straf ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie met aanvulling van de gronden en verklaart het beroep voor wat
betreft de strafmaat gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag gegrond. Zij bepaalt dat aan klager een tegemoetkoming toekomt van
€ 10,=.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. A.H. de Wild, voorzitter, mr. M. Boone en mr. L.M. Moerings, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 11 mei 2009

secretaris voorzitter

Naar boven