Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 23/34132/GA, 4 december 2025, beroep
Uitspraakdatum:04-12-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer           23/34132/GA

Betreft [klager]

Datum  4 december 2025

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen:

  1. het niet mogen deelnemen aan het in de inrichting georganiseerde Suikerfeest (op 22 april 2023);
  2. het vervallen van de kerkdienst op de dag waarop het Suikerfeest werd gevierd.

De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Sittard heeft op 30 mei 2023 de klachten ongegrond verklaard (G-2023-286). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klagers raadsman, mr. M.M.J.P. Penners, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Sittard (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Islamitische gedetineerden mogen op christelijke feestdagen deelnemen aan de vieringen en activiteiten. Er is sprake van ongelijke behandeling door niet-islamitische gedetineerden uit te sluiten van het Suikerfeest. De compensatie in de vorm van een uur recreatie voor het vervallen van de kerkdienst is – qua aard – niet passend.

 

Standpunt van de directeur

De directeur heeft niet op het beroep gereageerd.

 

3. De beoordeling

De beroepscommissie merkt allereerst op dat zij ernaar streeft om spoedig uitspraak te doen. Zij betreurt het dat de uitspraak op dit beroep door uiteenlopende omstandigheden lang op zich heeft laten wachten.

 

Beklag a.

Klager klaagt erover dat hij niet mag deelnemen aan het Suikerfeest, terwijl hij niet het islamitische geloof belijdt. Volgens de Circulaire Arbeidsvrije dagen 2023, van 26 oktober 2022 met kenmerk 4226483 is Eid-Al-Fitr (Suikerfeest) vastgesteld als islamitische feestdag en een niet verplichte arbeidsdag. De beroepscommissie leidt uit de stukken af dat het algemene beleid in de inrichting is dat uitsluitend islamitische gedetineerden mogen deelnemen aan vieringen die plaatsvinden op islamitische feestdagen. Klager klaagt daarom over een algemene regel. Tegen de toepassing van een algemene regel staat geen beklag open, tenzij die regel in strijd is met hogere wet- of regelgeving. De beroepscommissie oordeelt hierover als volgt.

In artikel 41 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) is het recht van de gedetineerde om zijn godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden en te beleven geregeld. Dit recht kan bijvoorbeeld bij islamitische gedetineerden worden ingevuld door hen de mogelijkheid te bieden om deel te nemen aan een islamitisch feest, zoals het Suikerfeest. Uit het genoemde recht vloeit niet voort dat gedetineerden van een andere godsdienst of levensovertuiging in staat zouden dienen te worden gesteld om aan een dergelijk feest deel te nemen. Evenmin levert dit strijd op met het gelijkheidsbeginsel (zie RSJ 10 september 2003, 03/0849/GA).

Nu er geen sprake is van strijd met artikel 41 van de Pbw zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagrechter in zoverre vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in beklag a.

 

Beklag b.

De directeur heeft – zo begrijpt de beroepscommissie – beslist dat op 22 april 2023 het Suikerfeest werd gevierd, waardoor de kerkdienst op die dag niet doorging. Dat is een collectieve beslissing waartegen kan worden geklaagd (zie nader RSJ 1 mei 2024, 23/32160/GA). Klager is dus terecht in beklag b. ontvangen.

De beroepscommissie begrijpt dat het door de viering van het Suikerfeest om organisatorische redenen niet mogelijk was om de kerkdienst op diezelfde dag door te laten gaan. Dat is op zichzelf niet onredelijk of onbillijk (ook gelet op het oordeel van de beroepscommissie in RSJ 13 februari 2023, R-20/7558/GA, dat in het algemeen niet per se wekelijks een kerkdienst hoeft te worden georganiseerd). Dat neemt niet weg dat van de directeur mag worden verwacht dat die zich inspant om te voorzien in een alternatief/compensatie, zeker omdat de kerkdienst in dit geval verviel door het aanbieden van een viering van een andere religie.

Klager stelt dat hij niet had willen worden gecompenseerd met extra recreatie, maar met iets van godsdienstige aard. Dat kan de beroepscommissie volgen. De directeur heeft daar niet op gereageerd. Omdat de directeur in dit geval lang van tevoren kon zien aankomen dat de kerkdienst op 22 april 2023 niet door zou kunnen gaan, is het onredelijk en onbillijk dat niet is voorzien in een alternatief met een godsdienstig karakter.

 

Gelet hierop zal de beroepscommissie het beroep in zoverre gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter in zoverre vernietigen en het beklag in zoverre alsnog gegrond verklaren. De beroepscommissie ziet aanleiding om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen van €7,50.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagrechter inzake beklag a., en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in dit beklag.

De beroepscommissie verklaart het beroep inzake beklag b. gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter en verklaart dit beklag alsnog gegrond. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €7,50.

 

Deze uitspraak is op 4 december 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. dr. R.S.T. Gaarthuis, leden, bijgestaan door mr. S.J.S. Uiterweerd, secretaris.

 

 

 

secretaris         voorzitter

Naar boven