Nummer 25/49597/GA (wraking)
Betreft verzoeker
Datum 27 november 2025
Uitspraak van de wrakingskamer uit de RSJ, zoals bedoeld in artikel 31 van de Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015 (hierna: de Instellingswet)
1. De procedure
verzoeker (hierna: verzoeker) verzoekt om wraking van de beroepscommissie.
De wrakingskamer heeft de door verzoeker genoemde raadsvrouw mr. M.L. Koper in de gelegenheid gesteld het wrakingsverzoek nader te onderbouwen.
Op 15 oktober 2025 is van de raadsvrouw het bericht ontvangen dat zij geen verdere schriftelijke reactie wenst te geven.
Verzoeker heeft aangegeven geïnformeerd te willen worden of het wrakingsverzoek mondeling behandeld zal worden. Verzoeker is bij brief van 2 oktober 2025 geïnformeerd dat het wrakingsverzoek schriftelijk wordt behandeld.
2. De beoordeling
Reden voor het wrakingsverzoek:
- In het dossier ontbreken stukken die zijn ingediend door de raadsvrouw van verzoeker. In het bijzonder het beroepschrift van 23 juli 2025 dat per e-mail is gestuurd;
- Verzoeker heeft in een brief van 26 augustus 2025 de beroepscommissie gemotiveerd verzocht om de zaak mondeling te behandelen. Op dit verzoek is geen reactie gekomen van de beroepscommissie. Wel is in de brief van 15 september 2025 aangegeven dat de zaak schriftelijk zal worden afgedaan;
- Door de beroepscommissie is niet gemotiveerd waarom de zaak niet mondeling behandeld zal worden. Het (kennelijk) afwijzen van het verzoek om een mondelinge behandeling en het ontbreken van een deugdelijke motivering, heeft bij verzoeker de indruk gewerkt dat er niet meer onbevangen naar zijn zaak wordt gekeken.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Instellingswet kan een lid of de voorzitter van de beroepscommissie worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Beoordeling wrakingskamer
Verzoekers beroepszaak 25/49597/GA is nog niet in behandeling bij een beroepscommissie of beroepsrechter. De RSJ heeft de procedure zo geregeld dat als een zaak gereed is voor behandeling, op het secretariaat van de RSJ wordt bepaald of een zaak in beginsel schriftelijk of op een zitting wordt behandeld. Dit betreft een door het secretariaat van de RSJ genomen administratieve procesbeslissing. In het geval van verzoeker is deze beslissing neergelegd in voornoemde brief van 15 september 2025. Zodra de beroepscommissie of beroepsrechter zaak 25/49597/GA gaat beoordelen zal zij een beslissing nemen op het verzoek van verzoeker om een mondelinge behandeling. Dan kan de zaak eventueel alsnog op zitting worden behandeld. Als het verzoek om een mondelinge behandeling wordt afgewezen, staat deze beslissing met redenen omkleed vermeld in de uitspraak die verzoeker te zijner tijd krijgt toegestuurd.
De wrakingskamer begrijpt het wrakingsverzoek zo dat verzoeker wil bewerkstelligen dat hij in persoon wordt gehoord voordat in zijn zaak uitspraak wordt gedaan. Dit kan niet met een wrakingsverzoek worden bereikt. Uit de mededeling schriftelijke behandeling (in dit geval de brief van 15 september 2025) valt geen vooringenomenheid van de beroepscommissie af te leiden. Verzoeker heeft geen dan wel onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gebracht die meebrengen dat de administratieve procesbeslissing tot een schriftelijke behandeling van zijn zaak niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de beroepscommissie of beroepsrechter die de zaak van verzoeker gaat behandelen. De vrees van verzoeker daarvoor is niet objectief gerechtvaardigd. Evenmin kan tot wraking leiden verzoekers stelling dat een door hem nader aangeduid stuk van zijn raadsvrouw in het dossier zou ontbreken, aangezien dat bewuste stuk zich in het dossier bevindt.
Gelet hierop zal het wrakingsverzoek worden afgewezen.
3. De uitspraak
De wrakingskamer wijst het wrakingsverzoek af.
Deze uitspraak is op 27 november 2025 gedaan door mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, drs. P.TH.H. Richelle en mr. D. van der Sluis, leden, bijgestaan door mr. S. Jousma, secretaris.
secretaris voorzitter