Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/44071/GA en 24/44094/GA, 30 januari 2026, beroep
Uitspraakdatum:30-01-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/44071/GA en 24/44094/GA           

Betreft [klager]

Datum 30 januari 2026

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op de beroepen van

[klager] (hierna: klager)

en

de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Heerhugowaard (hierna: de directeur)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen:

  1. het niet mogen invoeren van parfum;
  2. de (on)mogelijkheid van het aanschaffen van parfum dan wel een soortgelijk product in de inrichtingswinkel.

De beklagrechter bij de PI Heerhugowaard heeft op 14 oktober 2024 beklag a. ongegrond verklaard en beklag b. gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €7,50 (ZB-2024-366). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klagers raadsman, mr. M.F.E. Sprenkels, heeft namens klager ten aanzien van beklag a. beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De directeur heeft ten aanzien van beklag b. beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Het staat vast dat de directeur is tekortgeschoten in haar zorgplicht, omdat de directeur niet de nodige inspanningen heeft verricht om alsnog parfum of soortgelijke producten te leveren. Klager heeft aangegeven dat het in zijn geval noodzakelijk is dat hij over dergelijke producten kan beschikken. Aan klager had een alternatief geboden moeten worden in de vorm van het – tijdelijk – mogelijk maken om een soortgelijk product in te voeren. Het argument van de directeur dat dit vanwege veiligheidsoverwegingen niet is toegestaan gaat niet op, aangezien er in het verleden soortgelijke producten in de inrichtingswinkel konden worden aangeschaft, waarbij deze producten ook niet op bijvoorbeeld GHB werden getest. Bij de invoer van een parfum kan redelijk eenvoudig worden gecheckt of de inhoud van de fles is gemanipuleerd, bijvoorbeeld door het verzegeld verzenden van parfum vanuit een externe winkel. Het beroep zou daarom gegrond moeten worden verklaard, zodat klager alsnog in de gelegenheid kan worden gesteld om de voor hem zo noodzakelijke parfum – tijdelijk – in te voeren. De door klager gewenste parfum is op dat moment wederom niet leverbaar in de inrichtingswinkel.

 

Standpunt van de directeur

De inrichting is druk op zoek naar een oplossing voor de voorraadproblemen van de inrichtingswinkel. Het is de Commissie van Toezicht (CvT) bekend dat de (directie van de) inrichting regelmatig overleg heeft met de inrichtingswinkel en dat er structureel afstemming plaatsvindt over leveringen door de inrichtingswinkel. Uit het verslag van de maandcommissaris van de CvT blijkt dat klager op 30 juni 2024 nog beschikte over een kleine voorraad. Tevens bleek ter zitting van de beklagrechter dat klager weer luchtjes kon aanschaffen via de inrichtingswinkel, zoals blijkt uit de uitspraak. Dit werd door klager bevestigd, alleen wenst hij zelf te bepalen welke luchtjes hij aanschaft in plaats van de luchtjes die via de inrichtingswinkel worden verstrekt. Hieruit blijkt dat de directeur weldegelijk een inspanning heeft geleverd om het probleem te verhelpen en voldoende invulling aan de zorgplicht heeft gegeven. Het leveringsprobleem is ontstaan begin juni 2024 en was begin augustus 2024 opgelost. De inrichting voorziet in de verstrekking van primaire levensbehoeften van gedetineerden en voorziet via de inrichtingswinkel vooral in luxe en meer specifieke artikelen. De zorgplicht van de directeur strekt niet zo ver dat parfum/eau de toilette bij een supermarkt of ergens anders aangeschaft had moeten worden.

 

3. De beoordeling

Beklag a.

Op basis van de stukken is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagrechter het beklag terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep van klager zal daarom ongegrond worden verklaard. De beroepscommissie ziet in dit geval geen aanleiding om de overwegingen van de beklagrechter aan te vullen of te wijzigen.

 

Beklag b.

De beroepscommissie is, anders dan de beklagrechter, van oordeel dat een klacht over het aanbod in de inrichtingswinkel een algemene situatie is die niet specifiek klager betreft. Over een algemene situatie kan niet worden geklaagd, tenzij sprake is van strijd met wet- of regelgeving (RSJ 1 september 2023, 22/29880/GA en RSJ 18 juli 2024, 23/32174/GA, 23/32571/GA, 23/32596/GA, 23/32597/GA, 23/32670/GA, 23/32907/GA, 23/32908/GA en 23/35525/GA). Op grond van artikel 44, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet draagt de directeur zorg dat de gedetineerde in staat wordt gesteld zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne naar behoren te verzorgen. Dat er (tijdelijk) geen parfum kon worden aangeschaft in de inrichtingswinkel, maakt niet dat sprake is van strijd met het genoemde artikel of met andere wet- of regelgeving. Gelet hierop zal de beroepscommissie het beroep van de directeur gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter in zoverre vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in dit beklag.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep inzake beklag a. ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter.

De beroepscommissie verklaart het beroep inzake beklag b. gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in dit beklag.

 

Deze uitspraak is op 30 januari 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, mr. J.J. Klomp en mr. B. van der Werf, leden, bijgestaan door mr. S. Jousma, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven