Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/41359/GA, 24 november 2025, beroep
Uitspraakdatum:24-11-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer 24/41359/GA

Betreft  klager

Datum  24 november 2025

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

klager (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft – voor zover in beroep aan de orde – beklag ingesteld tegen een disciplinaire straf van veertien dagen opsluiting in een strafcel, vanwege het niet opvolgen van instructies van het personeel, fysiek geweld richting het personeel en het uiten van doodsbedreigingen richting het personeel, ingaande op 8 december 2023.

De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Alphen te Alphen aan den Rijn heeft op 10 juni 2024 het beklag ongegrond verklaard (AR 2023/1280). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Klagers raadsman, mr. M. de Reus, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Alphen (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Er is geen schriftelijk verslag aangezegd zoals bedoeld in artikel 50 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). De beklagcommissie had reeds hierom het klaagschrift gegrond moeten verklaren. Het aanzeggen van het schriftelijk verslag voorafgaand aan de oplegging van een disciplinaire straf is immers vereist, nu dit een wezenlijk element is en de gedetineerde zich op de verdediging ten overstaan van de directeur moet kunnen voorbereiden (RSJ 2 februari 2017, 16/2785/GA). De beklagcommissie heeft overwogen dat bij dringende redenen kan worden afgezien van het aanzeggen van het schriftelijk verslag. Die uitleg is onbegrijpelijk. Opvallend is ook dat de directeur niet zelf heeft benoemd dat vanwege dringende redenen is afgezien van het aanzeggen van het verslag. Gesteld nog gebleken is dat de door klager veroorzaakte verstorende omstandigheden een reden waren om geen schriftelijk verslag aan te zeggen. Dat klager relatief snel na het voorval door de directeur is gehoord, maakt ook niet dat afgezien had kunnen worden van het aanzeggen van het schriftelijk verslag.

Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.

Standpunt van de directeur

De directeur heeft geen standpunt in beroep kenbaar gemaakt.

 

3. De beoordeling

Aanzegging schriftelijk verslag

Uit artikel 50, eerste lid, van de Pbw volgt dat een ambtenaar of medewerker de gedetineerde mededeelt wanneer hij voornemens is aan de directeur schriftelijk verslag te doen in geval hij constateert dat een gedetineerde betrokken is bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. Het doel van het aanzeggen van een schriftelijk verslag is het op de hoogte stellen van de gedetineerde van het feit dat jegens hem of haar verslag wordt gedaan aan de directeur, zodat de gedetineerde zich kan voorbereiden op het gesprek met de directeur en op een eventuele beslissing tot strafoplegging. Het aanzeggen van het schriftelijk verslag is om die reden dwingend voorgeschreven en dient binnen 24 uur na het incident te worden gedaan (vergelijk RSJ 2 februari 2017, 16/2785/GA, RSJ, 12 november 2024, 23/34804/GA, en RSJ 7 oktober 2019, R-19/3770/GA).

Vaststaat dat het schriftelijk verslag klager niet is aangezegd. Dit betekent dat sprake is van een vormverzuim. Uit de stukken komt naar voren dat klager zich in zeer ernstige mate fysiek agressief richting het personeel heeft gedragen. Gelet daarop kan de beroepscommissie begrijpen dat – ter voorkoming van (verdere) escalatie – het schriftelijk verslag niet meteen na het incident is aangezegd. Er geldt evenwel een tijdsbestek van 24 uur na het incident waarbinnen het schriftelijk verslag moet worden aangezegd. Het is de beroepscommissie niet gebleken dat is onderzocht of aanzegging op een later moment – binnen die 24 uur – mogelijk was.

Het horen door de directeur op relatief korte termijn na het incident kan niet tot de conclusie leiden dat geen schriftelijk verslag meer hoeft te worden aangezegd. De aanzegging van het schriftelijk verslag heeft immers tot doel dat klager zich kon voorbereiden op het hoorgesprek met de directeur en een eventuele beslissing tot strafoplegging. Klager is in dit geval niet in de gelegenheid geweest om zich voor te bereiden op het hoorgesprek met de directeur.

Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan het vereiste in artikel 50, eerste lid, van de Pbw. De beroepscommissie zal daarom het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen voor zover in beroep aan de orde en het beklag (vanwege een vormverzuim) alsnog gegrond verklaren.

Inhoudelijk

De beroepscommissie ziet aanleiding om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen. Het is bij de bepaling van de hoogte van tegemoetkoming van belang of de disciplinaire straf in redelijkheid kon worden opgelegd. Op basis van de stukken acht de beroepscommissie voldoende aannemelijk geworden dat klager heeft geweigerd instructies van het personeel op te volgen en doodsbedreigingen naar hen heeft geuit. Daarnaast acht zij voldoende aannemelijk geworden dat klager agressief naar een inrichtingsmedewerker is geweest door gericht naar zijn gezicht te slaan. Naar het oordeel van de beroepscommissie kon de disciplinaire straf in redelijkheid worden opgelegd. De beroepscommissie zal – in verband met het vormverzuim – aan klager een tegemoetkoming toekennen van €10,-.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie voor zover in beroep aan de orde en verklaart het beklag (vanwege een vormverzuim) alsnog gegrond. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €10,-.

 

Deze uitspraak is op 24 november 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. M. Iedema, voorzitter, mr. S.M. Krans en mr. A.M.G. Smit, leden, bijgestaan door mr. P.L.  Kraaijenbrink, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven