Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/43066/GA, 16 april 2026, beroep
Uitspraakdatum:16-04-2026

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/43066/GA

Betreft [klager]

Datum 16 april 2026

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen het ongewijzigd overnemen van een bezoekontzegging, in het kader waarvan klagers verzoek om de overgenomen bezoekontzegging uiterlijk 24 april 2024 te beëindigen (impliciet) is afgewezen.

De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Nieuwegein heeft op 29 augustus 2024 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag (NM-2024-497). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klagers raadsman, mr. T.S. van der Horst, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Nieuwegein (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

De beroepscommissie heeft de uitspraak inzake het beklag tegen de bezoekontzegging bij de Commissie van Toezicht bij de PI Lelystad opgevraagd en ontvangen (PL-2024-207). De uitspraak is ter kennisgeving aan de directeur, klager en zijn raadsman toegezonden.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

De beklagrechter heeft klager ten onrechte niet ontvankelijk verklaard in zijn beklag, omdat het beklag is gericht tegen de beslissing op zijn verzoek. Daarnaast is de stelling van de directeur dat hij de overgenomen bezoekontzegging niet eerder kan beëindigen dan vooraf door de directeur van de PI Lelystad is bepaald onjuist. De directeur gaat immers zelf over het reilen en zeilen binnen zijn eigen inrichting. Niet blijkt dat het niet mogelijk is om de beslissing te herzien, bijvoorbeeld vanwege gewijzigde omstandigheden of indien nadien blijkt dat ten onrechte een bezoekontzegging is opgelegd.

De opgelegde bezoekontzegging had een duur van zes maanden en die mocht hoogstens drie maanden duren (RSJ 26 september 2011, 11/1183/GA, RSJ 4 november 2020, R‑20/5784/GA, en RSJ 22 november 2023, 23/37424/SGA, en zie de toelichting op de wijziging van artikel 38 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) (Kamerstukken II 2005-2006, 30171, nr. 6)). Daarom moest de overgenomen bezoekontzegging uiterlijk 24 april 2024 worden opgeheven. Door dat niet te (willen) doen, heeft de directeur in strijd gehandeld met de verplichting om gedetineerden aan geen andere beperkingen te onderwerpen dan strikt noodzakelijk (artikel 2, derde lid, van de Pbw) en zijn (zorg)plicht om gedetineerden – die verblijven in de inrichting waarvoor hij verantwoordelijk is ex artikel 3, derde lid, van de Pbw – niet bloot te stellen aan onrechtmatige, onredelijke en onbillijke beslissingen.

Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.

Standpunt van de directeur

De directeur heeft in beroep geen standpunt ingenomen.

 

3. De beoordeling

Uit de stukken volgt dat de directeur van de PI Lelystad op 24 januari 2024 heeft beslist klagers bezoekster de toegang tot de inrichting te ontzeggen voor de duur van zes maanden. Aan de beslissing ligt ten grondslag dat klager en zijn bezoekster seksuele handelingen hebben verricht tijdens een bezoek met toezicht. Op 1 maart 2024 is klager overgeplaatst naar de PI Nieuwegein. De directeur van de PI Nieuwegein heeft de bezoekontzegging ongewijzigd overgenomen. Op 18 april 2024 heeft klager een verzoek bij de juridisch medewerker bij de PI Nieuwegein ingediend om de overgenomen beslissing aan te passen en te beslissen dat de bezoekontzegging uiterlijk eindigt op 24 april 2024, zijnde drie maanden na de ingangsdatum van deze beslissing. De directeur heeft hierin geen aanleiding gezien om de bezoekontzegging aan te passen en heeft klager verwezen naar de beklagcommissie bij de PI Lelystad als hij het niet eens is met de opgelegde bezoekontzegging.

De beroepscommissie ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of het ongewijzigd overnemen van de bezoekontzegging als een nieuwe beklagwaardige beslissing moet worden aangemerkt.

Naar het oordeel van de beroepscommissie is dat niet het geval. De beslissing tot het ontzeggen van de toegang tot de inrichting van klagers bezoekster en de daarbij behorende verantwoordelijkheid voor de in acht te nemen formaliteiten (als bedoeld in artikel 58, tweede lid, onder b, van de Pbw) ligt immers bij de directeur van de PI Lelystad. Bij het ongewijzigd overnemen van die beslissing hoeft ook niet opnieuw een schriftelijke mededeling te worden opgemaakt en uitgereikt, nu de directeur van de PI Lelystad dat al heeft gedaan. De beslissing van de directeur van de PI Lelystad is naar zijn aard niet inrichtingsgebonden (anders dan bij bijvoorbeeld maatregelen die worden opgelegd vanwege iemands status als gedetineerde met een vlucht-/maatschappelijk risico). De directeur van de PI Nieuwegein had dan ook geen eigen belangenafweging hoeven maken voor zover de oorspronkelijke beslissing niet is aangepast (vergelijk RSJ 28 oktober 2021, R-20/8707/GA en 21/16405/GA). De overgenomen beslissing van de bezoekontzegging is dus geen beklagwaardige beslissing.

De beroepscommissie is verder van oordeel dat klager in dit geval – zonder dat sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden – niet alsnog een beklagwaardige beslissing kan uitlokken door een verzoek bij de directeur van de PI Nieuwegein in te dienen om de duur van de overgenomen bezoekontzegging aan te passen. Voor zover klager het niet eens is met de door de directeur van de PI Lelystad opgelegde bezoekontzegging, dan kan hij beklag instellen tegen die beslissing. Dat heeft hij ook (succesvol) gedaan.

Gelet op het voorgaande is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagrechter klager terecht niet-ontvankelijk in zijn beklag heeft verklaard. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter met aanvulling van de gronden.

 

Deze uitspraak is op 16 april 2026 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter, mr. W.J.M. Fleskens en mr. S.C.M. Wouda-van Velzen, leden, bijgestaan door mr. R.A.J. van de Kamp, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

Naar boven