Nummer 24/43287/GA
Betreft [klager]
Datum 21 november 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen het niet mogen dragen van zijn bril met dégradé glazen, buiten zijn cel en de luchtplaats.
De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichtingen (PI) Middelburg heeft op 27 augustus 2024 het beklag ongegrond verklaard (MB-2024-307). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.
Klagers raadsvrouw, mr. J.J. Serrarens, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de PI Middelburg (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
Het gaat niet om een bril met fotochromatische glazen, maar met dégradé glazen. Deze glazen kleuren niet mee met het licht, maar de bovenste helft is donker en de onderste helft is licht. Het is dus geen zonnebril. Klagers ogen zijn altijd gedeeltelijk zichtbaar.
Het is onlogisch dat hij de bril wel op de luchtplaats en in de bezoekzaal mag dragen, maar niet op de afdeling. Het personeel kan klager makkelijk herkennen als hij de bril op de afdeling draagt. Klager onderscheidt zich ook in zijn uiterlijk duidelijk van medegedetineerden.
Klager heeft de bril aangeschaft in overleg met de opticien en de medische dienst in de PI Vught. Zij ondersteunden de aanschaf van de bril. De meerprijs voor de dégradé glazen heeft hij zelf betaald. Hij ging ervan uit dat hij de bril overal zou mogen dragen. Klager heeft snel hoofdpijn bij een bril met gewone glazen. Zonder bril ziet hij slecht. Hij heeft geen andere bril met de juiste sterkte.
Standpunt van de directeur
De beslissing is genomen met inachtneming van de geldende richtlijnen en veiligheidsaspecten in de inrichting. Bij identificatie van gedetineerden is het van cruciaal belang dat het gezicht, en de ogen zichtbaar zijn. Dat de aanschaf van de bril werd ondersteund door de opticien en arts in de PI Vught, impliceert niet dat er een medische noodzaak is om de bril te dragen. Klager kan met de medische dienst bespreken of er alternatieven zijn die voldoen aan de veiligheidsnormen.
3. De beoordeling
De beroepscommissie overweegt allereerst dat de directeur en beklagrechter zijn uitgegaan van een bril met fotochromatische (meekleurende) glazen. Klagers raadsvrouw heeft in beklag en beroep echter aangegeven dat het om dégradé glazen gaat, die boven donker en onder licht zijn.
Klager mag zijn bril niet dragen buiten zijn cel en de luchtplaats, omdat volgens de directeur in de PI Middelburg geen bril met donkere glazen gedragen mag worden. Over dit specifieke punt staat niets opgenomen in de huisregels.
De beroepscommissie is van oordeel dat de directeur onvoldoende heeft gemotiveerd waarom klager zijn bril uit veiligheidsoogpunt niet mag dragen en waarom hij door het dragen van zijn (deels donkere) bril onvoldoende herkenbaar zou zijn voor het personeel. Uit de beslissing komt voorts onvoldoende naar voren dat rekening is gehouden met klagers belangen. Er bestaat weliswaar geen medische noodzaak tot het dragen van deze bril, maar klager heeft de bril aangeschaft in overleg met de opticien en arts in de PI Vught en hij heeft geen andere bril op sterkte meer. Dat de directeur de bril simpelweg classificeert als een accessoire en zonnebril miskent dat. Het is de beroepscommissie ook onvoldoende duidelijk geworden waarom hij de bril wel mag dragen op de luchtplaats en (zo stelt zijn raadsvrouw) in de bezoekzaal.
Gelet op het voorgaande, zal de beroepscommissie het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter vernietigen en het beklag alsnog gegrond verklaren. De beroepscommissie zal ook de beslissing van de directeur vernietigen en de directeur opdragen om een nieuwe (voldoende gemotiveerde) beslissing te nemen, met inachtneming van deze uitspraak binnen een termijn van twee weken na ontvangst daarvan. De beroepscommissie ziet geen aanleiding om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen.
4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij vernietigt de beslissing waarover is geklaagd en draagt de directeur op een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van haar uitspraak, binnen een termijn van twee weken na ontvangst daarvan.
Deze uitspraak is op 21 november 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. F. Sieders, voorzitter, F. van Dekken en mr. S.C.M. Wouda-van Velzen, leden, bijgestaan door mr. A. Laagland, secretaris.
secretaris voorzitter