Nummer 25/52417/SGA
Betreft verzoeker
Datum 6 november 2025
Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van verzoeker (hierna: verzoeker)
1. De procedure
De directeur van de locatie Roermond (hierna: de directeur) heeft op 31 oktober 2025 beslist om verzoeker te degraderen naar het basisprogramma.
Verzoekers raadsman, mr. A. Vehab, vraagt namens verzoeker om schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan.
De voorzitter heeft kennisgenomen van de reacties van de directeur op het schorsingsverzoek en van de mededeling van de secretaris van de beklagcommissie dat het schorsingsverzoek zal worden ingeschreven als klaagschrift.
2. De beoordeling
De voorzitter stelt voorop dat bij een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling. De zaak kan dus niet ten gronde worden onderzocht. De voorzitter beoordeelt alleen of de beslissing waartegen beklag is ingesteld in strijd is met een wettelijk voorschrift of dat deze zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om op dit moment de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing te schorsen. Naar het oordeel van de voorzitter is dat het geval.
Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directeur verzoekers gedrag als ‘ontoelaatbaar’ heeft aangemerkt. Hierbij is benoemd dat verzoeker een discussie had met het afdelingshoofd over de arbeid. Toen het afdelingshoofd het gesprek beëindigde en weg liep, sloeg verzoeker uit frustratie de biljartkeu die hij in zijn hand had kapot op de biljarttafel en riep dat hij zich niet als een klein kind liet behandelen. De directeur heeft dit gedrag aangemerkt als fysieke agressie richting het personeel. Op grond van artikel 1d, vijfde lid, van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna: de Regeling) volgt altijd een besluit tot degradatie, indien de gedetineerde ontoelaatbaar gedrag laat zien.
Naar het oordeel van de voorzitter kan uit het in de beslissing genoemde gedrag echter onvoldoende worden vastgesteld dat sprake was van fysieke agressie richting een personeelslid. Het is de voorzitter dan ook niet aannemelijk geworden dat verzoeker ontoelaatbaar gedrag heeft vertoond, zoals bedoeld in bijlage 1 van de Regeling, op grond waarvan de directeur kon beslissen tot directe degradatie zonder daar een kenbare belangenafweging aan ten grondslag te leggen. Nu de directeur een dergelijke belangenafweging niet heeft gemaakt, is de bestreden beslissing onvoldoende gemotiveerd. Gelet daarop zal de voorzitter het verzoek toewijzen en de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing schorsen met onmiddellijke ingang tot het moment waarop de beklagcommissie op het onderliggende beklag heeft beslist.
3. De uitspraak
De voorzitter wijst het verzoek toe en schorst de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing met onmiddellijke ingang tot het moment waarop de beklagcommissie op het onderliggende beklag heeft beslist.
Deze uitspraak is op 6 november 2025 gedaan door mr. M.J. Vos, voorzitter, bijgestaan door mr. P.H. van Roosmalen, secretaris.
secretaris voorzitter
Versie informatie document
Publicatie op Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming:
Huidige versie: 1
Datum beschikbaarheid huidige versie: 09-01-2026 (vanaf dit moment beschikbaar op Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming)
Datum document:
Uitspraakdatum: 06-11-2025