Nummer 24/40765/GA
Betreft klager
Datum 5 november 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[...] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen een ordemaatregel van plaatsing in afzondering in een andere verblijfsruimte dan een afzonderingscel, voor de duur van vijf dagen, naar aanleiding van een besluit van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) om per direct zelfmelders te verplaatsen naar leegstaande cellen op de Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA), ingaande op 23 november 2023.
De beklagcommissie bij de locatie Esserheem te Veenhuizen heeft op 10 mei 2024 klager niet‑ontvankelijk verklaard in zijn beklag (Eh 2023-434). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
Klagers raadsman, mr. K. Moors, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de locatie Esserheem (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
Er is wel sprake van een beslissing van de directeur, te weten het insluiten in een cel, alsook het uitsluiten van activiteiten buiten de inrichting. Achteraf heeft klager pas begrepen dat de motivering van de beslissing de capaciteitsdruk bij de DJI betreft. Klager is niet adequaat geïnformeerd over de motivering van de beslissing van de directeur. De motivering biedt onvoldoende grondslag voor de insluiting in cel en de uitsluiting van activiteiten en is niet redelijk en billijk. Daarnaast is de beslissing niet proportioneel. Het feit dat klager is ingesloten op cel en ook uitgesloten van alle activiteiten buiten de inrichting is te ingrijpend en heeft het karakter gehad van een disciplinaire straf. Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.
Standpunt van de directeur
Gelet op een besluit van de DJI om per direct zelfmelders naar de leegstaande cellen op de BBA te verplaatsen, is klager verplaatst naar de BBA. Bijgevolg is aan klager op 23 november 2023 een ordemaatregel opgelegd ten aanzien van uitsluiting van activiteiten buiten de inrichting en ten uitvoer gelegd op eigen cel voor de duur van vijf dagen. Het is niet aannemelijk dat klager niet adequaat geïnformeerd zou zijn over de motivering van de beslissing. Er ligt immers een beslissing tot overplaatsing op last van de selectiefunctionaris aan ten grondslag waarin de reden is vermeld. Zowel deze beslissing als de beslissing van de directeur betreffende de ordemaatregel zijn aan klager uitgereikt. Bovendien is klager gehoord.
Klager heeft op 5 oktober 2023 een verzoek gedaan om in aanmerking te komen voor re-integratieverlof voor extramurale arbeid en plaatsing op de BBA. Dit verzoek is afgewezen. Deelname aan een BBA‑traject leek geen logische en passende vervolgstap binnen klagers detentiefasering. Daarbij komt dat het re-integratieverlof voor extramurale arbeid kan worden verleend voor de duur van minimaal vier weken en van maximaal twaalf maanden. De negatieve selectiebeslissing is op 30 oktober 2023 uitgereikt aan klager en de einddatum van klagers detentie was vastgesteld op 27 november 2023, wat maakt dat er geen vier weken meer resteerden.
Nu klagers verzoek tot deelname aan het BBA-traject is afgewezen, had hij niet het recht om activiteiten buiten de inrichting te ontplooien. Daarom is hem de ordemaatregel opgelegd ten aanzien van uitsluiting van activiteiten buiten de inrichting. Bovendien staat in de mededeling van de ordemaatregel dat het besluit van de DJI tot overplaatsing doorwerking heeft op klagers dagprogramma en dat het enige tijd kost om het dagprogramma aan te passen aan deze verplaatsing. Om die reden werd klager ingesloten op eigen cel voor de duur van vijf dagen.
3. De beoordeling
Ontvankelijkheid in beklag
Aan klager is een ordemaatregel opgelegd van plaatsing in afzondering in een andere verblijfsruimte dan een afzonderingscel, vanwege de beslissing van de DJI om per direct zelfmelders te verplaatsen naar leegstaande cellen op de BBA.
De beroepscommissie stelt voorop dat tegen de beslissing van de selectiefunctionaris tot overplaatsing naar de BBA geen beklag openstaat op grond van artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Anders dan de beklagcommissie heeft geoordeeld, is deze beslissing hier niet aan de orde. De beroepscommissie stelt vast dat klager klaagt over de ordemaatregel van 23 november 2023. Tegen een ordemaatregel kan wél beklag worden ingesteld. Daarom had klager in zijn beklag moeten worden ontvangen.
Gelet hierop zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog ontvankelijk verklaren in het beklag. De beroepscommissie zal het beklag als eerste en enige instantie inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 23, eerste lid en onder a, van de Pbw kan de directeur een gedetineerde in afzondering plaatsen, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting of van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. De afzondering duurt ten hoogste twee weken.
Op grond van artikel 24, tweede lid, van de Pbw wordt de afzondering ten uitvoer gelegd in een afzonderingscel of in een andere verblijfsruimte. Gedurende het verblijf in afzondering neemt de gedetineerde niet deel aan activiteiten, voor zover de directeur niet anders bepaalt en behoudens het dagelijks verblijf in de buitenlucht.
Hoewel de directeur in beklag en beroep spreekt over een opgelegde ordemaatregel van uitsluiting van activiteiten (de beroepscommissie begrijpt: op grond van artikel 23 van de Pbw), constateert de beroepscommissie op basis van de schriftelijke mededeling van de ordemaatregel dat er een ordemaatregel is opgelegd van plaatsing in afzondering in eigen cel (op grond van artikel 24 van de Pbw). Dit blijkt ook uit het feit dat de directeur in beroep aangeeft dat klager werd ingesloten in eigen cel voor de duur van vijf dagen, aangezien het enige tijd kostte om het dagprogramma aan te passen.
De bestreden ordemaatregel hangt samen met de beslissing van de selectiefunctionaris om zelfmelders, waaronder klager, over te plaatsen naar een BBA. Uit de overgelegde selectiebeslissing van de selectiefunctionaris van 30 oktober 2023 blijkt dat klagers verzoek tot plaatsing op een BBA en tot re-integratieverlof voor extramurale arbeid is afgewezen. Klager werd dus op een BBA geplaatst, terwijl zijn verzoek hiertoe was afgewezen.
De directeur geeft aan dat voor klager een dagprogramma passend moest worden gemaakt. Uit de schriftelijke mededeling van de ordemaatregel volgt dat de directeur bezig was om dit te bewerkstelligen. Hij verwachtte voor dinsdag 28 november 2023 meer duidelijkheid te kunnen geven.
De beroepscommissie vindt het begrijpelijk dat het gereedmaken van een passend dagprogramma enige tijd kostte, aangezien klager kennelijk zeer plotseling werd overgeplaatst naar de BBA. Als gevolg van deze situatie heeft de directeur klager een ordemaatregel opgelegd tot 28 november 2023. Gezien deze omstandigheden is naar het oordeel van de beroepscommissie voldoende aannemelijk geworden dat de ordemaatregel noodzakelijk was in het belang van de handhaving van de orde en veiligheid. De ordemaatregel heeft ook niet langer geduurd dan noodzakelijk. Uit de stukken volgt dat klager op 27 november 2023 in vrijheid is gesteld.
Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beklag ongegrond verklaren.
4. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag, maar verklaart dit beklag ongegrond.
Deze uitspraak is op 5 november 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. F. Sieders, voorzitter, mr. R.H. Koning en mr. B. van der Werf, leden, bijgestaan door mr. S.J.S. Uiterweerd, secretaris.
secretaris voorzitter