Nummer 25/48340/GA
Betreft [klager]
Datum 5 november 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Alphen te Alphen aan den Rijn (hierna: de directeur)
1. De procedure
[klager] (hierna: klager) heeft, voor zover in beroep aan de orde, beklag ingesteld tegen het insluiten tijdens de voor de arbeid bestemde uren op 3, 4, 5, 6, 11, 12, 17, 18, 19 maart 2025 terwijl hij arbeidsongeschikt is.
De beklagcommissie bij de PI Alphen heeft op 8 mei 2025 de klachten gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €50,- (AR 2025/158, 161, 162, 164, 199 en 226). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.
De beroepscommissie heeft de directeur, klager en zijn raadsvrouw mr. W.E.R. Geurts eerst in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
De beroepscommissie heeft vervolgens klager, met bijstand van een tolk in de Franse taal, zijn raadsvrouw en een juridisch medewerker bij de PI Alphen, gehoord op de digitale zitting van 23 september 2025.
2. De beoordeling
Klager beklaagt zich erover dat hij wordt ingesloten tijdens de voor de arbeid bestemde uren terwijl hij arbeidsongeschikt is verklaard. Klager wordt ingesloten omdat hij niet mee wil gaan naar de werkzaal.
Per 3 maart 2025 is er nieuw dagprogramma van toepassing in de inrichting. Voorheen bleven de gedetineerden met een arbeidsongeschiktheidsstatus (AO-status) achter op de afdeling gedurende het arbeidsblok. Per 3 maart 2025 worden alle gedetineerden met een AO-status meegenomen naar de arbeid. Op de arbeid zitten gedetineerden met een AO-status aan een aparte tafel waar zij gesprekken met elkaar kunnen voeren en gezelschapsspellen met elkaar kunnen spelen. Op die manier vindt er een andere invulling plaats voor gedetineerden met een AO-status tijdens het voor hun bestemde arbeidsblok. Indien de gedetineerde met een AO-status niet meegaat naar de werkzaal zal hij worden ingesloten in zijn cel gedurende het arbeidsblok.
De wijziging in het dagprogramma dat de gedetineerden met een AO-status meegaan naar de arbeidszaal en, als zij dat niet willen, zij worden ingesloten in hun cel, betreft een algemene regel die geldt voor alle gedetineerden met een AO-status in de PI Alphen. Het beklag is daarom niet gericht tegen een beslissing van de directeur als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Tegen een algemene regel staat geen beklag open, tenzij die regel in strijd is met hogere wet- of regelgeving. De beroepscommissie overweegt hierover als volgt.
De beklagcommissie heeft geoordeeld dat de directeur vanwege de nieuwe algemene regel niet aan zijn verplichting voldoet om een vervangend programma aan te bieden. De beroepscommissie is echter van oordeel dat het vervangende programma dat de directeur eerder aanbood op de afdeling is verplaatst naar de arbeidszaal. De gedetineerden krijgen de mogelijkheid om zich buiten hun verblijfsruimte op te houden door mee te gaan naar de arbeidszaal waar zij andere activiteiten dan arbeid krijgen aangeboden. De directeur voldoet hiermee aan de inspanningsverplichting om gedetineerden die die door structurele omstandigheid, zoals arbeidsongeschiktheid, tijdens de arbeidsuren uit te sluiten en hun in deze periode zoveel mogelijk een vervangend programma aan te bieden (zie onder andere RSJ 21 februari 2018, 17/1269/GA en RSJ 2 februari 2015, 14/3586/GA en zie RSJ 9 april 2025, 23/36643/GA over het insluiten van gedetineerden die voor ‘een langere periode’ arbeidsongeschikt zijn). Als klager niet aan het vervangende programma wil meedoen, wordt hij ingesloten. Op dezelfde manier is in de huisregels van de PI Alphen bepaald dat gedetineerden worden ingesloten als zij niet deelnemen aan een activiteit (zie over een dergelijke huisregel RSJ 1 november 2024, 23/33900/GA).
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de beroepscommissie geen sprake van strijd met hogere wet- of regelgeving, namelijk artikel 20 van de Pbw, artikel 47 van de Pbw, artikel 3, tweede lid, van de Penitentiaire maatregel en paragraaf 3.2 van de Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen.
Daarom zal de beroepscommissie het beroep van de directeur gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in het beklag. De grondslag van de door de beklagcommissie aan klager toegekende tegemoetkoming komt daarmee te vervallen.
3. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie voor zover in beroep aan de orde, en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Deze uitspraak is op 5 november 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. C. Fetter, voorzitter, drs. P.Th.H. Richelle en drs. M.R. van Veen, leden, bijgestaan door mr. M.S. Ferenczy, secretaris.
secretaris voorzitter