Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/48440/GA, 5 november 2025, beroep
Uitspraakdatum:05-11-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer 25/48440/GA

Betreft  [klager]

Datum  5 november 2025

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft - voor zover in beroep aan de orde - beklag ingesteld, omdat hij niet dagelijks een uur kan luchten.

De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Alphen te Alphen aan den Rijn heeft op 8 mei 2025 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag (AR 2025/160). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Klagers raadsvrouw, mr. W.E.R. Geurts, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, met bijstand van een tolk in de Franse taal, zijn raadsvrouw en een juridisch medewerker bij de PI Alphen, gehoord op de digitale zitting van 23 september 2025.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

In verband met zijn medische toestand beschikt klager over een liftindicatie. Klager mag alleen onder begeleiding van het personeel gebruik maken van de lift. Klager staat dagelijks, al bijna twee maanden lang, tien tot twintig minuten op het personeel te wachten om hem in de lift te begeleiden zodat hij naar de luchtplaats kan. Soms werd het luchten helemaal geannuleerd. Deze tijd gaat van klagers luchtmoment af. Dit levert een schending op van klagers recht om dagelijks in de gelegenheid te worden gesteldom minimaal één uur te kunnen luchten op grond van artikel 49, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Nu klager dagelijks op het personeel moet wachten en er dagelijks tijd van zijn uur luchten afgaat is er sprake van een structurele tekortkoming en is klager ontvankelijk in zijn beklag.

Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.

Standpunt van de directeur

Het personeel loopt eerst de andere gedetineerden weg naar de luchtplaats en daarna wordt klager opgehaald om naar de luchtplaats te gaan. Het klopt dat hierdoor wat tijd van zijn luchtmoment afgaat. Het gaat om maximaal tien minuten. Dit kan helaas niet anders vanwege de personele bezetting. Of dit het dagelijks gebeurde is niet meer te achterhalen maar het gebeurde wel vaak.

 

3. De beoordeling

Ontvankelijkheid van klager in beklag

Zoals de beklagcommissie ook heeft overwogen, is in dit geval geen sprake van een beslissing van de directeur als bedoeld in artikel 60 van de Pbw. Tegen het niet dagelijks een uur kunnen luchten kan wel beklag worden ingesteld als sprake is van een beklag met voldoende belang voor de gedetineerde. Daarvan is in beginsel slechts sprake wanneer de directeur volgens de gedetineerde jegens hem “structureel en in belangrijke mate tekortschiet in zijn verzorgende taken” (Kamerstukken II 1994/95, 24 263, nr. 3, p. 76).

De beroepscommissie neemt in elk geval aan dat er sprake is van een klacht met voldoende belang, als de klacht gericht is tegen een (vermeende) schending van een recht of zorgplicht die is vastgelegd in de Pbw en die in tijd en/of aantal bepaald is. Door dergelijke rechten en zorgplichten zo concreet en in de wet vast te leggen, heeft de wetgever immers duidelijk gemaakt dat die van wezenlijk belang zijn (ook als de schending niet structureel is).

Volgens artikel 49, derde lid, van de Pbw draagt de directeur zorg dat gedetineerden in de gelegenheid worden gesteld dagelijks ten minste een uur in de buitenlucht te verblijven. Gelet hierop heeft klager voldoende belang bij zijn klacht tegen een schending van deze zorgplicht.

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen voor zover in beroep aan de orde, en klager alsnog ontvankelijk verklaren in het beklag. De beroepscommissie zal het beklag als eerste en enige instantie inhoudelijk beoordelen.

Inhoudelijke beoordeling van het beklag

Klager heeft zijn stelling dat het luchtmoment soms helemaal werd geannuleerd, pas eerst ter zitting aangevoerd. Voor zover klager bedoeld heeft om hier ook over te klagen, merkt de beroepscommissie op dat dit buiten de reikwijdte van het beklag valt. De beroepscommissie gaat hier daarom niet verder op in.

Klagers recht op dagelijks verblijf in de buitenlucht, zoals bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Pbw is niet geschonden, omdat hij elke dag heeft kunnen luchten. Naar het oordeel van de beroepscommissie is, mede gezien het standpunt van de directeur, echter voldoende aannemelijk geworden dat klager in de betreffende periode niet in de gelegenheid is gesteld om een volledig uur te luchten. Hiermee heeft de directeur onvoldoende invulling gegeven aan zijn zorgplicht als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de Pbw. De beroepscommissie zal het beklag dan ook gegrond verklaren.

Nu de rechtsgevolgen niet meer ongedaan zijn te maken, komt klager een tegemoetkoming toe. Nu klager geen exacte periode heeft genoemd gaat de beroepscommissie uit van de periode van een week voor de datum van het beklag (24 februari 2025) tot aan de datum van de uitspraak van de beklagcommissie. In dit geval gaat het dan om 73 luchtmomenten. Het standaardbedrag voor een gemist luchtmoment is €12,50. De beroepscommissie ziet aanleiding om dit bedrag te matigen naar €2,50 per keer nu het luchtmoment grotendeels wel is doorgegaan. De beroepscommissie stelt de tegemoetkoming vast op (afgerond) €180,-.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie voor zover in beroep aan de orde, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag en verklaart dit beklag gegrond. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €180,-.

 

Deze uitspraak is op 5 november 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. C. Fetter, voorzitter, drs. P.Th.H. Richelle en drs. M.R. van Veen, leden, bijgestaan door mr. M.S. Ferenczy, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven