Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/41331/GA, 17 september 2025, beroep
Uitspraakdatum:17-09-2025Versie:vergelijk
Vergelijk versie 2 met:

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/41331/GA

Betreft             [klager]

Datum             17 september 2025

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen de beslissing van 21 december 2023 om hem te degraderen naar het basisprogramma.

De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichtingen (PI) Zwolle heeft op 12 april 2024 het beklag ongegrond verklaard (Z1-2023-665). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Klagers raadsvrouw, mr. D.N.A. Brouns, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de PI Zwolle (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De beoordeling

Klager heeft beklag ingesteld tegen de beslissing van 21 december 2023 om hem te degraderen naar het basisprogramma. Uit de nota van toelichting bij de wijziging van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna: de Regeling) in verband met een wijziging inzake het systeem van promoveren en degraderen (Stcrt. 2020, nr. 49131) komt naar voren dat uitgangspunt is dat gedetineerden zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun detentie en re-integratie. Om te kunnen promoveren naar en te kunnen verblijven in het plusprogramma dient een gedetineerde aan te tonen dat zijn motivatie en inzet om zijn re-integratiedoelen te verwezenlijken, bestendig zijn. Promoveren en degraderen zijn dus afhankelijk van de mate van verantwoordelijkheid die de gedetineerde toont voor zijn eigen re-integratie, wat onder meer uit zijn gedrag kan blijken.

In artikel 1d, vijfde lid, van de Regeling is bepaald dat er altijd een besluit tot degradatie volgt, indien een gedetineerde ‘ontoelaatbaar’ gedrag, zoals beschreven in bijlage 1 en bijlage 2 van de Regeling, laat zien. Een belangenafweging hoeft in dat geval niet te worden gemaakt.

Klager is op 21 december 2023 gedegradeerd vanwege (betrokkenheid bij) de diefstal van schoenen van een medegedetineerde. In de beslissing is opgenomen dat klager ontoelaatbaar gedrag heeft vertoond, namelijk: ‘wordt vervolgd voor het in detentie plegen dan wel medeplegen van een misdrijf’. Dergelijk gedrag wordt op grond van de Regeling aangemerkt als ontoelaatbaar en leidt tot directe degradatie. Zo lang echter niet van vervolging is gebleken, kan geen sprake zijn van een vervolging vanwege het plegen van een misdrijf in detentie, zoals bedoeld in bijlage 1 van de Regeling.

Op basis van de stukken is niet gebleken dat klager wordt vervolgd voor de diefstal van de schoenen. Daarom kan naar het oordeel van de beroepscommissie geen sprake zijn van een vervolging vanwege het plegen van een misdrijf in detentie, zoals bedoeld in bijlage 1 van de Regeling, en dus – om deze reden – niet van ontoelaatbaar gedrag dat tot directe degradatie zou moeten leiden. 

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog gegrond verklaren. Voor wat betreft de vraag of klager een tegemoetkoming wordt toegekend, overweegt de beroepscommissie als volgt.

Aan klager is voor het stelen van de schoenen van een medegedetineerde ook een disciplinaire straf opgelegd. Het beklag daartegen heeft de beklagcommissie ongegrond verklaard en de beroepscommissie heeft het tegen deze uitspraak gerichte beroep ook ongegrond verklaard (RSJ 17 september 2025, 24/41330/GA). Omdat klager de schoenen op onrechtmatige wijze heeft verkregen, is de beroepscommissie van oordeel dat hij hiermee een voor hem verboden goed in zijn bezit heeft gehad. In bijlage 1 van de Regeling is het bezit van verboden goederen aangemerkt als ‘ontoelaatbaar gedrag dat tot directe degradatie leidt’. Gelet daarop is de beroepscommissie van oordeel dat klager ‘ontoelaatbaar’ gedrag heeft vertoond en dat hij in redelijkheid kon worden gedegradeerd, zij op een andere grond. Om die reden ziet de beroepscommissie geen aanleiding om hem een tegemoetkoming toe te kennen.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij kent klager geen tegemoetkoming toe.

Deze uitspraak is op 17 september 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter, mr. F.H.J. van Gaal en mr. A.M.G. Smit, leden, bijgestaan door mr. L. van der Linden, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven