Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/44992/GA, 1 oktober 2025, beroep
Uitspraakdatum:01-10-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/44992/GA

Betreft [klager]

Datum 1 oktober 2025

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen het niet toestaan van een knuffelmoment met zijn gezin tijdens het bezoekmoment.

De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught heeft op 27 november 2024 het beklag ongegrond verklaard (VU 2024/274). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klagers raadsman, mr. H. Külcü, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en de directeur van de PI Vught (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De beoordeling

Uit het klaagschrift volgt dat het klager niet wordt toegestaan om te knuffelen met zijn gezin tijdens het bezoekmoment. In beroep wordt nader toegelicht dat klager een knuffelmoment met zijn kinderen wenst. Volgens de directeur is dit in het verleden toegestaan, maar – conform de huisregels – is dit nu niet meer toegestaan.

In paragraaf 3.8.1 van de huisregels van de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) van de PI Vught staat het volgende: “Maximaal één maal per maand kan aan u worden toegestaan bezoek zonder scheidingswand te ontvangen van uw levenspartner en bloedverwanten in de eerste graad onder de volgende (extra) voorwaarden:  […]

 - fysiek contact tussen u en uw bezoek is verboden, behoudens het geven van een hand bij binnenkomst en bij vertrek.”

Klager stelt dat hem is toegezegd door het afdelingshoofd dat hij na een periode van zes maanden weer mocht knuffelen met zijn gezin. Klager zou daarom een eerdere klacht hebben ingetrokken. De directeur weerspreekt deze vermeende toezegging door het afdelingshoofd. Het afdelingshoofd zou enkel bij klager hebben aangegeven dat hij een verzoek zou kunnen indienen. Naar het oordeel van de beroepscommissie is niet gebleken dat klager uitdrukkelijk heeft verzocht om voor hem een uitzondering te maken op de algemene regel, waarop de directeur een beslissing zou hebben genomen.

De beroepscommissie is van oordeel dat het niet toestaan om klager te laten knuffelen met zijn gezin tijdens het bezoekmoment een (toepassing van een) algemene regel is. Daartegen staat volgens vaste jurisprudentie geen beklag open, tenzij sprake is van strijd met hogere wet- of regelgeving. Daarvan is in dit geval geen sprake, gelet op het volgende.

Klagers raadsman doet een beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, maar de beroepscommissie ziet het niet toestaan van een knuffelmoment als een gelegitimeerde inbreuk op het recht op familie- en gezinsleven, gelet op artikel 38 van de Penitentiaire beginselenwet in samenhang bezien met de huisregels. Hierbij neemt de beroepscommissie mee dat klager in de EBI verblijft (vergelijk RSJ 18 februari 2010, 09/2997/GA). Voor zover klagers raadsman daarnaast verwijst naar de European Prison Rules, geldt dat deze internationale normen slechts aanbevelingen zijn en juridisch niet bindend. Ze missen daardoor algemeen verbindende kracht (vergelijk RSJ 8 mei 2023, 22/27654/GA).

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagrechter vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagrechter, en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.

 

Deze uitspraak is op 1 oktober 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. S.M. Krans, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. F.H.J. van Gaal, leden, bijgestaan door de secretaris.

 

voorzitter

Naar boven