Nummer 24/44464/GM
Betreft klager
Datum 1 september 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van klager (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beroep ingesteld tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts van de Penitentiaire Inrichting (PI) Alphen te Alphen aan den Rijn (hierna: de inrichtingsarts). Klager beklaagt zich erover dat hij niet wordt doorverwezen naar de tandarts en de opticien.
De medisch adviseur bij het ministerie van Justitie & Veiligheid heeft bemiddeld. Het bemiddelingsverslag bevindt zich in het dossier.
De beroepscommissie heeft klager en de inrichtingsarts in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De beoordeling
Klager heeft in beroep aangevoerd dat hij een klacht heeft ingediend omdat hij niet naar de opticien is verwezen. Na overleg met het plaatsvervangend hoofd zorg is klager alsnog op de opticienlijst geplaatst. Volgens de medisch adviseur is de klacht daarmee afdoende afgehandeld. Klager is het hier niet mee eens, omdat zijn klacht ook betrekking heeft op de voorwaarden die gesteld werden voordat een verwijzing naar de opticien kon plaatsvinden:
Voorwaarde 1: Niet-veroordeelde gedetineerden komen niet in aanmerking voor oogzorg. Ondanks dat zij niet veroordeeld zijn, hebben gedetineerden tijdens hun verblijf in de PI recht op zorg, inclusief oogzorg. Deze voorwaarde leidt tot nalatigheid van de PI ten aanzien van de zorgplicht jegens gedetineerden die in afwachting zijn van hun berechting in eerste aanleg. Het is bovendien onlogisch dat deze gedetineerden wel een huisarts mogen raadplegen, maar geen opticien.
Voorwaarde 2: De verplichting om eerst binnen de PI een visusmeting te laten uitvoeren voordat plaatsing op de opticienlijst mogelijk is, is niet met klager gecommuniceerd. Klagers verzoek is afgewezen op basis van voorwaarde 1. Indien een visusmeting een noodzakelijke voorwaarde is, dient deze plaats te vinden op het moment dat de gedetineerde om oogzorg verzoekt. Het is klager dus niet te verwijten dat er geen visusmeting is uitgevoerd. Deze is klager niet aangeboden noch door hem geweigerd.
Klager verzoekt de rechtmatigheid van de onder voorwaarde 1 genoemde bepaling te beoordelen en deze te verwijderen, zodat ook niet-veroordeelden in de PI gebruik kunnen maken van oogzorg. De vrijheidsberoving sluit alle andere mogelijkheden voor het verkrijgen van oogzorg volledig uit. Klager heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorwaarden moeten worden aangepast om nalatigheid te voorkomen.
De beroepscommissie stelt vast dat klagers beroep alleen nog is gericht tegen de voorwaarden voor oogzorg in het Vademecum Verstrekkingenpakket medische zorg van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Dit is een jaarlijks uitgebracht overzicht van de (para)medische zorg en aanvullende voorzieningen die voor justitiabelen worden vergoed. Klachten over de voorwaarden voor medische verstrekkingen in het vademecum hebben geen betrekking op het medisch handelen van de inrichtingsarts. De inrichtingsarts kan deze voorwaarden, die door DJI worden vastgesteld, ook niet aanpassen en de beroepscommissie kan in een procedure als deze alleen een oordeel geven over het medisch handelen van de inrichtingsarts en dus niet over (de voorwaarden van) het vademecum. Gelet hierop moet klager niet‑ontvankelijk in zijn beroep worden verklaard.
4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze uitspraak is op 1 september 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, drs. M.I. van den Baar-Vroon en drs. B.A. Geurts, leden, bijgestaan door mr. S. Jousma, secretaris.
secretaris voorzitter