Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/45500/GB, 27 augustus 2025, beroep
Uitspraakdatum:27-08-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/45500/GB

Betreft [klager]

Datum 27 augustus 2025

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

De – zo begrijpt de beroepscommissie – (toenmalig) Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: verweerder) heeft op 25 oktober 2024 beslist klager te plaatsen in de afdeling voor beheersproblematische gedetineerden (de BPG-afdeling) van de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught.

Klager heeft daartegen bezwaar ingesteld. Verweerder heeft op 24 december 2024 het bezwaar gegrond verklaard, maar daarbij aan klager geen tegemoetkoming toegekend.

Klagers raadsman, mr. T.S. van der Horst, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze beslissing, voor zover aan klager geen tegemoetkoming is toegekend.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en verweerder in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

De beroepscommissie heeft kennisgenomen van het beroepschrift, de reactie van verweerder en de overige stukken.

 

2. De beoordeling

Klager is bij beslissing van 13 december 2024 in de gevangenis van de locatie Roermond geplaatst. De bestreden beslissing heeft dus geen effect meer. Daardoor heeft hij in beginsel geen belang meer bij het beroep en zou hij niet ontvankelijk moeten worden verklaard. In beroep is echter (tijdig) verzocht om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen. Daarom zal de beroepscommissie het beroep alsnog inhoudelijk beoordelen.

Op grond van artikel 72 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft een gedetineerde het recht tegen een beslissing van verweerder op het bezwaar- of verzoekschrift, voor zover dit betreft een gehele of gedeeltelijke ongegrondverklaring, onderscheidenlijk afwijzing als bedoeld in de artikelen 17 en 18 van de Pbw, een met redenen omkleed beroepschrift in te dienen bij de beroepscommissie van de RSJ. Hoewel verweerder klagers bezwaar gegrond heeft verklaard, geldt dat klager in de bezwaarprocedure ook al had verzocht om een tegemoetkoming. Nu verweerder dat verzoek om een tegemoetkoming heeft afgewezen, vat de beroepscommissie de beslissing op bezwaar in dit geval op als een gedeeltelijke ongegrondverklaring van het bezwaarschrift, zodat daartegen beroep openstaat.

Ten aanzien van klagers verzoek om een tegemoetkoming, overweegt de beroepscommissie als volgt. De beroepscommissie kan – gelet op de stukken en ondanks klagers verweer daarop – verweerder volgen in de stelling dat klager destijds, op grond van de signalen die deden vermoeden dat klagers veiligheid binnen een gemeenschapsregime ernstig in gevaar was gekomen, terecht in de BPG-afdeling van de PI Vught is geplaatst. Klager is blijkens de stukken in de gevangenis van de locatie Roermond geplaatst nadat onderzoek had uitgewezen dat zijn verblijf op de BPG-afdeling niet langer noodzakelijk was. De beslissing om klager geen tegemoetkoming toe te kennen is naar het oordeel van de beroepscommissie dan ook niet onredelijk of onbillijk. De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 27 augustus 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. A. Jongsma, voorzitter, mr. F. Sieders en drs. M.R. van Veen, leden, bijgestaan door mr. M. Olde Keizer, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven