Nummer 25/50570/SGA
Betreft verzoeker
Datum 22 augustus 2025
Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van
de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Heerhugowaard (hierna: verzoeker)
1. De procedure
verzoeker (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen de beslissing van de directeur om geen geld te mogen overmaken vanaf - het geblokkeerde gedeelte van - zijn rekening-courant.
De beklagcommissie bij de PI Heerhugowaard heeft op 13 augustus 2025 het beklag gegrond verklaard, de beslissing van verzoeker vernietigd en bepaald dat klager op grond van de procedure zoals vermeld in de huisregels van de PI Heerhugowaard in de gelegenheid dient te worden gesteld om conform het verzoek geld over te maken naar de externe rekening (ZB-2025-397).
Verzoeker vraagt om schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van die uitspraak.
De voorzitter heeft kennisgenomen van de reactie van mr. H.L. Hendriks namens klager op het schorsingsverzoek en van het beroepschrift (25/50569/GA).
2. De beoordeling
De voorzitter stelt voorop dat bij een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitspraak van de beklagcommissie slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling. De zaak kan dus niet ten gronde worden onderzocht.
Uitspraak beklagcommissie
Klager heeft verzoeker gevraagd om geld te mogen overmaken vanaf zijn rekening-courant, zoals hij dat gedurende twaalf jaar in detentie (en in ieder geval tot eind 2024) heeft gedaan. Verzoeker heeft dit verzoek afgewezen, omdat dit - kort weergegeven - in strijd is met landelijk beleid van de Dienst Justitiële Inrichtingen, waarover eind 2023 een memo is verspreid. In dit memo staat een wijziging opgenomen over de regeling omtrent het overboeken van geld vanaf een rekening-courant. Daarnaast betreft de persoon waar klager geld naartoe wil overmaken een ex-gedetineerde, wat verzoeker onwenselijk vindt. Dat klager eerder wel geld mocht overmaken vanaf zijn rekening-courant, wordt door verzoeker betreurd. De beklagcommissie heeft het door klager ingestelde beklag tegen de afwijzing van zijn verzoek gegrond verklaard, omdat de beslissing van verzoeker in strijd is met de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), nu een memo niet kan worden aangemerkt als regelgeving op grond waarvan andere, verdergaande beperkingen zijn toegestaan. Op grond van artikel 46, derde lid, van de Pbw kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van de rekening-courant, echter uitsluitend als die beperkingen zijn opgenomen in de huisregels. Dat is niet het geval. Om die reden heeft de beklagcommissie het beklag gegrond verklaard, de beslissing van verzoeker vernietigd en bepaald dat klager op grond van de procedure zoals vermeld in de huisregels van de PI Heerhugowaard in de gelegenheid dient te worden gesteld om conform het verzoek geld over te maken naar de externe rekening.
Beoordeling schorsingsverzoek
Verzoeker vraagt om schorsing van de uitspraak van de beklagcommissie, omdat - nu er direct uitvoering moet worden gegeven aan de uitspraak van de beklagcommissie - zonder de uitspraak van de beroepscommissie af te wachten sprake is van onomkeerbare gevolgen. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat zonder meer sprake is van een onomkeerbare situatie indien de directeur aan de opdracht van de beklagcommissie voldoet, nu klager al meerdere keren geld heeft kunnen overmaken (aan deze persoon - en ook gemotiveerd heeft waarom hij geld overmaakt naar deze persoon -) en dat eerder niet tot problemen heeft geleid. De voorzitter zal het verzoek dan ook afwijzen.
3. De uitspraak
De voorzitter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is op 22 augustus 2025 gedaan door mr. R.H. Koning, voorzitter, bijgestaan door J.A. van der Veen, secretaris.
secretaris voorzitter