Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/46224/GA, 25 augustus 2025, beroep
Uitspraakdatum:25-08-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          25/46224/GA

Betreft [klager]

Datum 25 augustus 2025

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen het niet voortvarend handelen van zijn casemanager in het kader van zijn verzoek om plaatsing in een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA).

De beklagcommissie bij de locatie De Schie te Rotterdam heeft op 28 januari 2025 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag (S-2024-695). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Klagers raadsvrouw, mr. E.A. Blok, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de locatie De Schie (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De beoordeling

Ontvankelijkheid in beklag

Uit de stukken blijkt dat klager zijn casemanager heeft verzocht om zijn verzoek om plaatsing in een BBA in behandeling te nemen en dat zijn casemanager heeft aangegeven dat klagers verzoek pas drie maanden voorafgaand aan zijn streefdatum voor plaatsing in een BBA in behandeling zal worden genomen. De beklagcommissie is van oordeel dat de omstandigheid dat klagers verzoek nog niet in behandeling was genomen het gevolg is van een algemeen geldende regel die niet in strijd is met hogere wet- of regelgeving en heeft klager daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag.

De beroepscommissie kan dat oordeel van de beklagcommissie niet volgen, omdat er niet is gebleken van een algemeen geldende regel. Hoewel de directeur in de reactie op het klaagschrift aangeeft dat de afdeling Detentie & Re-integratie landelijk heeft besloten om een termijn te stellen wanneer een BBA-aanvraag door de ontvangende inrichting in behandeling genomen gaat worden en dat deze termijn drie maanden voor de streefdatum van plaatsing bedraagt, heeft de directeur nagelaten om dit met stukken te onderbouwen. De beroepscommissie kan er onder deze omstandigheden dan ook niet van uitgaan dat er sprake is van een algemeen geldende regel. De beroepscommissie komt dan ook tot de conclusie dat de klacht gericht is tegen het handelen van de casemanager met betrekking tot klagers detentiefasering. Daartegen staat beklag open.

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog ontvankelijk verklaren in het beklag. De beroepscommissie zal het beklag als eerste en enige instantie inhoudelijk beoordelen.

 

Inhoudelijke beoordeling beklag

Klager heeft op 25 september 2024 zijn klacht ingediend en de streefdatum voor een eventuele plaatsing op de BBA was vastgesteld op 26 april 2025. Hoewel het de beroepscommissie op zichzelf niet onredelijk voorkomt dat de casemanager ten tijde van het indienen van de klacht nog geen actie had ondernomen ten aanzien van klagers verzoek om plaatsing in een BBA, is het vast komen te staan dat klagers casemanager aan klager heeft medegedeeld dat zijn verzoek ook niet op korte termijn in behandeling zou worden genomen omdat daar landelijke afspraken over zouden zijn. De beroepscommissie zal alleen al gelet hierop het beklag gegrond verklaren.

Nu de rechtsgevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan zijn te maken, komt klager een tegemoetkoming toe. De beroepscommissie zal deze vaststellen op €40,-, omdat klager ook rechtstreeks bij de selectiefunctionaris had kunnen verzoeken om plaatsing in een BBA (vergelijk RSJ 20 december 2023, 23/35243/GA).

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag en verklaart dit beklag gegrond. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €40,-.

 

Deze uitspraak is op 25 augustus 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. W.J.M. Fleskens, voorzitter, mr. J.M.C. Louwinger-Rijk en drs. M.R. van Veen, leden, bijgestaan door mr. M. Olde Keizer, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven