Nummer 24/42293/GA
Betreft [klager]
Datum 27 oktober 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen zijn behandeling (schending zorgplicht) in de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught in verband met een zitting van de beroepscommissie van de RSJ in deze inrichting op 20 december 2023.
De beklagrechter bij de PI Vught heeft op 10 juli 2024 het beklag ongegrond verklaard voor zover klager meent dat de directeur van de PI Vught zijn zorgplicht heeft geschonden en zich onbevoegd verklaard voor wat betreft de schending van de zorgplicht of het handelen of nalaten daarvan door het hoofd van FPC de Pompestichting en/of de Dienst Vervoer en Ondersteuning (VU 2023-2263). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.
Klagers raadsvrouw, mr. S.G.H. van de Kamp, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de PI Vught (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
De beklagrechter heeft klager niet gehoord, evenmin is klager in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het verweer van de directeur.
Klager heeft na afloop van de zitting van de RSJ een hele (werk)dag in een ‘ophoudcel’ verbleven. Hij heeft niet mogen roken, aan hem is geen voedsel gegeven en ook is hem geen wc-papier verstrekt toen hij hierom vroeg. De directeur stelt in zijn verweerschrift dat de ‘ophoudcel’ geen luchtruimte bevat. Hiermee zegt de directeur dat luchten niet mogelijk was en daarmee heeft de directeur zijn zorgplicht geschonden. In de PI Vught zijn de faciliteiten aanwezig (rookruimte en luchtruimte). De directeur had klager hierin tegemoet kunnen komen.
Klager verzoekt om aan hem een tegemoetkoming toe te kennen.
Standpunt van de directeur
De directeur verwijst naar het voor de beklagrechter gevoerde verweer. De directeur heeft hieraan en aan de uitspraak van de beklagrechter niets toe te voegen.
3. De beoordeling
Klager meent dat hij ten onrechte niet door de beklagrechter is gehoord en evenmin in de gelegenheid is gesteld te reageren op het door de directeur voor de beklagrechter ingediend verweerschrift. Eventuele procedurefouten van de beklagrechter – zo hier al sprake van is – zijn voor de behandeling van het beroep niet relevant, omdat het beklag in beroep opnieuw wordt beoordeeld. De beroepscommissie gaat hieraan daarom voorbij.
Uit de stukken blijkt dat klager op 20 december 2023 door DV&O vanuit FPC de Pompestichting te Nijmegen is vervoerd naar de PI Vught in verband met het bijwonen van een zitting van de beroepscommissie van de RSJ die gepland stond om 11.20 uur. Na afloop van de zitting heeft klager van 12.00 uur tot 17.00 uur in een wachtcel (‘ophoudcel’) bij de visitatie verbleven, alvorens hij door DV&O is opgehaald voor het vervoer terug naar FPC Pompestichting.
De beroepscommissie stelt vast dat klager geen ‘gedetineerde’ is als bedoeld in artikel 60, eerste lid in verbinding met artikel 1 onder b en e van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Het beklagrecht van de Pbw staat alleen open voor een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt in een penitentiaire inrichting. Klager verblijft echter in FPC de Pompestichting te Nijmegen in het kader van de tenuitvoerlegging van een tbs-maatregel met dwangverpleging.
De beroepscommissie zal de uitspraak van de beklagrechter daarom vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag verklaren.
4. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagrechter, en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Deze uitspraak is op 27 oktober 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. F. Sieders, voorzitter, mr. E.B.J. van Elden en mr. J.J. Klomp, leden, bijgestaan door mr. R. Kokee, secretaris.
secretaris voorzitter