Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/47666/GA, 21 oktober 2025, beroep
Uitspraakdatum:21-10-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          25/47666/GA  

Betreft [klager]

Datum 21 oktober 2025

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

de directeur van de locatie Hoogvliet (hierna: de directeur)

 

1. De procedure

[klager] (hierna: klager) heeft (voor zover in beroep aan de orde) beklag ingesteld tegen:

  1. het niet meegeven van voldoende voedsel aan de transportgeleider (Ho-2024-522);
  2. het niet meegeven van voldoende drinken aan de transportgeleider (Ho-2024-523);
  3. het niet meegeven van de benodigde medicijnen aan de transportgeleider (Ho-2024-524).

De beklagcommissie bij de locatie Hoogvliet heeft op 21 maart 2025 de klachten gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €22,50,-. De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman mr. G.A.S. Maduro en de juridisch medewerker bij de locatie Hoogvliet, gehoord op de digitale zitting van 17 juli 2025.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

De directeur heeft conform artikel 16, eerste lid, van de Regeling vervoer van justitiabelen (hierna: de Regeling) gehandeld door klager, net zoals elke andere gedetineerde, te voorzien van een lunchpakket van vier boterhammen en een flesje water. Dat is voldoende om de dag door te komen. Daarbij neemt de directeur ook in ogenschouw dat klager in de ochtend kon ontbijten en dat hij bij terugkomst om 19:00 uur, zoals iedere avond, een maaltijd op cel heeft kunnen opwarmen. Dat klager bij de rechtbank geen koffie heeft kunnen drinken, kan de directeur niet worden tegengeworpen.

De medicatie van 17:00 uur (oxycodon) is niet op transport meegegeven. Dat is bij terugkomst alsnog om 19:45 uur aan klager verstrekt. Volgens de Afdeling Zorg kan het geen kwaad dat deze medicatie wat later wordt gegeven. De directeur had ook niet kunnen voorzien dat klager zo veel later dan 17:00 uur zou terugkomen. Bovendien kon deze medicatie ’s ochtends ook niet op transport worden meegegeven. De medicatie die na 12:00 uur wordt ingenomen, wordt namelijk pas in de middag door de apotheek bezorgd.

 

Standpunt van klager

Klager had onvoldoende tijd om te ontbijten. Hij heeft de avond van tevoren gevraagd hoe laat hij zou worden opgehaald, maar dat kon het personeel hem niet vertellen. Hij is ’s ochtends gewekt en toen is hem medegedeeld dat hij over tien minuten opgehaald zou worden voor transport. Klager heeft nog brood kunnen smeren, maar hij had niet de tijd om de boterhammen op te eten. Hij mocht de gesmeerde boterhammen ook niet meenemen op transport. Een lunchpakket en een flesje water is onvoldoende voor zo’n lange dag en dat was voor de directeur voorzienbaar. Hij wist namelijk wanneer de zitting van de rechtbank Arnhem was en dat de reisafstand behoorlijk was. In de rechtbank was het drinkwater besmet met de E. colibacterie. Klager heeft daar dan ook geen koffie of thee kunnen drinken.

Klager krijgt meer medicatie dan alleen oxycodon, namelijk ook oxycontin, methylfenidaat en diazepam. Klager heeft flinke pijnstillers nodig vanwege de operatie aan zijn been en zijn lichaam is daarvan afhankelijk geworden. Klager moest in de rechtbank op een houten bank en in een bus van de Dienst Vervoer & Ondersteuning zitten, terwijl hij zijn pijnstillers niet had. Daardoor had hij last van lichamelijke ontwenning en pijnklachten.

 

3. De beoordeling

Ontvankelijkheid van klager in zijn klachten

Op grond van artikel 60, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) kan een gedetineerde beklag instellen tegen een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing. Ook kan worden geklaagd over de wijze waarop een beslissing wordt uitgevoerd (Kamerstukken II 1994/95, 24 263, nr. 3, p. 76-77). De wijze van uitvoering dient dan wel nauw samen te hangen met die beslissing. Naar het oordeel van de beroepscommissie is daarvan in dit geval sprake. De directeur is namelijk verantwoordelijk voor de voeding en verzorging van de justitiabele tijdens het transport en dat hangt nauw samen met zijn beslissing om klager in de gelegenheid te stellen de zitting in de rechtbank bij te wonen (artikel 26, vierde lid, van de Pbw). Klager kan dan ook worden ontvangen in zijn klachten tegen het niet meegeven van voldoende voeding en de benodigde medicijnen aan de transportgeleider.

 

Klachten a. en b. inhoudelijk

Uit artikel 16, eerste lid, van de Regeling volgt dat de directeur of het hoofd van de inrichting, indien is te voorzien dat de justitiabele tijdens het transport een maaltijd moet gebruiken, een lunchpakket en drinken meegeeft aan de transportgeleider die de justitiabele op het daartoe geëigende moment van eten en drinken voorziet.

Klager wist dat hij op 24 oktober 2024 op transport ging vanwege de behandeling van zijn zaak (omstreeks 14:00 uur) in de rechtbank Arnhem. Klager is kennelijk pas kort van tevoren geïnformeerd over het tijdstip van het transport, maar dat laat onverlet dat hij ook zelf een inschatting kon maken dat hij (vroeg) in de ochtend op transport zou gaan. Daar had hij zich op kunnen voorbereiden door bijvoorbeeld zijn ontbijt de avond van tevoren klaar te maken of niet pas op te staan zodra hij werd gewerkt. Bovendien is het klager kennelijk alsnog gelukt om de boterhammen te smeren en niet valt in te zien waarom hij zijn boterhammen niet onderweg naar of bij de Binnenkomstafdeling Delinquenten had kunnen opeten. De beroepscommissie gaat er dan ook van uit dat klager voldoende gelegenheid had om te ontbijten, maar dat hij (mede) door zijn eigen toedoen daar niet aan toe is gekomen. De directeur heeft klager een lunchpakket meegegeven en klager kon bij terugkomst om 19:00 uur een warme maaltijd op zijn cel opwarmen.

Wat betreft het drinken overweegt de beroepscommissie als volgt. De directeur heeft klager drinken (een flesje water) meegegeven op transport. Het is niet aannemelijk geworden dat het drinkwater in de rechtbank Arnhem besmet was met de E. colibacterie. Bovendien is niet gebleken dat dit voor de directeur voorzienbaar was, waardoor hij had moeten inzien dat één flesje water onvoldoende zou zijn.

Gelet op het voorgaande, is naar het oordeel van de beroepscommissie gebleken dat de directeur heeft voldaan aan artikel 16, eerste lid van de Regeling. De wijze van uitvoeren van de beslissing is niet onredelijk of onbillijk. De beroepscommissie zal het beroep daarom in zoverre gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie in zoverre vernietigen en klachten a. en b. alsnog ongegrond verklaren.

 

Beklag c. inhoudelijk

Op basis van de stukken en van wat ter zitting is besproken, is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagcommissie het beklag terecht gegrond heeft verklaard. In het verweerschrift komt naar voren dat het personeel van de afdeling Zorg te kennen heeft gegeven dat het later innemen van oxycodon niet zorgt voor een acute of levensbedreigende situatie. Dat neemt niet weg dat het (te) laat innemen van dit medicijn en kennelijk ook andere pijnmedicatie, ervoor heeft kunnen zorgen dat klager last had van pijnklachten en lichamelijke ontwenning zoals hij heeft gesteld. Het probleem dat niet alle benodigde medicijnen aan de transportgeleider konden worden meegegeven, omdat deze pas in de middag door de apotheek werden verstrekt, mag niet op klager worden afgewenteld. Het beroep zal daarom in zoverre ongegrond worden verklaard.

 

Tegemoetkoming

De beroepscommissie ziet in het bovenstaande aanleiding om de aan klager toegekende tegemoetkoming te matigen. Zij zal de hoogte van de tegemoetkoming vaststellen op €15,-.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep inzake klachten a. en b. gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart deze klachten alsnog ongegrond.

De beroepscommissie verklaart het beroep inzake beklag c. ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie, met aanvulling van de gronden.

Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van €15,-.

 

Deze uitspraak is op 21 oktober 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. F. Sieders, voorzitter, mr. dr. R.S.T. Gaarthuis en dr. T. Jambroes, leden, bijgestaan door mr. R.A.J. van de Kamp, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven