Nummer 24/42797/GA
Betreft [klager]
Datum 17 oktober 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen de vermissing van voorwerpen na zijn overplaatsing naar de Penitentiaire Inrichting (PI) Dordrecht.
De beklagcommissie bij de PI Achterhoek te Zutphen heeft op 26 juli 2024 het beklag ongegrond verklaard (OH-2023-675). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
Klagers raadsvrouw, mr. E. van de Rakt, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de PI Achterhoek (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De beoordeling
Klager klaagt over vermissing van bepaalde voorwerpen na zijn overplaatsing van de PI Achterhoek naar de PI Dordrecht. Hiertoe is niet beslist en in die zin is dan ook geen sprake van een beslissing van de directeur waartegen beklag kan worden ingesteld op grond van artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet.
Het gaat om een losstaand probleem waarvoor klager een oplossing wil. Het is niet de bedoeling dat in zo’n geval meteen beklag wordt ingesteld. Het is immers “zinniger dat met het toezicht belaste medewerkers in staat worden gesteld op dergelijke klachten te reageren” (Kamerstukken II 1994/95, 24 263, nr. 3, p. 77). De gedetineerde dient een concreet verzoek om een oplossing te doen (vergelijk RSJ 1 september 2023, 23/31635/GA). Als de gedetineerde het vervolgens niet eens is met de beslissing op zijn – interne – klacht, dan kan hij daartegen beklag instellen.
Uit de stukken volgt niet dat klagers klacht is gericht tegen een (afwijzende) beslissing op een verzoek om een oplossing voor zijn vermiste goederen. Er is niet gebleken dat klager concreet heeft gevraagd om een oplossing bij medewerkers van de PI Dordrecht of de PI Achterhoek. Klager heeft tijdens het rogatoir horen alleen gezegd dat hij bij het personeel (de beroepscommissie begrijpt: van de PI Dordrecht) heeft gemeld dat hij in de dozen spullen aantrof die niet van hem waren en heeft gevraagd om de directie te mogen spreken.
De directeur van de PI Achterhoek noch de directeur van de PI Dordrecht heeft een beslissing genomen. De beklagcommissie bij de PI Achterhoek was bevoegd om de klacht te behandelen (vergelijk RSJ 6 februari 2025, 24/38531/GA), maar zij had klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag.
Gelet hierop zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
3. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie, en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Deze uitspraak is op 17 oktober 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. R.A.E. van Noort, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. A.M.G. Smit, leden, bijgestaan door mr. A. Laagland, secretaris.
secretaris voorzitter