Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/42190/GA, 26 november 2025, beroep
Uitspraakdatum:26-11-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer 24/42190/GA

Betreft  [klaagster]

Datum  26 november 2025

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klaagster] (hierna: klaagster)

 

1. De procedure

Klaagster heeft beklag ingesteld tegen:

a.         de beslissing van 22 april 2024 tot uitsluiting van deelname aan de arbeid, voor de duur van twee weken (TP 2024/166);

b.         het niet regelen van transport naar de rechtbank (TP 2024/168).

De beklagcommissie bij de locatie Ter Peel te Sevenum heeft op 23 juli 2024 klaagster niet ontvankelijk verklaard in haar klachten. De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Klaagsters raadsman, mr. J.W. Dijke, heeft namens klaagster beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klaagster, haar raadsman en de directeur van de locatie Ter Peel (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De beoordeling

Beklag a.

Klaagster is op 22 april 2024 naar de arbeid gegaan. Na de pauze is zij vertrokken, omdat ze in de veronderstelling was dat er rechtbankvervoer was geregeld voor haar zitting. Volgens de directeur weigerde ze ‘het formulier’ te tekenen waarop uitgelegd wordt dat je de werkzaal mag verlaten als je aftekent voor arbeid. Klaagster heeft dus niet zelf afgetekend voor arbeid. De directeur heeft haar vervolgens voor twee weken uitgesloten van deelname aan de arbeid.

Algemene regel?

De beklagcommissie heeft geoordeeld dat klaagster is uitgesloten op grond van de algemene regels uit de arbeidsregeling. De beroepscommissie volgt dit oordeel niet. Er staat in de arbeidsregeling namelijk geen regel die bepaalt dat iemand voor twee weken wordt uitgesloten van deelname aan de arbeid als diegene de arbeidszaal verlaat.

Een dergelijke regel volgt niet uit de bepalingen in de arbeidsregeling. Uit artikel 4 van het de arbeidsregeling volgt dat als de gedetineerde wil stoppen met werken, zij het formulier “Stoppen met werken” dient te ondertekenen en dan pas na zes weken wachttijd weer opnieuw in aanmerking kan komen voor arbeid. In artikel 12 staat dat iemand de werkzaal tussendoor niet mag verlaten zonder toestemming van de werkmeester. De directeur heeft ook twee formulieren overgelegd. Een formulier waarop een gedetineerde kan invullen om zich op te geven voor deelname aan de arbeid of om voor veertien dagen niet deel te nemen aan arbeid. En een formulier waarop een gedetineerde kan aangeven te willen stoppen met arbeid voor zes weken. De directeur heeft niet duidelijk gemaakt welk van deze formulieren klaagster weigerde te ondertekenen. Overigens zelfs als klaagster wel een formulier had getekend, kan niet worden geoordeeld dat de uitsluiting van arbeid rechtstreeks voortvloeit uit algemene regels, omdat duidelijk naar voren komt dat klaagster heeft gevraagd of ze een halve dag mocht werken om naar haar zitting te kunnen en dat verzoek binnen de beoordelingsruimte van de werkmeester is afgewezen (vergelijk RSJ 27 maart 2024, 22/30249/GA).

Nu er geen algemene regel van toepassing is, is er naar het oordeel van de beroepscommissie sprake van een beslissing tot uitsluiting van deelname aan de arbeid op grond van artikel 1a van de Regeling arbeid gedetineerden (hierna: de Regeling). Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie in zoverre vernietigen en klaagster alsnog ontvankelijk verklaren in beklag a. De beroepscommissie zal dit beklag als eerste en enige instantie inhoudelijk beoordelen.

Toetsingskader

Op grond van artikel 1a, tweede lid, van Regeling kan de directeur beslissen om een gedetineerde structureel uit te sluiten van toegang tot de arbeid. Gedetineerden die wel in staat, maar niet bereid zijn om zich in te zetten en een prestatie te leveren (ongemotiveerde gedetineerden), kunnen uitgesloten worden van de arbeid (Kamerstukken II 2018 2019, 35 122, nr. 3). De directeur kan niet lichtvaardig beslissen tot uitsluiting van arbeid, wangedrag van de gedetineerde tijdens de arbeid moet een structureel karakter hebben en de directeur doet er verstandig aan om de gedetineerde eerst te waarschuwen (met een disciplinaire straf) (Stcrt. 2021, 28357)).

Inhoudelijke beoordeling

Naar het oordeel van de beroepscommissie is de beslissing tot uitsluiting van deelname aan de arbeid onredelijk en onbillijk. Er is geen sprake van structureel wangedrag van klaagster tijdens de arbeid. De beroepscommissie vindt dat het klaagster kan worden tegengeworpen dat zij is weggelopen van de arbeid, terwijl haar duidelijk is gemaakt dat er geen transport voor haar was geregeld. Maar uit de stukken komt niet naar voren dat klaagster (vaker) ongewenst gedrag vertoonde. Het gaat dus om één incident waarbij klaagster is weggelopen van de arbeid, terwijl ze daarvoor een reden heeft gegeven.

Dat de directeur meent dat de beslissing is genomen op grond van de arbeidsregeling doet hieraan niet af. De directeur dient een beslissing tot uitsluiting van deelname aan de arbeid te nemen op grond van de Regeling en de opgestelde arbeidsregeling is daaraan ondergeschikt.

Gelet op het voorgaande zal de beroepscommissie dit beklag gegrond verklaren. Nu de rechtsgevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan zijn te maken, komt klaagster een tegemoetkoming toe. De beroepscommissie zal deze vaststellen op €15,-, te vermeerderen met het gemiste arbeidsloon.

 

Beklag b.

Klaagster klaagt erover dat er geen vervoer was geregeld naar een zitting bij de kantonrechter op 22 april 2024, terwijl ze had aangegeven wel naar de zitting te willen gaan. Pas op 26 april 2024 bleek dat de dagvaarding al op 19 april 2024 was ingetrokken.

Het vervoer van een gedetineerde van de inrichting naar een terechtzitting betreft zogenaamd ‘rechtsgangvervoer’. Het Openbaar Ministerie en niet de directeur is verantwoordelijk voor het aanvragen en regelen van dergelijk vervoer. De beroepscommissie heeft eerder geoordeeld dat dit anders is als de gedetineerde tijdig en duidelijk bij de inrichting meldt dat hij/zij aanwezig wil zijn bij een terechtzitting (zie bijvoorbeeld RSJ 3 juli 2014, 14/0266/GA). In zo’n geval zal de directeur op dit verzoek een beslissing nemen in de zin van artikel 60, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet.

Klaagster heeft op 21 april 2024 navraag gedaan over het transport naar haar zitting. Het personeel gaf aan dat ze niet op de transportlijst stond. Er was bij de inrichting niets bekend over een zitting. De beroepscommissie is van oordeel dat klaagster een verzoek heeft gedaan en dat de reactie van het personeel kan worden aangemerkt als een beslissing waartegen klaagster kon klagen.

Daarom zal de beroepscommissie de uitspraak van de beklagcommissie in zoverre vernietigen en klager alsnog ontvankelijk verklaren in beklag b. De beroepscommissie zal dit beklag als eerste en enige instantie inhoudelijk beoordelen.

Het personeel heeft uitgezocht dat er geen transport was geregeld, omdat er geen zitting bekend was bij de inrichting. Later is dan ook gebleken dat de dagvaarding was ingetrokken. Gelet hierop en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, kan de beslissing van de directeur niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Daarom zal de beroepscommissie dit beklag ongegrond verklaren.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep inzake beklag a. gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie, verklaart klaagster alsnog ontvankelijk in dit beklag en verklaart dit beklag gegrond. Zij kent aan klaagster een tegemoetkoming toe van €15,-, te vermeerderen met het gemiste arbeidsloon.

De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie inzake beklag b., verklaart klager alsnog ontvankelijk in dit beklag, maar verklaart dit beklag ongegrond.

 

Deze uitspraak is op 26 november 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. R.A.E. van Noort, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. A.M.G. Smit, leden, bijgestaan door mr. A. Laagland, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven