Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/50322/SGA en 25/50323/SGA, 8 augustus 2025, schorsing
Uitspraakdatum:08-08-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          25/50322/SGA en 25/50323/SGA

Betreft verzoeker

Datum 8 augustus 2025

 

 

Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van

verzoeker (hierna: verzoeker)

 

 

1. De procedure

De directeur van de locatie De Schie te Rotterdam (hierna: de directeur) heeft:

a. beslist verzoeker uit te sluiten van deelname aan de arbeid voor de duur van veertien dagen;

b. op 23 juli 2025 beslist verzoeker te degraderen naar het basisprogramma.

Verzoeker vraagt om schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan.

De voorzitter heeft kennisgenomen van de reactie van de directeur op het schorsingsverzoek en van de mededeling van de secretaris van de beklagcommissie dat de schorsingsverzoeken zijn ingeschreven als klaagschriften met beklagkenmerken S-2025-669 en -677.

 

2. De beoordeling

Voor zover het verzoek ziet op de onder a. genoemde beslissing, komt uit de inlichtingen van de directeur naar voren dat die beslissing inmiddels niet meer ten uitvoer wordt gelegd. Het verzoek kan in zoverre dus niet meer tot het beoogde resultaat leiden, zodat verzoeker geen belang meer heeft bij een toewijzing van het verzoek. De voorzitter zal het verzoek onder a. daarom afwijzen.

Voor wat betreft de beslissing onder b. stelt de voorzitter voorop dat bij een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling. De zaak kan dus niet ten gronde worden onderzocht. De voorzitter beoordeelt alleen of de beslissing waartegen beklag is ingesteld in strijd is met een wettelijk voorschrift of dat deze zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om op dit moment de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing te schorsen. Naar het oordeel van de voorzitter is dat het geval. De voorzitter overweegt daartoe als volgt.

Op grond van artikel 1d, vijfde lid, van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna: de Regeling) volgt altijd een besluit tot degradatie, indien de gedetineerde ontoelaatbaar gedrag laat zien. In bijlage 1 bij de Regeling is opgesomd wat wordt aangemerkt als ontoelaatbaar gedrag. Daarbij gaat het onder andere om fysieke agressie of ernstige bedreiging van personeel of een medegedetineerde.

Uit de bestreden beslissing blijkt dat verzoekers gedrag als ‘ontoelaatbaar’ is aangemerkt, namelijk dat hij zich fysiek agressief heeft gedragen of dat hij personeel of een medegedetineerde ernstig heeft bedreigd. Hierbij is benoemd dat hij op 11 juli 2025 een disciplinaire straf heeft gekregen wegens schelden naar het personeel. Uit de stukken volgt dat verzoeker die dag te laat was voor de arbeid en daarom is teruggestuurd naar de arbeid. Toen hij terugkwam op de afdeling, kwam hij geïrriteerd over op het personeel en gebruikte hij het woord ‘kankerhoer’. Bij het insluiten in zijn cel, hoorde het personeel hem zeggen: “echt een kankerhoer, die [...]”.

Hoewel de voorzitter het met de directeur eens is dat dergelijk gedrag richting het personeel onacceptabel en strafwaardig is, kan dit naar het oordeel van de voorzitter niet worden aangemerkt als ontoelaatbaar gedrag als bedoeld in de Regeling (in dit geval fysieke agressie of ernstige bedreiging van personeel). De voorzitter is niet gebleken van ander gedrag dat op grond van de Regeling als ‘ontoelaatbaar’ wordt aangemerkt en tot directe degradatie leidt.

De bestreden beslissing moet daarom als zodanig onredelijk of onbillijk worden aangemerkt dat er een spoedeisend belang is om op dit moment de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan te schorsen. Gelet daarop zal de voorzitter het verzoek onder b. toewijzen en de tenuitvoerlegging van de beslissing schorsen met onmiddellijke ingang tot het moment waarop de beklagcommissie op het onderliggende beklag heeft beslist.

 

3. De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek onder a. af en wijst het verzoek onder b. toe en schorst in zoverre de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing met onmiddellijke ingang tot het moment waarop de beklagcommissie op het onderliggende beklag heeft beslist.

 

Deze uitspraak is op 8 augustus 2025 gedaan door mr. M.L. Plas, voorzitter, bijgestaan door mr. L. van der Linden, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven