Nummer 25/47205/GA
Betreft [klager]
Datum 19 augustus 2025
Uitspraak van de beroepsrechter van de RSJ op het beroep van
de directeur van de locatie De Schie te Rotterdam (hierna: de directeur)
1. De procedure
De directeur heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de beklagcommissie bij de locatie De Schie van 4 maart 2025 (S-2024-587). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
2. De beoordeling
Op grond van artikel 69, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet kan tegen de uitspraak van de beklagcommissie een beroepschrift worden ingediend dat met redenen omkleed dient te zijn. Het beroepschrift voldoet niet aan die eis.
De directeur is bij e‑mailbericht van 24 maart 2025 in de gelegenheid gesteld om binnen een daarvoor gegeven termijn (tot en met 14 april 2025) de gronden van het beroep alsnog schriftelijk mede te delen. Van die mogelijkheid is geen gebruik gemaakt binnen de gegeven termijn. De juridisch medewerker van de locatie De Schie heeft bij e-mailbericht van 15 april 2025 – namens de directeur, zo begrijpt de beroepsrechter – medegedeeld dat de reden daarvan is dat abusievelijk is uitgegaan van een verkeerde datum voor het indienen van de gronden, vanwege andere lopende beroepen van de gedetineerde, waarbij de directeur ook is verzocht zijn standpunt toe te lichten (met een termijn tot en met 22 april 2025). De directeur heeft vervolgens op 17 april 2025 alsnog de gronden van het beroep toegestuurd.
De beroepsrechter begrijpt dat de directeur (impliciet) een beroep doet op een verschoonbare termijnoverschrijding voor het indienen van de beroepsgronden. De beroepscommissie heeft eerder overwogen dat slechts in zeer bijzondere gevallen een uitzondering kan worden gemaakt op het uitgangspunt dat in beginsel geen ruimte meer bestaat voor een verschoonbare termijnoverschrijding voor het indienen van de beroepsgronden (zie RSJ 9 april 2025, 24/45303/GA). Naar het oordeel van de beroepsrechter is in dit geval geen sprake van een bijzonder geval zoals hiervoor bedoeld en levert de aangevoerde reden voor het te laat indienen van de beroepsgronden – verwarring over de verschillende termijnen in beroepszaken van deze gedetineerde – onvoldoende reden op om een verschoonbare termijnoverschrijding aan te nemen. De beroepsrechter zal de directeur daarom niet‑ontvankelijk verklaren in het beroep.
3. De uitspraak
De beroepsrechter verklaart de directeur niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze uitspraak is op 19 augustus 2025 gedaan door mr. drs. F.A.M. Bakker, beroepsrechter, bijgestaan door mr. L. van der Linden, secretaris.
secretaris voorzitter
Versie informatie document
Publicatie op Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming:
Huidige versie: 1
Datum beschikbaarheid huidige versie: 10-12-2025 (vanaf dit moment beschikbaar op Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming)
Datum document:
Uitspraakdatum: 19-08-2025