Nummer 25/45908/GA (hersteluitspraak)
Betreft […]
Datum 3 september 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
de directeur van de Penitentiaire Inrichtingen (PI) Lelystad (hierna: de directeur)
1. De procedure
[…] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen nalatig handelen van het personeel in verband met bedreigingen jegens klager, waardoor klager op 25 juni 2023 is aangevallen door een medegedetineerde.
De beklagcommissie bij de PI Lelystad heeft op 13 januari 2025 het beklag gegrond verklaard en daarbij aan klager een tegemoetkoming toegekend van €100,- (PL2023/1140). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.
De beroepscommissie heeft […], plaatsvervangend directeur van de PI Lelystad, twee juridisch medewerkers bij de PI Lelystad, klager en zijn raadsman, mr. A.A. Rangoe, gehoord op de digitale zitting van 15 mei 2025.[1]
2. De beoordeling
Ontvankelijkheid van klager in zijn beklag
Klager klaagt over nalatig handelen van het personeel. De omstandigheden die hij daarbij aanvoert zijn de volgende. Op 25 juni 2023 heeft een medegedetineerde een pan met kokende olie over hem heen gegooid. Hij heeft tweede- en derdegraadsbrandwonden opgelopen. Ook heeft de medegedetineerde klager gestoken in zijn arm. Twee weken voor dit incident heeft klager aan het personeel verteld dat hij werd bedreigd. Daarna heeft hij ook nog een gesprek gehad met het afdelingshoofd. Klager werd door vier medegedetineerden onder druk gezet om contrabande in te voeren, anders zouden zij vertellen waarvoor klager is veroordeeld. Volgens klager is de persoon die hem heeft aangevallen betaald door de vier andere medegedetineerden.
Anders dan de beklagcommissie heeft overwogen, kan nalatig handelen van het personeel alleen gelijk worden gesteld met een beslissing van de directeur, zoals bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet, als sprake is van een beklag met voldoende belang voor de gedetineerde. Daarvan is in beginsel slechts sprake wanneer de directeur volgens de gedetineerde jegens hem “structureel en in belangrijke mate tekortschiet in zijn verzorgende taken” (Kamerstukken II 1994/95, 24 263, nr. 3, p. 76).
Als voldoende belang bij het beklag ontbreekt – wat dus losstaat van de vraag of het feitelijk klopt wat de gedetineerde heeft gesteld – dan moet de gedetineerde niet-ontvankelijk in zijn beklag worden verklaard.
Weliswaar richt het beklag zich niet tegen een structurele tekortkoming van de directeur, maar dat is in gevallen als deze ook niet goed mogelijk. Het gaat in dit geval echter wel om een belangrijke (vermeende) tekortkoming, waartegen naar het oordeel van de beroepscommissie wel moet kunnen worden geklaagd. Daarom is klager terecht ontvangen in zijn beklag.
Inhoudelijke beoordeling
De beroepscommissie heeft het beroepschrift en de overige stukken in het dossier bestudeerd. Op basis van deze stukken en van wat ter zitting is besproken, is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagcommissie het beklag terecht gegrond heeft verklaard. Het is voldoende aannemelijk geworden dat de directeur in belangrijke mate is tekortgeschoten in zijn verzorgende taken.
Weliswaar meent de directeur dat het personeel de situatie nauwlettend in de gaten hield, waarbij klager het zou melden als er concrete zaken speelden en is klager de mogelijkheid geboden voor een individueel programma. Maar naar het oordeel van de beroepscommissie is de directeur, gelet op de concrete dreiging van medegedetineerden die klager kenbaar heeft gemaakt, tekortgeschoten door klager niet bijvoorbeeld intern over te plaatsen, voor te dragen voor externe overplaatsing of op een andere manier in te grijpen. Dat klager tijdens het gesprek met het afdelingshoofd zou hebben gezegd niet te weten of een interne overplaatsing hem wel voldoende veiligheid zou bieden, maakt niet dat de directeur daartoe alsnog niet had kunnen en moeten overgaan. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.
3. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie met wijziging van de gronden.
Deze uitspraak is op 3 september 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. F. Sieders, voorzitter, M. Bakker MSc en F. van Dekken, leden, bijgestaan door mr. A. Laagland, secretaris.
secretaris voorzitter
[1]
In de oorspronkelijke uitspraak stond abusievelijk ‘raadsvrouw’, in plaats van ‘raadsman’ opgenomen. Dat is in deze uitspraak hersteld.