Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/47078/GA, 2 september 2025, beroep
Uitspraakdatum:02-09-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer           25/47078/GA

Betreft              klager

Datum              2 september 2025

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van klager (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen de beslissing van 14 november 2024 om hem te degraderen naar het basisprogramma.

De beklagrechter bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Alphen te Alphen aan den Rijn heeft op 3 februari 2025 het beklag ongegrond verklaard (AE 2024/1828). De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

Klager heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft klager en de directeur van de PI Alphen (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

 

2. De beoordeling

Ontvankelijkheid van klager in beroep

Op grond van artikel 69, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet moet het met redenen omklede beroepschrift uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak onderscheidenlijk na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak worden ingediend.

De uitspraak van de beklagrechter is op 3 februari 2025 mondeling medegedeeld (en een afschrift van deze uitspraak is uitgereikt) aan klager en de directeur. Het beroepschrift dateert van 4 februari 2025 en is verstuurd door klager op 20 februari 2025. Deze is ontvangen op het secretariaat van de Commissie van Toezicht op 27 februari 2025, die het op 3 maart 2025 per e-mail naar het secretariaat van de RSJ heeft verstuurd. Het beroep is dus buiten de voornoemde termijn ingediend. Klager geeft in zijn beroepschrift aan dat hij op 6 februari 2025 is overgeplaatst naar een andere inrichting. Hij had hierdoor geen toegang tot zijn opgestelde beroepschrift, aangezien zijn spullen (waaronder het beroepschrift) pas later zijn opgestuurd. De beroepscommissie overweegt dat deze aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maakt, aangezien klager tijdig (pro-forma) beroep had kunnen instellen en op een later moment zo nodig zijn gronden had kunnen versturen. De beroepscommissie zal klager daarom niet‑ontvankelijk verklaren in zijn beroep.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep.

 

Deze uitspraak is op 2 september 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. W.S. Korteling, voorzitter, mr. F.H.J. van Gaal en mr. R.A.E. van Noort, leden, bijgestaan door mr. S.J.S. Uiterweerd, secretaris.

 

secretaris                                                                                voorzitter

Naar boven