Nummer 24/40801/GA
Betreft [klager]
Datum 25 juni 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
[klager] (hierna: klager)
1. De procedure
Klager heeft beklag ingesteld tegen de afwijzing van klagers verzoek d.d. 20 maart 2024 om in aanmerking te komen voor een plusbaan in de keuken (huisdienst).
De beklagcommissie bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Dordrecht heeft op 15 mei 2024 het beklag ongegrond verklaard (PD-2024-153). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
Klagers raadsvrouw, mr. W.C. Alberts, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en de directeur van de PI Dordrecht (hierna: de directeur) in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.
2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
Klager verwijst naar hetgeen voor de beklagcommissie naar voren is gebracht. Klager meent dat in de herziene beslissing ogenschijnlijk een inhoudelijk op de persoon gericht oordeel wordt gegeven, maar dat dit nog steeds neerkomt op een categorische uitsluiting van tbs-gestelden voor de betreffende plusbaan. De beslissing van de directeur is dus op onjuiste gronden genomen en onvoldoende gemotiveerd.
Standpunt van de directeur
De directeur heeft in beroep zijn standpunt niet nader toegelicht.
3. De beoordeling
De beroepscommissie heeft het beroepschrift en de overige stukken in het dossier bestudeerd. Op basis van deze stukken is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagcommissie het beklag terecht ongegrond heeft verklaard.
De directeur heeft in zijn herziene beslissing een op de persoon van klager gerichte afweging gemaakt en hierbij kunnen en mogen terugvallen op klagers indexdelict dat ten grondslag ligt aan de aan hem opgelegde tbs-maatregel met dwangverpleging, alsmede de onderzoeken van het Pieter Baan Centrum (2018) en de Pro Justitia-rapporteur (2020). De beroepscommissie weegt mee dat voorafgaand aan de beslissing advies is gevraagd aan het multidisciplinaire overleg, dat nagaat in hoeverre de plaatsing in een plusbaan risico’s oplevert of kan opleveren voor de veiligheid binnen de inrichting. Die risico-inschatting, in combinatie met het feit dat kennelijk in de keuken minder toezicht mogelijk is, brengt mee dat de directeur heeft mogen concluderen dat klager niet in aanmerking kan komen voor de betreffende baan. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.
De beroepscommissie merkt ten overvloede nog op dat de directeur in zijn herziene beslissing van 20 maart 2024 ook de nadruk legt op de aanwezigheid van re-integratiedoelen als voorwaarde voor aanneming van een gedetineerde in een plusbaan. Nu klager pas na zijn gevangenisstraf met zijn behandeling in een tbs-kliniek kan starten en aan zijn re-integratiedoelen kan werken, ligt het niet voor de hand om de aanwezigheid van re-integratiedoelen als voorwaarde te stellen voor klager.
4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie met aanvulling van de gronden.
Deze uitspraak is op 25 juni 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. M. Iedema, voorzitter, mr. S.M. Krans en mr. A.M.G. Smit, leden, bijgestaan door
mr. R. Kokee, secretaris.
secretaris voorzitter