Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 25/46110/GV, 20 juni 2025, beroep
Uitspraakdatum:20-06-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer   25/46110/GV

Betreft      [klager]

Datum      20 juni 2025

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep vanm[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft verzocht om een reeks van drie re-integratieverloven voor levenslanggestraften. Dat zouden zijn vierde, vijfde en zesde verlof betreffen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: verweerder) heeft dat verzoek op  16 januari 2025 gedeeltelijk afgewezen.

Klagers raadsvrouw, mr. J.J. Serrarens, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze beslissing, meer specifiek tegen het niet-tijdig beslissen ten aanzien van het vierde verlof en tegen de afwijzing van het zesde verlof.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsvrouw en verweerder in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

De beroepscommissie heeft kennisgenomen van het beroepschrift, de reactie van verweerder en de overige stukken.

 

2. De beoordeling

De situatie

Klager verblijft sinds 27 maart 1998 in detentie. Daarvoor verbleef hij al in uitleveringsdetentie. Hij is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

Verweerder heeft op 7 augustus 2024 positief beslist op klagers eerste verzoek om re-integratieverlof en klager heeft drie re-integratieverloven genoten. Klager heeft vervolgens verzocht om nog een reeks van drie re-integratieverloven. Tijdens het vierde en vijfde verlof wenst hij tijd door te brengen met zijn familie en tijdens het zesde verlof wenst hij met genodigden een bijeenkomst te houden en met de genodigden te spreken over zijn persoonlijke en politieke toekomst.

Klager wenste het vierde verlof te laten plaatsvinden op 24, 25 of 26 december 2024 en het vijfde verlof op 26 of 27 december 2024. Het zesde verlof wenste hij te laten plaatsvinden op 27 of 31 januari 2025 of in de eerste week van februari 2025.

De wet- en regelgeving

In artikel 20d, eerste lid, van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (hierna: de Regeling) staat dat aan een levenslanggestrafte op diens verzoek verlof kan worden toegekend, in overeenstemming met hetgeen over de frequentie van het verlof in het detentie- en re-integratieplan (D&R-plan) is bepaald. Op grond van het tweede lid van dat artikel maakt de levenslanggestrafte in zijn verzoek duidelijk op welk wijze het verlof de in het D&R-plan opgenomen re-integratiedoelen ondersteunt.

In de artikelen 4 en 20d, derde lid, van de Regeling, staan de weigeringsgronden genoemd.

Ten aanzien van het vierde verzoek om verlof

Op grond van artikel 72, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft de gedetineerde het recht tegen een hem betreffende beslissing aangaande verlof, voor zover hiertegen geen beklag ingevolge artikel 60, eerste en tweede lid van de Pbw, openstaat, een met redenen omkleed beroepschrift in te dienen bij de beroepscommissie. Volgens vaste jurisprudentie van de beroepscommissie wordt een verzuim dan wel weigering om binnen een wettelijke of, bij het ontbreken daarvan, een redelijke termijn een beslissing te nemen hieraan gelijkgesteld.

Tegen niet-tijdig beslissen kan bij de beroepscommissie echter slechts worden opgekomen door beroep in te stellen tegen een (fictieve) weigering om een beslissing te nemen op een verzoek. Nadat de beslissing is genomen, kan niet meer worden opgekomen tegen het niet-tijdig beslissen.

Ten aanzien van het zesde verzoek om verlof

Verweerder heeft dit verzoek om verlof afgewezen, omdat de door klager beoogde invulling van het verlof volgens verweerder niet passend is. Namens klager wordt in beroep uitgebreid uiteengezet waarom dit verlof wel passend zou zijn. Klager wil – kort gezegd – overleggen over de mogelijke keuzes die hij privé en politiek in de komende jaren wil gaan maken. Dat is een ingewikkeld vraagstuk, mede omdat ongewis is in welk land klager na eventuele gratiëring moet re-integreren, aldus klagers raadsvrouw. Klager benadrukt daarbij dat professionele hulpverleners ook tot het sociaal netwerk van mensen gaan behoren, door de emotionele en praktische steun die zij vanuit hun functie of naast hun professionele werk aan iemand bieden. Klager heeft in beroep nader toegelicht waarom hij zijn verlof wenst door te brengen met de oud-directeuren die lid zijn van Stichting Restore Justice, een dominee, een vertrouwenspsychiater en advocaten.

Los van het antwoord op de vraag of voornoemde personen afzonderlijk kunnen worden aangemerkt als personen die behoren tot klagers ondersteunende sociale netwerk, is de beroepscommissie – gelet op de beoogde invulling van het verlof – van oordeel dat dit niet kan worden gezien als een verzoek om verlof in het kader van klagers sociale netwerk. Bij de beoogde bijeenkomst zullen immers alle voornoemde personen tezamen komen om desgewenst te spreken over klagers persoonlijke en politieke toekomstplannen, inclusief de mogelijkheid van eventueel gedurende klagers re-integratietraject buiten de inrichting te verrichten vrijwilligerswerk.

Hoewel de beroepscommissie zich kan voorstellen dat de bijeenkomst eventueel zou kunnen bijdragen aan het re-integratiedoel ‘werken aan zelfredzaamheid binnen de maatschappij’, is de beroepscommissie met verweerder van oordeel dat – ondanks klagers verweer daarop – klagers persoonlijke aanwezigheid buiten de inrichting in dit geval niet noodzakelijk is. Het valt niet in te zien waarom klager niet binnen de inrichting zou kunnen praten met voornoemde personen. Dat klager de genodigden een lunch wenst aan te bieden in een historisch gebouw in [plaatsnaam] en daar wenst te wandelen, vormt naar het oordeel van de beroepscommissie geen noodzaak zoals hiervoor omschreven.

Conclusie

Gelet op het voorgaande en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, kan de bestreden beslissing niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

 

3. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 20 juni 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en mr. dr. A. Pahladsingh, leden, bijgestaan door mr. M. Olde Keizer, secretaris.

 

secretaris         voorzitter

Naar boven